Biomassa SDE+ 2017

Meer artikelen
Biomassa-installatie

De SDE+ ondersteunt in 2017 de productie van energie uit biomassa. U kunt subsidie aanvragen voor vergisting en co-vergisting van mest, allesvergisting, thermische conversie, bij- en meestook van biomassa in kolencentrales, afvalwater- en rioolwaterzuivering (AWZI en RWZI) en vergassing.

Ook is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor verlengde levensduur voor installaties die eerder zijn gesubsidieerd vanuit de (OV-) Regeling Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie MEP of de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties.

Vergisting

In de SDE+ 2017 worden verschillende categorieën opengesteld voor nieuwe vergistingsinstallaties. Voorwaarde is dat ten minste de vergistingstank nieuw is. De gasmotor, ketel of biogasopwaardeerinstallatie mag bestaand zijn. De categorieën nieuwe vergisting die voor subsidie in aanmerking komen zijn:
  • Allesvergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas. Door vergisting van een groot aantal reststromen die genoemd worden in de NTA8003 kan een hoge productie aan hernieuwbare energie worden geproduceerd. De NTA8003 wordt uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut. Er geldt een minimale biogasproductie van 25 Nm3 (aardgasequivalent) per ton ingevoerd materiaal.
  • Mestcovergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas. Mestcovergisting is de vergisting van ten minste 50% mest. Daarnaast kunnen tot maximaal 50% andere stoffen worden toegevoegd volgens de Uitvoeringsregeling Meststoffen. Het digestaat dat na vergisting overblijft, mag als meststof worden verhandeld. In de categorie mestcovergisting WKK wordt veel gebruik gemaakt van de droging van mest. Daarom is vanaf 2017 het aantal vollasturen voor deze categorie verhoogd, zie tabel Biomassa SDE+ 2017.
  • Mestmonovergisting ≤ 400 kW voor de productie van warmte, elektriciteit of hernieuwbaar gas. De input moet minimaal voor 95% uit mest bestaan. Nieuw in 2017 is de bovengrens van het maximale opgesteld vermogen van 400 kW. Grotere projecten voor monomestvergisting kunnen in de categorie mestcovergisting indienen. Het toegestaan aantal vollasturen voor monomestvergisting WKK is in 2017 vastgesteld op 7.200 in verband met een groter potentieel voor nuttig toepasbare hernieuwbare warmte.
De minister wil in 2017 ook een aparte tenderregeling voor kleinschalige monomestvergisting openstellen. Na goedkeuring van de tenderregeling door de Europese Commissie vindt publicatie in de Staatscourant plaats. Op Tender Monomestvergisting vindt u de actuele informatie. 

Thermische conversie

Als eindproducten worden hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en/of hernieuwbare elektriciteit gesubsidieerd. Daarnaast bestaat in 2017 de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor verlengde levensduur van installaties die eerder zijn gesubsidieerd vanuit de MEP. Op het moment van aanvragen van de subsidie moet de installatie minimaal 7 jaar oud zijn.
 
In 2017 kunt u voor vier categorieën ‘Ketels op biomassa’ voor warmteproductie subsidie aanvragen. Er wordt onderscheid gemaakt op basis van de volgende vermogens en soorten biomassa die worden ingezet:
  • Ketel op vloeibare biomassa met een thermisch vermogen ≥ 0,5 MW
  • Ketel op vaste of vloeibare biomassa met een thermisch vermogen van ≥ 0,5 MW en < 5 MW
  • Ketel op vaste of vloeibare biomassa met een thermisch vermogen ≥ 5 MW
  • Ketel voor industriële stoom uit houtpellets met een vermogen van ≥ 0,5 MWth. De ondergrens om in aanmerking te komen is verlaagd ten opzichte van 2016.
Voor de categorie ‘Ketel op vloeibare biomassa ≥ 0,5 MW’ is het mogelijk om een subsidieaanvraag in te dienen voor een productie-installatie waarvoor reeds eerder subsidie is verleend. Het blijkt dat er installaties zijn die door gewijzigde omstandigheden meer vollasturen kunnen draaien dan voorheen mogelijk bleek. Aangezien in het basisbedrag voor dit type installatie geen rekening wordt gehouden met de kostprijs van een ketel leidt dit niet tot overstimulering. Daarnaast is het zo dat elk productiejaar de eerdere beschikking volledig benut moet worden voordat subsidie op de latere beschikking wordt uitgekeerd.
 
Voor biomassaketels met een thermisch vermogen vanaf 0,5 MW tot 5 MW is het aantal vollasturen verlaagd van 4.000 naar 3.000.
 
In de laatste categorie ‘Ketels op biomassa’ mag naast pellets uit vers hout, ook maximaal 15% pellets uit A-hout mogen worden toegepast. B-hout is niet toegestaan.
 
Voor de eerste en de laatste categorie geldt dat u aannemelijk moet maken dat de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidseisen. Voor vloeibare biomassa volgen die eisen uit de ‘Reneable Energy Directive’ (RED).
 
Voor meer informatie over de duurzaamheidseisen voor biomassa die wordt ingezet voor de SDE+ categorieën bij- en meestook in Nederlandse kolencentrales en ketel industriële stoom uit houtpellets zie de pagina Duurzaamheidseisen.
 
U kunt ook subsidie aanvragen voor de categorie
 ‘Thermische conversie biomassa, gecombineerde opwekking’. Voor de categorie ‘Thermisch conversie WKK’ geldt dat de installatie een vermogen heeft van 100 MWe of minder en dat het elektrisch rendement van de installatie minimaal 10% bedraagt.
 
Ook kunt u subsidie aanvragen voor de categorie ‘Thermische conversie WKK verlengde levensduur’ voor een installatie met een vermogen van ten hoogste 50 MWe.
 
Verder gelden de volgende eisen:
  • Als er vloeibare biomassa wordt gebruikt, moet worden aangetoond dat deze voldoet aan de duurzaamheidseisen van de RED
  • Er mag geen B-hout worden gebruikt als brandstof. Deze eis geldt niet voor de verlengde levensduur categorie
  • Uitgezonderd de categorie 'Ketel op vloeibare biomassa' geldt dat tenminste 95% van de energetische waarde van de gebruikte brandstof biogeen moet zijn.

Bij- en meestook

In het Energieakkoord is afgesproken om vanaf 2015 deze technologie te stimuleren voor maximaal 25 PJ/jaar. In de SDE+ 2016 zijn beschikkingen afgegeven voor in totaal 24,84 PJ/jaar. Voor de openstellingsronde SDE+ voorjaar 2017 resteert dus nog maximaal 0,16 PJ/jaar (347.653.251 kWh).
 
Bij- en meestook van biomassa in kolencentrales is in 2015 toegevoegd aan SDE+. Voor installaties die al eerder via de MEP-regeling biomassa hebben bij- of meegestookt, kunt u subsidie aanvragen in de categorie ‘Bestaande capaciteit voor bij- en meestook van biomassa in kolencentrales’. Bij deze installaties zijn de investeringen die nodig zijn om de biomassa bij of mee te kunnen stoken al gedaan.
Voor bestaande en nieuwe kolencentrales die nog niet eerder biomassa hebben bijgestookt, kan subsidie worden aangevraagd in de categorie ‘Nieuwe capaciteit voor meestook van biomassa in kolencentrales’.
 
Jaarlijks mag voor maximaal 15% van de hernieuwbare energieproductie worden geëxperimenteerd met de input van biomassastromen. Vanaf 2016 mogen deze stromen ook bestaan uit A-hout.
 
Voor meer informatie over de duurzaamheidseisen voor biomassa die wordt ingezet voor de SDE+ categorieën bij- en meestook in Nederlandse kolencentrales en ketel industriële stoom uit houtpellets zie de pagina Duurzaamheidseisen.

AWZI/RWZI Thermische drukhydrolyse

Waterzuiveringen die worden voorzien van thermische drukhydrolyse komen in 2017 in aanmerking voor subsidie vanuit SDE+. Ook bestaande zuiveringen die al voorzien zijn van een gasmotor kunnen subsidie krijgen. De installatie voor thermische drukhydrolyse moet echter nieuw zijn om voor subsidie in aanmerking te komen.

RWZI Thermofiele gisting van secundair slib

Thermofiele vergistingsinstallaties waarin zuiveringsslib dat voor tenminste 50% uit secundair slib bestaat wordt verwerkt, komen in aanmerking voor subsidie. Het secundaire slib dat verwerkt wordt moet dan wel grotendeels afkomstig zijn van andere rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) dan de RWZI waar de vergistingsinstallatie staat. Het geproduceerde biogas wordt hier door middel van een WKK-installatie omgezet in elektriciteit en/of warmte. Bij deze categorie moet de vergistingsinstallatie nieuw zijn.

AWZI/RWZI Hernieuwbaar gas

Er is subsidie mogelijk voor de categorie ‘Waterzuiveringsinstallaties (AWZI/ RWZI) die hernieuwbaar gas produceren’. Het kan dan ook gaan om bestaande vergistingsinstallaties. De installatie voor de opwerking en eventuele invoeding van hernieuwbaar gas moet dan wel nieuw zijn. De installatie mag verder geen deel uitmaken van een bestaande hernieuwbaar-gas-hub.

Vergassing

In de SDE+ regeling van 2017 is een categorie opengesteld voor de productie van hernieuwbaar gas uit vergassing van biomassa. Biosyngas wordt niet gesubsidieerd; dat moet immers eerst worden omgezet naar methaan voordat het op het gasnet wordt ingevoed. Mocht dit biosyngas worden omgezet in elektriciteit of warmte dan kan deze productie wel meetellen voor de hernieuwbare energiedoelstelling.

Verlengde levensduur

In de SDE+ 2017 zijn enkele categorieën opengesteld voor biomassa-installaties die eerder gesubsidieerd zijn vanuit de (OV)MEP. Het betreft installaties die aan het einde van hun subsidieperiode van 10 jaar zijn gekomen en nog kunnen blijven produceren. Eigenaren van deze installaties hebben de mogelijkheid om een switch te maken naar hernieuwbaar gas of warmte. De categorieën die voor verlengde levensduur in aanmerking komen zijn:
  • Allesvergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas
  • Mestcovergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas
  • Thermische conversie van biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte (WKK) of alleen elektriciteit ≤ 50 MWe
Op het moment van aanvragen van de subsidie moet de installatie 7 jaar oud zijn en ten minste voor een deel van de tijd (OV)MEP-subsidie hebben ontvangen. De aanvrager heeft dan 3 jaar de tijd om zonder onderbreking van subsidie de verlengde levensduur voor zijn productie-installatie voor te bereiden. De subsidieperiode voor de SDE+ aanvraag verlengde levensduur kan pas ingaan als de subsidieperiode van de (OV)MEP is afgelopen.

Garanties van Oorsprong (GVO)

Garanties van Oorsprong worden afgegeven door Vertogas en CertiQ. Vertogas is aangewezen als Garantie Beheerinstantie voor hernieuwbaar gas. Het aanmelden en certificeren via Vertogas is verplicht. Voor warmte en elektriciteit is de route van aanmelden en certificeren via CertiQ verplicht.

Nuttig aangewende warmte

RVO.nl geeft alleen subsidie voor warmte uit de wkk als deze voldoet aan de definitie van - nuttig aangewende warmte - zoals bedoeld in de GVO-regeling. Per 1 januari 2017 is de GVO-regeling aangescherpt. In de aanhef van de definitie is als extra voorwaarde opgenomen - voor zover daarmee de inzet van niet-hernieuwbare energie wordt voorkomen.

Dit betekent dat uw toepassing zoals het drogen van mest of de teelt van gewassen ook gecontroleerd kan worden op deze besparing van niet-hernieuwbare energie. Hierbij is het belangrijk dat de hoeveelheid geproduceerd product (gewassen, gedroogde mest) in verhouding staat met de ingezette hoeveelheid nuttige warmte. Daarnaast moet de toepassing van dit product voldoende toegevoegde waarde hebben. Informatie over de GVO's komt op de website van CertiQ.

Kenmerken en wijzigingen ten opzichte van 2016

Monomestvergisting

Nieuw in 2017 is de bovengrens van het maximale opgesteld vermogen van 400 kW voor deze categorieën. Het toegestaan aantal vollasturen voor monomestvergisting WKK is vastgesteld op 7.200.

Ketels op biomassa

Voor biomassaketels vanaf 0,5 MW tot 5 MW is het aantal vollasturen verlaagd van 4.000 naar 3.000.

Bij- en meestook

Met de publicatie van de Aanwijzingsregeling SDE-categorieën voorjaar 2017 is een beperkte vorm van forward banking toegestaan voor de categorieën bij- en meestook.

Ketel industriële stoomproductie uit houtpellets

Het thermisch vermogen in de categorie ‘Ketel voor industriële stoomproducties uit houtpellets' van ≥ 10 MW is in 2017 verlaagd naar ≥ 5 MW. Voor deze categorie geldt dat naast pellets uit vers hout, ook maximaal 15% pellets uit A-hout mag worden toegepast. B-hout is niet toegestaan.

Omzetting MEP naar SDE+

Omzetting MEP naar SDE+ is voor de categorie ‘WKK-installaties’ vervallen omdat er geen projecten meer zijn die hiervoor in aanmerking kunnen komen. Verlengde levensduur zonder vervroegd stoppen van de MEP blijft wel mogelijk, zie Thermische conversie.

Veelgestelde vragen SDE+ biomassa

Heeft u vragen over deze subsidie? Lees de FAQ voor antwoorden op veelgestelde vragen.

Downloads:

Service menu right