Begeleiding van deelnemers aan mbo-opleidingen

Meer artikelen
Subsidieregeling Praktijkleren: leerlingen maken notities
mboVoorwaarden
Werkgever

Erkend leerbedrijf dat het praktijkdeel van de opleiding voor de deelnemer verzorgt

Sectoren

Beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in alle sectoren

Niveaus

Alle niveaus in het mbo-bbl

Diplomagerichte opleidingen

Opleidingen uit het Centraal register beroepsopleidingen (Crebo)

Praktijkleerovereenkomst

Geldige overeenkomst tussen onderwijsinstelling, werkgever, deelnemer en kenniscentrum (tot 1 augustus 2015)

Subsidiebedrag

Maximum van € 2.700 per deelnemer per studiejaar

Wetgeving

WEB – Wet educatie en beroepsonderwijs

 

Toelichting

Een deelnemer volgt een volledig onderwijsprogramma voor een erkend kwalificerend diploma aan een mbo-opleiding. Dit kan voor alle niveaus voor zover het om een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gaat.
Dit betekent dat elk studiejaar van een bbl onderwijsprogramma in ieder geval omvat:

  • 200 begeleide onderwijsuren verzorgd door de onderwijsinstelling
  • 610 klokuren beroepspraktijkvorming in het erkende leerbedrijf

De 200 begeleide onderwijsuren geldt zowel voor bekostigde als niet-bekostigde opleidingen.
Als overgangsmaatregel is de urennorm niet van toepassing in de volgende situatie: een werkgever verzorgt begeleiding op basis van een praktijkleerovereenkomst die voor 1 augustus 2013 is afgesloten.

Welke mbo-opleidingen komen in aanmerking?

Alleen bbl-opleidingen die gericht zijn op een volledig diploma komen in aanmerking. Voor het mbo dienen deze opleidingen te zijn opgenomen in het Crebo.
Maatwerktrajecten komen alleen in aanmerking als het traject volledig aan de eisen voldoet van een volledig onderwijsprogramma mbo-bbl.
Let op: deelnemers aan een beroepsopleidende leerweg (bol) vallen niet onder de subsidieregeling. Dit geldt ook voor deelnemers aan de Derde Leerweg (OVO), EVC-trajecten en specifieke maatwerkopleidingen (geen mbo bbl-opleidingen).

Erkenning leerbedrijf

Het doel van de regeling is het stimuleren van werkgevers om praktijkleerplaatsen te bieden. Hierdoor kunnen deelnemers zich volop ontwikkelen in hun vak(gebied). Daarbij zijn de bereidheid om een deelnemer te willen opleiden én een erkenning van een kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven essentiële voorwaarden. Bent u nog geen erkend leerbedrijf? Meldt u dan aan om erkend leerbedrijf te worden.

Praktijkleerovereenkomst

De praktijkleerovereenkomst legt de rechten en verplichtingen vast van de betrokken partijen. De overeenkomst omvat in ieder geval de volgende zaken (artikel 7.2.8 van de WEB):

  • de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming
  • het totaal aantal te volgen praktijkuren en de verdeling daarvan over de studiejaren
  • de begeleiding van de deelnemer
  • dat deel van de kwalificaties dat de deelnemer tijdens de beroepspraktijkvorming dient te behalen en de beoordeling daarvan
  • de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden

De praktijkleerovereenkomst is geldig als bovenstaande zaken op deelnemersniveau zijn afgesproken en de overeenkomst is getekend door:

  • het bevoegd gezag van de school
  • de leerling of zijn wettelijke vertegenwoordiger
  • het erkende leerbedrijf
  • het bestuur van het kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven (tot 1 augustus 2015)

Vierde handtekening van kenniscentrum

Per 1 augustus 2015 zijn de verschillende kenniscentra samengegaan in de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Met deze samenvoeging is de wettelijke taak van het medeondertekenen van de praktijkleerovereenkomst verdwenen. De zogenaamde vierde handtekening komt dus vanaf 1 augustus 2015  te vervallen.

Schooljaar 2014/2015

Tijdens  het schooljaar zijn er trajecten die later in het schooljaar beginnen dan andere. Voor alle trajecten gelden dezelfde voorwaarden. Formeel moeten alle praktijkleerovereenkomsten van dit schooljaar voorzien zijn van 4 handtekeningen. De praktijk is echter dat een praktijkleerovereenkomst niet altijd voor aanvang van het traject door alle partijen is ondertekend. Vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is een brief naar de onderwijsinstellingen verstuurd waarin staat hoe om te gaan met de ondertekening van de praktijkleerovereenkomst. In de brief staat onderstaande uitleg over een overgangsperiode.

Voor bpv-overeenkomsten die betrekking hebben op een bpv-periode die is aangevangen op (of na) 1 mei 2015 heeft het ontbreken van de vierde handtekening geen gevolgen voor de geldigheid van de overeenkomst en ook geen consequenties voor de bekostiging. De minister heeft dit ook via de Onderwijsinspectie gecommuniceerd aan de instellingsaccountants.

Voor bpv-overeenkomsten die betrekking hebben op een bpv-periode die vóór 1 mei 2015 is aangevangen mag worden verwacht dat er een vierde handtekening is geplaatst. Dit vanwege het feit dat de bpv ruimschoots voor de afschaffingsdatum van de vierde handtekening (1 augustus 2015) is aangevangen.

Schooljaar 2015/2016

Nieuwe overeenkomsten voor het schooljaar 2015/2016 worden niet meer ondertekend door het SBB. De WEB is hierop aangepast in artikel 7.2.9.

Aanwezige administratie

De werkgever beschikt per deelnemer over de volgende administraties:

  • een door alle partijen ondertekende praktijkleerovereenkomst
  • een aanwezigheidsregistratie van de deelnemer bij de beroepspraktijkvorming bij het erkende leerbedrijf
  • een administratie waaruit de begeleiding van de deelnemer blijkt
  • een administratie waaruit blijkt hoe en welke kwalificaties ten opzichte van de beroepspraktijkvorming zijn behaald

Meer informatie hierover vindt u op de pagina Administratie en controle.

De situatie voor mbo in studiejaar 2015/2016

Met studiejaar wordt bedoeld: de periode van 1 augustus 2015 tot en met 31 juli 2016. Voor de subsidieaanvragen studiejaar 2015/2016 wordt onder een gerealiseerde praktijkleerplaats verstaan: het aantal weken dat daadwerkelijk begeleiding in de praktijk van het beroep plaatsvindt. Om voor het maximale subsidiebedrag in aanmerking te komen moet gedurende minimaal 40 weken begeleiding zijn verzorgd tijdens het studiejaar. Weken van afwezigheid door bijvoorbeeld ziekte of vakantie tellen niet mee als weken van begeleiding.

 

Service menu right