Berekenen werkelijk gebruik stikstof uit dierlijke mest

Meer artikelen
Koeien in de wei - gebruiksnormen dierlijke mest

Om te weten of u binnen de gestelde gebruiksnorm blijft, moet u ook uw daadwerkelijke gebruik berekenen.

Hoeveel stikstof uit dierlijke mest u gebruikt, berekent u als volgt:

  • Tel bij elkaar op: beginvoorraad meststoffen, aanvoer meststoffen en de productie dierlijke meststoffen.
  • Trek daarvan af: afvoer meststoffen en de eindvoorraad meststoffen.

Onder dierlijke mest vallen ook champost en digestaat.

Begin- en eindvoorraad

Uw beginvoorraad dierlijke mest op 1 januari is gelijk aan de eindvoorraad op 31 december van het voorgaande jaar. Om het gewicht te bepalen, houdt u het volgende aan:

  • drijfmest: 1 kubieke meter = 1.000 kilo
  • vaste mest: bepaal het soortelijk gewicht door een bepaald volume af te wegen (voorbeeld: 50 liter weegt 40 kilo, dus het soortelijk gewicht is 0,8 kg/l.)

Voor het bepalen van de hoeveelheid stikstof en fosfaat in de dierlijke mest gebruikt u analysegegevens van een geaccrediteerd laboratorium. Zijn die niet voorhanden? In tabel 5 Forfaitaire stikstof- en fosfaatgehalten in dierlijke mest vindt u de normen die u kunt gebruiken. Gebruikt u voor de berekening van de mestproductie van uw melkvee de Handreiking bedrijfsspecifieke excretie melkvee onderaan deze pagina? Gebruik deze gegevens dan ook voor de bepaling van de hoeveelheid fosfaat en stikstof in de eindvoorraad dierlijke mest op uw bedrijf.

Aan- en afvoer

Voert u dierlijke mest aan of voert u deze juist af? Dan moet u weten hoeveel stikstof en fosfaat deze mest bevat. Gebruik hiervoor de analysegegevens van het laboratorium. Als u deze niet heeft omdat u de mest niet hoefde te bemonsteren, reken dan met de normen uit tabel 5 Forfaitaire stikstof- en fosfaatgehalten in dierlijke mest.

Productie

Houdt u dieren op uw bedrijf? De geproduceerde hoeveelheden stikstof en fosfaat in de dierlijke mest tellen ook mee. Belangrijk is het verschil tussen graasdieren en staldieren. Deze indeling ligt vast en vindt u in tabel 4 Diergebonden mestproductie- en excretienormen. Hoeveel stikstof en fosfaat uw dieren produceren in de dierlijke mest berekent u als volgt:

Graasdieren

Geproduceerde hoeveelheid dierlijke mest = gemiddeld aantal dieren x kilo stikstof en fosfaat. In de tabellen 4 Diergebonden mestproductie- en excretienormen en 6 Stikstof- en fosfaatgetallen mest per melkkoe vindt u de normen. Hoe u het gemiddeld aantal graasdieren berekent, leest u op de pagina Veelgestelde vragen over Gebruiksnormen.

Staldieren

Hoeveel dierlijke mest uw staldieren produceren, berekent u met de stalbalans. In de stalbalans rekent u zo veel mogelijk met de werkelijke hoeveelheden stikstof en fosfaat. Zijn deze niet bekend, reken dan met de normen uit de tabellen. De berekening is als volgt:

Tel bij elkaar op de totale hoeveelheid fosfaat en stikstof in:

  • de aangevoerde staldieren, en
  • de aangevoerde of geproduceerde diervoeders voor staldieren, en
  • de beginvoorraad diervoeders voor staldieren, geproduceerde eieren en aanwezige staldieren

Trek daarvan af de hoeveelheid fosfaat en stikstof in:

  • de afgevoerde staldieren, en
  • de afgevoerde diervoeders voor staldieren, en
  • de geproduceerde eieren, en
  • de eindvoorraad diervoeders voor staldieren, geproduceerde eieren en aanwezige staldieren, en
  • de gasvormige stikstofverliezen (stikstofcorrectie)

Hoe u de stikstofcorrectie en het gemiddeld aantal dieren berekent, leest u op de pagina Veelgestelde vragen over Gebruiksnormen.

Handreiking bedrijfsspecifieke excretie melkvee

Bent u melkveehouder of houder van jongvee voor de melkveehouderij en komt de werkelijke excretie van uw melkveestapel niet overeen met de forfaits voor melkvee? Dan kunt u daarvan afwijken. Gebruik hiervoor de Handreiking bedrijfsspecifieke excretie melkvee, onderaan deze pagina.

De handreiking is geactualiseerd. In de versie van 20 maart 2017 zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • De omschrijving, die onder overwegend melkvee valt, is nader gespecificeerd.
  • De wijze van berekening voor de VEM-opname van het melkvee is aangepast. Er is nu 1 methode voor de berekening van de VEM-opname van het melkvee.
  • Omdat droogstaande melkkoeien in de meeste bedrijven op stal blijven, wordt in de berekening voor de opname van vers gras een correctie toegepast voor het aantal dagen dat de koeien droog staan (58 dagen).
  • De verhoudingsfactoren die gebruikt worden voor de opname van stikstof en fosfor door melkvee zijn aangepast. Het gaat om de verhoudingsfactoren om vanuit de stikstof- en fosforgehalten in de op het bedrijf vervoederde geconserveerde grasproducten aan het melkvee de gehalten in vers gras te berekenen.
  • Als er andere graasdieren op het bedrijf zijn, dan moet de hoeveelheid voer die aan deze dieren wordt vervoederd in mindering worden gebracht op de totale hoeveelheid voer die op het bedrijf is vervoederd. Tabel 4 in de Handreiking bevat hiervoor de forfaitair toe te passen hoeveelheden per diercategorie. Deze tabel is aangepast.
  • Voor de omrekening van bruto stikstofexcretie naar netto stikstofexcretie is nu tabel 6 actueel.
  • Bij het bemonsteren van lage kuilen (minder dan 2 meter) die zijn afgedekt met dekkleden, is onder omschreven voorwaarden het aantal bemonsteringen teruggebracht van 3 naar 2 (bijlage I).
  • BEX-berekeningen die via de Excretiewijzer of de Kringloopwijzer worden uitgevoerd, zullen vanwege de toepassing van andere stalemissiefactoren voor ammoniak uit mest tot een hogere netto stikstofexcretie uit mest leiden. Hoewel deze emissiefactoren al langer in de Handreiking BEX stonden, waren die tot 2017 nog niet doorgevoerd in de Excretiewijzer en de Kringloopwijzer.

Handreiking bedrijfsspecifieke excretie 2017

Voor de berekening van de bedrijfsspecifieke excretie melkvee over het kalenderjaar 2017, gebruikt u de versie van 20 maart 2017.

Handreiking bedrijfsspecifieke excretie 2015 en 2016

Voor de berekening van de bedrijfsspecifieke excretie melkvee over het kalenderjaar 2016 blijft de Handreiking van 1 mei 2015 uitgangspunt. U mag de versie van 28 december 2016 gebruiken, omdat de nieuwe versie weinig verschilt in het eindresultaat met de handreiking die sinds 1 mei 2015 geldt.

Downloads:

Service menu right