De toekomst van onderzoek en innovatie in Europa - Op weg naar KP9

Meer artikelen
Conferentie KP9
| Gewijzigd op: 10 juli 2017

Het Horizon 2020-programma is pas halverwege, maar het is belangrijk nu al na te denken over de opvolger daarvan: het 9e EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie (KP9). Dat was op 19 juni het belangrijkste onderwerp tijdens de nationale stakeholderconferentie ‘De toekomst van onderzoek en innovatie in Europa: op weg naar KP9’.

De uitkomsten van interim-evaluatie van Horizon 2020, die deze zomer gepubliceerd wordt, zullen bepalend zijn voor de vormgeving van het nieuwe programma.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en het ministerie van Economische Zaken (EZ) organiseerden deze conferentie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) in Den Haag. De circa 130 aanwezige stakeholders vertegenwoordigden het bedrijfsleven, kennisinstellingen, overheden en belangenorganisaties.

Innovatieleider

Nederland heeft een goede uitgangspositie als het gaat om onderzoek en innovatie, blijkt onder meer uit het European Innovation Scoreboard, waarin Nederland naar een 4e plaats is gestegen en zich net als vorig jaar tot de innovatieleiders van Europa mag rekenen.

Financiering uit Horizon2020

De resultaten in Horizon2020 onderschrijven dat. Sinds de start van het programma in 2014 bemachtigden Nederlandse onderzoekers en ondernemers al zo’n € 1,9 miljard aan financiering. Daarmee staat Nederland op de 6e plaats in Europa. Met een retourpercentage van 7,7% (tegenover een afdracht aan de Europese begroting van ongeveer 5%) zijn we bovendien netto-ontvanger.

Waarde voor netwerken en partnerschappen

Naast de financiële component heeft deelname aan het kaderprogramma bovendien een enorme waarde voor internationale  netwerken en partnerschappen. Een positie waar Nederlandse stakeholders trots op kunnen zijn, want die is niet makkelijk te verwerven. De toekenning van middelen voor onderzoek en innovatie in Horizon 2020 is namelijk competitief. Uitsluitend de beste voorstellen met de grootste impact worden gehonoreerd.

Excellentie en impact voorop

Maarten Camps, Secretaris-Generaal van EZ opende de conferentie en stelde dat het streven naar de hoogst mogelijke kwaliteit Horizon2020 een succesvol en breed gewaardeerd programma maakt. Excellentie moet dan ook de basis blijven van het kaderprogramma. Dat vond ook Robert-Jan Smits, Directeur-Generaal van Onderzoek en Innovatie bij de Europese Commissie (foto boven). Hij gaf een eerste indruk van de uitkomsten van de interimevaluatie van Horizon2020.

staatssecretaris Sander Dekker

De aanpak langs de 3 pijlers excellent onderzoek, industrieel leiderschap en maatschappelijke uitdagingen is effectief gebleken en inmiddels onmisbaar, beaamde ook Sander Dekker, staatssecretaris van OCW (foto hierboven).

Ervaringsdeskundigen

Dat Horizon2020 voor Nederland een grote meerwaarde heeft, blijkt overigens niet alleen uit de cijfers. In een panelgesprek deelden 3 ervaringsdeskundigen vanuit verschillende invalshoeken hun ideeën over Horizon2020 en de opvolger daarvan.

Arwen Deuss won met haar onderzoek naar de materie en opbouw van de aardkern een felbegeerde ERC-grant. Mark Smidt tilde met onder meer hulp van middelen en netwerken uit het kaderprogramma zijn innovatieve startup Heliox naar de internationale top op het gebied van accutechnologie. Dorien Wellen houdt zich als Manager Strategische Relaties bij de Radboud Universiteit dagelijks bezig met de opzet van multidisciplinaire projecten om de maatschappelijke impact van sociale-en neurowetenschappen te maximaliseren.

Geografische criteria

In parallelsessies discussieerden deelnemers over simplificatie van het programma, kansen voor publiek-private samenwerking, de maatschappelijke relevantie van onderzoek en innovatie (en het beter zichtbaar maken daarvan) en ‘widening participation’: een pleidooi van voornamelijk Centraal- en Oost-Europese lidstaten voor toewijzing van financiering op basis van geografische criteria in plaats van excellentie. Staatssecretaris Dekker zei de inbreng van stakeholders erg op prijs te stellen.  

Op weg naar KP9

Nu 2020 in zicht komt, is het tijd om aan de slag te gaan met wat er achter die horizon ligt. Dat zal de nodige uitdagingen met zich meebrengen, waar de Brexit een belangrijke rol in speelt. Voor het eerst in de geschiedenis van de EU-kaderprogramma’s voor onderzoek en innovatie is groei of zelfs behoud van het budget geen zekerheid. Daarom is het nog belangrijker om te zoeken naar manieren om slimmer te investeren. Impact van onderzoek en innovatie voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen en economische groei staan daarbij voorop.

Eerste voorstel medio 2018

Het eerste voorstel voor het nieuwe EU-kaderprogramma wordt medio 2018 verwacht. Op 24 en 25 juli a.s. bespreken ministers de uitkomsten van de interimevaluatie van Horizon 2020 die op 3 juli jl. zijn gepresenteerd. De opbrengst van deze stakeholderconferentie draagt onder meer bij aan de voorbereiding daarvan.

Service menu right