Biomassa SDE+ 2016

Meer artikelen
Biomassa-installatie

De SDE+ ondersteunt in 2016 de productie van energie uit biomassa. U kunt subsidie aanvragen voor vergisting en co-vergisting van mest, allesvergisting, thermische conversie, bij- en meestook van biomassa in kolencentrales, afvalwater- en rioolwaterzuivering (AWZI en RWZI) en vergassing.

Ook is het mogelijk om subsidie aan te vragen voor verlengde levensduur voor installaties die eerder zijn gesubsidieerd vanuit de (OV-) MEP (Regeling Milieukwaliteit van de Elektriciteitsproductie of de Subsidieregeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties).

Vergisting

In de SDE+ 2016 worden verschillende categorieën opengesteld voor nieuwe vergistingsinstallaties. Voorwaarde is dat ten minste de vergistingstank nieuw is. De gasmotor, ketel of biogasopwaardeerinstallatie mag bestaand zijn. De categorieën nieuwe vergisting die voor subsidie in aanmerking komen zijn:

  • Allesvergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas. Door vergisting van een groot aantal reststromen die genoemd worden in de NTA8003 kan een hoge productie aan hernieuwbare energie worden geproduceerd. De NTA8003 wordt uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut. Er geldt een minimale biogasproductie van 25 Nm3 (aardgasequivalent) per ton ingevoerd materiaal.
  • Mestcovergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas. Aan mest mogen volgens de Uitvoeringsregeling Meststoffen diverse producten worden toegevoegd. Het digestaat dat na vergisting overblijft, mag als meststof worden verhandeld.
  • Mestmonovergisting voor de productie van warmte, elektriciteit of hernieuwbaar gas. De input moet dan minimaal voor 95% uit mest bestaan.

Thermische conversie

Als eindproducten worden hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en/of hernieuwbare elektriciteit gesubsidieerd. Daarnaast bestaat in 2016 de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor verlengde levensduur van installaties die eerder zijn gesubsidieerd vanuit de MEP. Op het moment van aanvragen van de subsidie moet de installatie minimaal 7 jaar oud zijn.
In 2016 kunt u voor vier categorieën ‘Ketels op biomassa’ voor warmteproductie subsidie aanvragen. Er wordt onderscheid gemaakt op basis van de volgende vermogens en soorten biomassa die worden ingezet:

  • Ketel op vloeibare biomassa met een vermogen ≥ 0,5 MWth
  • Ketel op vaste of vloeibare biomassa met een vermogen van ≥ 0,5 MWth en < 5 MWth
  • Ketel op vaste of vloeibare biomassa met een vermogen ≥ 5 MWth
  • Ketel voor industriële stoom uit houtpellets met een vermogen van ≥ 10 MWth
Nieuw in deze laatste categorie is dat naast pellets uit vers hout, ook maximaal 15% pellets uit A-hout mogen worden toegepast. B-hout is niet toegestaan. Voor meer informatie over de duurzaamheidseisen voor biomassa die wordt ingezet voor de SDE+ categorieën bij- en meestook in Nederlandse kolencentrales en ketel industriële stoom uit houtpellets zie de pagina Duurzaamheidseisen.

U kunt ook subsidie aanvragen voor de categorie
 ‘Thermische conversie biomassa, gecombineerde opwekking’. De twee deelcategorieën die in 2015 nog bestonden zijn in 2016 samengevoegd tot één categorie. Het vermogen van de installatie is 100 MWe of minder. Als eindproduct wordt hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte gesubsidieerd. Indien er vloeibare biomassa wordt gebruikt, moet worden aangetoond dat deze voldoet aan de duurzaamheidseisen.

Bij- en meestook

In het Energieakkoord is vastgelegd dat de meestook maximaal 25 PJ per jaar mag bedragen. In de SDE+ 2016 najaarsronde is een productieplafond van 32.372.191.027 kWh opengesteld.
 
Bij- en meestook van biomassa in kolencentrales is in 2015 toegevoegd aan SDE+. Voor installaties die al eerder via de MEP-regeling biomassa hebben bij- of meegestookt, kunt u subsidie aanvragen in de categorie ‘Bestaande capaciteit voor bij- en meestook van biomassa in kolencentrales’. Bij deze installaties zijn de investeringen die nodig zijn om de biomassa bij of mee te kunnen stoken al gedaan.

Voor bestaande en nieuwe kolencentrales die nog niet eerder biomassa hebben bijgestookt, kan subsidie worden aangevraagd in de categorie ‘Nieuwe capaciteit voor meestook van biomassa in kolencentrales’.

Subsidiëring van bij- en meestook vloeit voort uit het Energieakkoord. In dat akkoord is afgesproken dat de gebruikte biomassa moet voldoen aan duurzaamheidseisen. Er wordt nog gewerkt aan deze duurzaamheidseisen. De precieze uitwerking van de eisen voor vaste biomassa wordt voor openstelling van de regeling verwacht. Daarnaast wordt gewerkt aan de verankering en certificering van de duurzaamheidseisen in de Wet Milieubeheer.

AWZI/RWZI

AWZI/RWZI Thermische drukhydrolyse

Waterzuiveringen die worden voorzien van thermische drukhydrolyse komen in 2016 in aanmerking voor subsidie vanuit SDE+. Ook bestaande zuiveringen die al voorzien zijn van een gasmotor kunnen subsidie krijgen. De installatie voor thermische drukhydrolyse moet echter nieuw zijn om voor subsidie in aanmerking te komen.

RWZI Thermofiele gisting van secundair slib

Thermofiele vergistingsinstallaties waarin secundair slib wordt verwerkt, komen in aanmerking voor subsidie. Het secundaire slib dat verwerkt wordt moet dan wel grotendeels afkomstig zijn van andere rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s) dan de RWZI waar de vergistingsinstallatie staat. Het geproduceerde biogas wordt hier door middel van een WKK-installatie omgezet in elektriciteit en/of warmte.

AWZI/RWZI Hernieuwbaar gas

Er is subsidie mogelijk voor de categorie ‘Waterzuiveringsinstallaties (AWZI/ RWZI) die hernieuwbaar gas produceren’. Het kan dan ook gaan om bestaande vergistingsinstallaties. De installatie voor de opwerking en eventuele invoeding van hernieuwbaar gas moet dan wel nieuw zijn. De installatie mag verder geen deel uitmaken van een bestaande hernieuwbaar-gas-hub.

Vergassing

In de SDE+ 2016 is een categorie opengesteld voor de productie van hernieuwbaar gas uit vergassing van biomassa. Biosyngas wordt niet gesubsidieerd.

Verlengde levensduur

In de SDE+ 2016 zijn enkele categorieën opengesteld voor biomassa-installaties die eerder gesubsidieerd zijn vanuit de (OV)MEP. Het betreft installaties die aan het einde van hun subsidieperiode van 10 jaar zijn gekomen en nog kunnen blijven produceren. Eigenaren van deze installaties hebben de mogelijkheid om een switch te maken naar hernieuwbaar gas of warmte. De categorieën die voor verlengde levensduur in aanmerking komen zijn:

  • Allesvergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas
  • Mestcovergisting voor de productie van warmte, elektriciteit en warmte (WKK) of hernieuwbaar gas
  • Thermische conversie van biomassa voor de productie van elektriciteit en warmte (WKK) of alleen elektriciteit ≤ 50 MWe

Op het moment van aanvragen van de subsidie moet de installatie 7 jaar oud zijn en ten minste voor een deel van de tijd (OV)MEP-subsidie hebben ontvangen. De aanvrager heeft dan 3 jaar de tijd om zonder onderbreking van subsidie de verlengde levensduur voor zijn productie-installatie voor te bereiden. De subsidieperiode voor de SDE+ aanvraag verlengde levensduur kan pas ingaan als de subsidieperiode van de (OV)MEP is afgelopen.

Productiegegevens in kWh

Met ingang van 1 januari 2015 worden de productiegegevens van warmte en hernieuwbaar gas weergegeven in de eenheid kWh. Er gelden daarmee andere tarieven voor alle warmte en wkk-opties (was €/GJ) en hernieuwbaar gas (was €/Nm3). Hiermee sluit de systematiek aan bij de certificaten die door CertiQ en Vertogas worden afgegeven.

Nieuwe regeling Garanties van Oorsprong (GVO)

Vanaf 1 januari 2015 is een nieuwe regeling Garanties van Oorsprong van kracht. Vertogas is aangewezen als Garantie Beheerinstantie voor hernieuwbaar gas. Voor hernieuwbaar gas is de route van aanmelden en certificeren via Vertogas verplicht. Voor warmte en elektriciteit is de route van aanmelden en certificeren via CertiQ verplicht geworden.

Kenmerken en wijzigingen ten opzichte van 2015

Uitbreiding warmte

De categorie ‘Uitbreiding warmte’ is vervallen. Projecten kunnen naar andere categorieën uitwijken.

Thermische conversie gecombineerde opwekking

Vanaf 2016 wordt er in de categorie ‘Thermische conversie gecombineerde opwekking’ geen onderscheid meer gemaakt naar vermogen van de installatie. Deze categorieën zijn samengevoegd omdat de kleine installaties in de praktijk gebruik blijken te maken van dezelfde techniek als de grotere installaties. Voor deze categorie geldt een eis voor het elektrisch rendement van 10%.

Bij- en meestook

Jaarlijks mag voor maximaal 15% van de hernieuwbare energieproductie worden geëxperimenteerd met de input van biomassastromen. Vanaf 2016 mogen deze stromen ook bestaan uit A-hout.

Ketel industriële stoomproductie uit houtpellets

Als het gaat om de categorie ‘Ketel industriële stoomproductie uit houtpellets’, geldt dat de lengte van de looptijd van de subsidie wordt teruggebracht van 12 naar 8 jaar. Die looptijd sluit namelijk beter aan bij de investeringstermijn voor dit type installatie.

Omzetting MEP naar SDE+

Om de nuttige toepassing van warmte te stimuleren, kunnen MEP-subsidies voor thermische conversie van biomassa (WKK) worden omgezet in een SDE+ subsidie. Binnen deze SDE+ categorie geldt een lagere subsidie voor de productie van elektriciteit. Om het verschil te compenseren en tegelijkertijd de productie van warmte te subsidiëren, is er een basisbedrag opgenomen voor de resterende looptijd van de MEP-subsidie: 1 jaar MEP-compensatie.

Veelgestelde vragen SDE+ biomassa

Heeft u vragen over deze subsidie? Lees de FAQ voor antwoorden op veelgestelde vragen.

Downloads:

Service menu right