Bij de verkoop, verhuur en oplevering van woningen is een geldig energielabel verplicht. Het Energielabel laat de energieprestatie van de woning zien en maakt duidelijk welke energiebesparende maatregelen nog mogelijk zijn. Het nemen van maatregelen draagt bij aan een comfortabele en energiezuinige woning. De labelklassen voor woningen lopen van A t/m G, oftewel van weinig naar veel besparingsmogelijkheden.

Het Energielabel voor woningen is een instrument dat bijdraagt aan het behalen van de doelstellingen die vastgelegd zijn in het Energieakkoord. Dit heeft het kabinet in 2013 gesloten met werkgevers, werknemers en milieuorganisaties met als doel een duurzame energievoorziening in Nederland. Met het label voldoet Nederland aan de Europese regelgeving en dragen we bij aan de Europese klimaatdoelen voor 2020. Woningeigenaren zijn verplicht om bij de overdracht van een woning aan een koper of huurder een (definitief) energielabel te geven. Hiermee wil de overheid eigenaren stimuleren energiebesparende maatregelen te nemen. Het energielabel is een bewustwordingsinstrument.

In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ondersteunt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) de zakelijke markt (de erkend deskundige en overige zakelijke doelgroepen) rondom de introductie van het energielabel.

Energielabel.nl ondersteunt de particuliere markt (woningeigenaren)  met informatie over het Energielabel. Het label aanvragen kunt u via Energielabelvoorwoningen.nl.

Energielabel: eenvoudige, toegankelijke methode

Bij de ontwikkeling van het nieuwe Energielabel voor woningen is een bewuste (beleids)keuze gemaakt voor een eenvoudige en toegankelijke methode die:

  • zo goed mogelijk aansluit bij het kennisniveau van woningeigenaren;
  • aansluit bij het merendeel van de situaties die in Nederlandse woningen voorkomen;
  • de kosten voor het opstellen van het label beperkt houdt.

Deze nieuwe eenvoudige energielabelmethode is op 1 januari 2015 in Nederland ingevoerd. Daarvoor was er een andere methode (ISSO 82) om het Energielabel te bepalen. Deze methode was complexer dan de nieuwe methode, waardoor de kosten voor het laten opstellen van een label hoger waren.

De nieuwe methode is zo ontwikkeld dat woningeigenaren zelf een label aan kunnen vragen door het beantwoorden van een aantal relatief eenvoudige vragen die daarna getoetst worden door een erkend deskundige. Een bezoek ter plaatse aan de woning is niet meer nodig, dit kan op afstand gebeuren.

Energielabels die voor 1 januari 2015 zijn opgesteld blijven, net als de nieuwe labels, 10 jaar geldig. Er is geen verplichting om deze labels nu al om te zetten naar de nieuwe methode, dat hoeft pas als het label verlopen is (verloopdatum staat vermeld op het label).

Energielabel: 10 woningkenmerken

Het Energielabel van een woning wordt bepaald op basis van 10 woningkenmerken. Deze kenmerken zijn:

  • Bouwjaar van de woning
  • Woningtype
  • Soort glas
  • Gevelisolatie
  • Dakisolatie
  • Vloerisolatie
  • Soort verwarming
  • Soort voorziening voor warm water voor de badkamer
  • Ventilatiesysteem
  • Zonnepanelen en zonneboiler

De aanvrager van het Energielabel hoeft alleen deze 10 kenmerken op te geven. Achter de schermen vindt een (uitgebreide) berekening plaats waarbij op basis van het bouwjaar,  woningtype en energetische kenmerken het Energielabel wordt bepaald.

De rekenmethode die achter het Energielabel schuilgaat is gebaseerd op dezelfde rekenmethode als de Energie-Index. Alleen is deze voor het Energielabel vereenvoudigd.

Wat bepaalt (de hoogte van) mijn energielabel?

Het Energielabel wordt bepaald op basis van een rekenmodel waarbij rekening gehouden wordt met de belangrijkste bouwkundige en installatietechnische gegevens van een woning. Om het vaststellen van het Energielabel niet onnodig ingewikkeld te maken, is het rekenmodel ontwikkeld op basis van een aantal eenvoudige vragen die in principe door iedere woningeiegnaar beantwoord zouden moeten kunnen worden.

Om u een indruk te geven waar de hoogte van het Energielabel door bepaald wordt, is hieronder een beknopte toelichting op de methodiek opgenomen.

Standaard woningtypen en afmetingen

In de rekenmethodiek zijn standaard woningtypen en afmetingen opgenomen. Deze afmetingen zijn gebaseerd op de meest voorkomende situaties in Nederlandse woningen en geven een goede indruk van de Nederlandse woningen.

Het grote voordeel van het werken met standaard woningen is dat het voor de aanvrager van het Energielabel niet nodig is om de hele woning op te meten. Uit ervaring is namelijk bekend dat de spreiding in woningafmetingen en vormen in Nederland niet heel groot is en een rubricering in woningtype (vrijstaand/twee onder een kap/hoekwoning etc.) en bouwjaarperiode voldoende is om verschillen tussen woningen weer te geven.

Verschillende bouwjaarklassen

Binnen de energielabelmethodiek zijn de woningtypen (vrijstaand/rijwoning/etc.) nader onderverdeeld in tien verschillende bouwjaarklassen. Aan deze bouwjaarklassen hangen belangrijke uitgangspunten voor het Energielabel.

U kunt zich voorstellen dat een vooroorlogsewoning in de oorspronkelijke situatie een heel ander isolatieniveau heeft dan een woning uit 1990. In de energielabelmethodiek wordt dit verschil meegenomen. Een niet-nageïsoleerde woning uit 1938 heeft hierdoor een slechtere isolatiewaarde dan een niet-nageïsoleerde woning uit 1980.

Maar ook de mate waarin het technisch mogelijk is om de woning, met traditionele technieken, na te isoleren, verschilt per bouwjaarperiode. Hier wordt in het Energielabel rekening mee gehouden. Alleen voor de situatie waarin een woning uitzonderlijk goed geïsoleerd is (meer dan 12 cm isolatie), is de isolatiekwaliteit voor alle bouwjaarperioden gelijk getrokken in het energielabel.     

Verwarming woning

Voor de verwarming van een woning zijn de meest voorkomende situaties in de methodiek opgenomen. Voor CV-ketels wordt een onderscheid gemaakt tussen ketels die voor 1998 geplaatst zijn en ketels die in of na 1998 geplaatst zijn. De achterliggende gedachte hierbij is dat het installatiejaar van de ketel vaak makkelijker te achterhalen is dan het exacte type.

Voor ketels die in of na 1998 geplaatst zijn, wordt een beter rendement aangehouden dan voor ketels die voor 1998 geplaatst zijn.  

Ventilatiesystemen

Voor ventilatiesystemen geldt eveneens dat de meest voorkomende situaties (afhankelijk van het bouwjaar van de woning) in de methode opgenomen zijn.

De aanwezigheid van zonneboilers (voor tapwater) en PV-panelen (om elektriciteit mee te maken) is eveneens van invloed op het energielabel. Bij zonneboilers wordt in de methodiek gerekend met een standaard systeem dat voor tapwater gebruikt wordt.

Bij PV-panelen blijkt in de praktijk dat het aantal m2 per woning zeer sterk kan verschillen. Daarom moet voor de PV panelen aangegeven worden hoeveel m2 aanwezig is.

Het is dus niet het aantal maatregelen dat bepaalt wat het Energielabel van de woning is. Het Energielabel wordt bepaald door de bovenstaande maatregelen daadwerkelijk door te rekenen voor het betreffende woningtype. Hierdoor is het ook niet mogelijk om te zeggen met welke maatregelen de woning nu wel/niet een labelsprong maakt, dat hangt af van de uitgangssituatie van de woning en hoe ‘ver’ de woning in de labelklasse zit.

In de webapplicatie kunt u aan de positie van het streepje in de labelklasse zien hoe ver de woning in de labelklasse zit (hoog/midden/laag). Zie de figuur hieronder, deze woning zit ‘midden’ in labelklasse D.  Het kan zijn dat het treffen van een maatregel bij deze woning niet voldoende is om over te stappen naar label C, maar in de figuur is dan wel te zien dat het streepje verschuift (binnen de D-klasse) in de richting van de C-klasse.

Labelklassen energielabel
 

Een energielabel aanvragen

Als een woningeigenaar zijn woning verkoopt of verhuurt, moet hij in het bezit zijn van een officieel geregistreerd definitief Energielabel. Dit Energielabel kan aangevraagd worden via Energielabelvoorwoningen.nl. De woningeigenaar moet op deze website de 10 kenmerkwaarden van de woning aanpassen naar de werkelijke situatie. Vervolgens berekent de webtool het energielabel. De webtool vraagt bij het definitief maken van het label om bewijs aan te dragen.  

De erkend deskundige controleert het bewijs. Na goedkeurig door de erkend deskundige is het definitief energielabel rechtsgeldig en terug te vinden:

Op  Energielabelvoorwoningen.nl kan de woningeigenaar tevens een bestaand Energielabel vernieuwen nadat hij energiebesparende maatregelen getroffen heeft.

Afschrift energielabel downloaden

Woningeigenaren ontvangen standaard een afschrift van het definitief Energielabel per mail, nadat de erkend deskundige of EPA adviseur het Energielabel heeft geregistreerd. Woningeigenaren kunnen het afschrift  ook downloaden op www.energielabelvoorwoningen.nl.

Erkend deskundigen of EPA adviseurs kunnen een afschrift  van het Energielabel downloaden op www.EP-online.nl. Desgevraagd kan dat aan de woningeigenaar worden overhandigd.
Het afschrift van het Energielabel (pdf-document) kan nooit als officiële documentatie gebruikt worden bij verkoop. Het heeft geen juridische waarde. Het officiële en definitieve label is enkel online te vinden op www.ep-online.nl.

Energiebesparingsadviezen

Op het afschrift staat het label. De labelklassen voor woningen lopen van A t/m G, oftewel van weinig naar veel besparingsmogelijkheden. Daarnaast staan op  het afschrift  adviezen voor mogelijke energiebesparende maatregelen voor het betreffende woningtype. Bij deze maatregelen staan bovendien de indicatieve kosten, baten en rendementen per woningtype. Het nemen van maatregelen draagt bij aan een comfortabele en energiezuinige woning.

Onderaan deze pagina vindt u een voorbeelddocument van het definitief Energielabel voor woningen (= afschrift na registratie).

Wanneer is een energielabel verplicht?

Het definitief Energielabel is verplicht bij de verkoop, verhuur of oplevering van woningen.

Bij het ontbreken van een geldig Energielabel riskeert de woningeigenaar een boete die kan oplopen tot 405 euro. Er zijn enkele uitzonderingen. Het Energielabel is niet verplicht voor officiële monumenten,  studenten(kamers) of caravans en woonwagens kleiner dan 50 m2. Meer informatie, voorbeelden en uitzonderingen vindt u in de download 'FAQ Welke gebouwen (delen) zijn energielabelplichtig' onderaan deze pagina.

De Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) controleert de aanwezigheid van een label.

Energie-Index versus energielabel

Het Energielabel moet overigens niet worden verward met de Energie-Index. Wat zijn de belangrijkste verschillen?

Meer weten over de berekening van het energielabel?

De Rekenmethodiek Definitief Energielabel beschrijft welke invoer nodig is om het officiële Energielabel van een woning te bepalen. De methodiek is gebaseerd op de volgende onderliggende normen en documenten:

  • NEN 7120 inclusief de correctiebladen C1 t/m C4;
  • NEN 8088-1 inclusief de correctiebladen C1 en C2;
  • NEN 1068:2012 inclusief het correctieblad C1;
  • Nader Voorschrift van 10 februari 2014 en meest recente erratalijst.

Meer informatie

Downloads:

Service menu right