Fosfaatreductiemaatregelen 2017

Meer artikelen

Nederland moet in 2017 de fosfaatproductie terugbrengen naar het niveau dat is toegestaan voor het behoud van derogatie. Op 3 februari 2017 heeft de Staatssecretaris de Tweede Kamer geïnformeerd over de maatregelen om deze vermindering te realiseren.

Het maatregelenpakket fosfaatreductie 2017 bestaat uit 3 maatregelen:

  • Regeling fosfaatreductieplan 2017
  • Voerspoor melkveehouderij
  • Subsidieregeling beëindiging melkveehouderij

Regeling fosfaatreductieplan 2017

Het fosfaatreductieplan 2017 is voor 2 groepen:

  • Rundveehouderijbedrijven die melk produceren voor consumptie of verwerking
  • Rundveehouderijbedrijven die geen melk produceren voor consumptie of verwerking

Melkproducerende bedrijven

Vanaf 1 maart 2017 wordt de melkveestapel van rundveehouderijbedrijven die melk produceren voor consumptie of verwerking stapsgewijs verkleind. Dit betekent dat u op bedrijfsniveau het aantal vrouwelijke runderen moet terugbrengen naar het niveau van 2 juli 2015 minus 4%. Grondgebonden bedrijven zijn uitgezonderd van deze korting van 4%.

Gefaseerde reductie

Melkproducerende bedrijven krijgen een doelstellingsaantal. U berekent dit op basis van het aantal vrouwelijke runderen dat op 1 oktober 2016 in het I&R systeem geregistreerd stond, verminderd met een reductiepercentage. Dit percentage is afhankelijk van de periode.
Per diercategorie geldt een GVE norm (GVE=grootvee eenheden). Per diercategorie vermenigvuldigt u het aantal dieren met de GVE norm:

  • rund dat minimaal 1 x gekalfd heeft (inclusief doodgeboren kalveren): 1 GVE
  • vrouwelijk rund van 1 jaar of ouder (pink) dat niet gekalfd heeft: 0,53 GVE
  • vrouwelijk rund jonger dan een jaar (kalf): 0,23 GVE

Bereken het aantal GVE tot 2 decimalen. Daarna telt u de uitkomst van alle categorieën op.
Per periode van 2 maanden wordt een reductiedoelstelling opgelegd.

  • Bedrijven die daar niet aan voldoen betalen een heffing.
  • Bedrijven die wel voldoen aan de reductiedoelstelling van die periode, maar de veestapel nog niet hebben verminderd tot het niveau van 2 juli 2015 (minus 4%), betalen een lagere heffing.

Heeft u uw melkveestapel teruggebracht tot onder het niveau van 2 juli 2015 (minus 4%)? Dan ontvangt u een bonus uit de heffingsinkomsten.

Lees meer over het fosfaatreductieplan 2017 voor melkproducerende bedrijven op de site van ZuivelNL. Vragen? Bel dan met het fosfaatreductieloket van ZuivelNL via telefoonnummer 038 - 457 28 55. Het fosfaatreductieloket is op werkdagen bereikbaar tussen 9.00 en 16.30 uur. Informatie voor niet-melkleverende bedrijven leest u hieronder.

Niet-melkproducerende bedrijven

Ook bij rundveehouderijbedrijven die geen melk voor consumptie of verwerking produceren, wordt de melkveestapel vanaf 1 maart 2017 verkleind. Dit houdt in dat deze bedrijven op bedrijfsniveau het aantal vrouwelijke runderen moet terugbrengen naar het niveau van 15 december 2016.

Voor wie geldt de regeling

De regeling geldt voor bedrijven die in de desbetreffende periode op enig moment 6 of meer vrouwelijke runderen houden én na 15 december 2016 3 of meer vrouwelijke runderen hebben aangevoerd op hun bedrijf. Dieren die op uw bedrijf worden geboren, tellen niet mee als aangevoerde runderen (voor het bepalen of u 3 of meer vrouwelijk dieren hebt aangevoerd). Voor het bepalen van de geldsom tellen geboren dieren en aanwas wel mee.

Valt u onder de voorwaarden van de regeling? Bepaal dan eerst uw referentie. U berekent dit op basis van het aantal vrouwelijke runderen dat op 15 december 2016 op uw bedrijf aanwezig was. Per diercategorie geldt een GVE norm. Per diercategorie vermenigvuldigt u het aantal dieren met de GVE norm:

  • rund dat minimaal 1 x gekalfd heeft (inclusief doodgeboren kalveren): 1 GVE
  • vrouwelijk rund van 1 jaar of ouder (pink) dat niet gekalfd heeft: 0,53 GVE
  • vrouwelijk rund jonger dan een jaar (kalf): 0,23 GVE
Bereken het aantal GVE tot 2 decimalen. Daarna telt u de uitkomst van alle categorieën op.

Vanaf 1 maart 2017 berekenen wij elke periode het gemiddeld aantal gehouden vrouwelijke runderen uitgedrukt in GVE’s. Houdt u gemiddeld meer vrouwelijke runderen dan het aantal dat u op 15 december 2016 hield? Dan betaalt u een heffing. De categorieën zijn gelijk aan de categorieën voor het berekenen van uw referentie. Deze heffing wordt in 5 periodes afzonderlijk berekend en is gebaseerd op het gemiddelde aantal runderen dat u in de tweede maand van elke periode heeft gehouden. De heffing bedraagt € 480 per GVE. Hieronder leest u de data van de 5 periodes:
  • Periode 1: 1 maart tot en met 30 april 2017
  • Periode 2: 1 mei tot en met 30 juni 2017
  • Periode 3: 1 juli tot en met 31 augustus 2017
  • Periode 4: 1 september tot en met 31 oktober 2017
  • Periode 5: 1 november tot en met 31 december 2017
Op mijn.rvo.nl is een rekenmodel beschikbaar waarmee u per periode uit kunt rekenen of u een heffing moet betalen. U vindt het onder Formulieren downloaden, rechts op de pagina

Welke bedrijven vallen buiten de regeling

Een aantal bedrijven valt niet onder de regeling. Het gaat om:
  • bedrijven met 5 vrouwelijke runderen of minder.
  • vleeskalverbedrijven die uitsluitend voor de slacht afvoeren.
  • niet-melkproducerende bedrijven die sinds 15 december 2016 maximaal 2 vrouwelijke runderen hebben aangevoerd. Ongeacht het aantal aanwezige runderen vallen zij niet onder de regeling.

Uitvoering

De uitvoering van het fosfaatreductieplan 2017 ligt primair bij de zuivelsector. RVO.nl ondersteunt hierbij en levert gegevens van melkproducerende bedrijven. Voor de niet-melkproducerende bedrijven voert RVO.nl de regeling uit. Vanaf 1 maart 2017 kunnen relaties bijzondere omstandigheden melden bij RVO.nl.

Bijzondere omstandigheden  

Is uw referentieaantal door bijzondere omstandigheden minimaal 5% lager? Dan kunt u dit tot en met 1 april 2017 melden bij RVO.nl. De voorwaarden en meldingsformulieren vindt u op mijn.rvo.nl.

In- en uitscharen

Veehouders die rundvee hadden in- of uitgeschaard kunnen dit vanaf 1 maart melden bij RVO.nl. Het aanvraagformulier moet ondertekend worden door de in- en uitschaarder. De voorwaarden en meldingsformulieren vindt u op mijn.rvo.nl.

Bedrijfsoverdrachten

Heeft u een bedrijf overgenomen? Dan is het mogelijk om het referentieaantal van het bedrijf over te nemen. Meld de overdracht zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 30 dagen. Hoe dit in zijn werk gaat, leest u op de pagina Bedrijfsoverdracht op mijn.rvo.nl.

Voerspoor melkveehouderij

Om het fosfaatgehalte in mest te verlagen, wordt het fosforgehalte in mengvoer verlaagd. Deze maatregel wordt geheel door mengvoerbedrijven uitgevoerd. De mengvoerbedrijven brengen het fosforgehalte in mengvoer terug voor melkveebedrijven. Hierdoor kan de fosfaatproductie in 2017 met 1,7 miljoen kilogram worden verminderd.

Subsidieregeling beëindiging melkveehouderij  

Melkveehouders die in 2017 de melkveestapel beëindigen kunnen voor de Subsidie beëindiging melkveehouderij in aanmerking komen. U kunt zich niet meer aanmelden. Het budget is op de eerste openstellingsdag, 20 februari, al overschreden.

De premie per melkkoe is € 1200. Met deze maatregel wordt een reductie van 2,5 miljoen kilogram fosfaat beoogd.

Lees meer over de voorwaarden van de Subsidie beëindiging melkveehouderij

Service menu right