Veelgestelde vragen SDE+ biomassa

Meer artikelen

FAQ

Welke stoffen zijn in de SDE+ 2016 toegestaan voor de categorie allesvergisting?

De SDE+ 2016 staat voor de categorie allesvergisting bijna alle stoffen uit de NTA 8003, 2008 toe. Er is een uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 t/m 559. Deze nummers verwijzen naar de Nederlandse Technische Afspraak 8003 (NTA 8003, 2008). Het Nederlands Normalisatie-Instituut (NEN) geeft deze classificatie van biomassa voor energietoepassing uit. Om gebruik te kunnen maken van deze categorie moet de biogasopbrengst van de ingaande stroom tenminste 25 Nm3 aardgasequivalent per ton bedragen.

Moet de brandstof voor de totale productie voor de categorie Thermische Conversie 100 % biogeen zijn?

Nee, ten minste 95 % van de energetische waarde van de brandstof moet biogeen zijn. De installatie mag dus worden opgestart met bijvoorbeeld aardgas (mits minder dan 5%) maar in deze categorie is het verbranden van RDF, door het hoge aandeel kunststof, niet mogelijk.

Wie komt er in aanmerking voor de categorie verlengde levensduur bestaande installaties?

Alle biomassa-installaties met een (OV)MEP-beschikking die hernieuwbaar gas, hernieuwbare elektriciteit én/of warmte produceren komen in aanmerking. De uitzondering hierop zijn afvalverbrandingsinstallaties.

De installatie moet op het moment van aanvragen minimaal 7 jaar oud zijn. De tweede voorwaarde is dat deze binnen 3 jaar na datum van subsidieverlening opnieuw in gebruik genomen wordt.
 
Daarnaast gelden nog andere voorwaarden waar productie-installaties aan moeten voldoen. Bij thermische conversie biomassa geldt bijvoorbeeld ook dat ten minste 95 procent van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen moet zijn.

Mogen er in combinatie met gft ook andere soorten biomassa worden vergist?

Vanaf de SDE-ronde 2010 geldt voor subsidieverleningen 2008, 2009 en 2010 dat er maximaal 50 procent andere producten mag worden vergist.

Uitzondering vormen de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de Nederlandse Technische Afspraak 8003 (NA 803, 2008).

Vanaf 1 juli 2011 mag bij subsidieverleningen ook biomassa met de nummers 430, 587 en 589 worden ingezet. Het Nederlandse Normalisatie-Instituut (NEN) geeft deze classificatie van biomassa voor energietoepassing uit.

 

Klopt het dat ik bij Overige Vergisting meer stoffen mag gebruiken dan in de regeling SDE 2008-2010 genoemd staan?

Ja, dat klopt. Vanaf 1 juli 2011 zijn ook voor de subsidieverleningen ‘Overige Vergisting’ uit de SDE 2008, 2009 en 2010 de toegestane biomassa stromen uitgebreid met de nummers 430, 587 en 592. Deze nummers verwijzen naar de Nederlandse Technische Afspraak 8003 (NTA 8003, 2008).
 
Het Nederlands Normalisatie-Instituut (NEN) geeft deze classificatie van biomassa voor energietoepassing uit. U kunt bij het NEN een compleet exemplaar bestellen tegen vergoeding. Daarnaast heeft ECN een overzicht van alle codes op de website staan.

Gelden de duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa ook voor kleinschalige toepassingen?

Nee, in het energieakkoord is alleen afgesproken dat de duurzaamheidscriteria gaan gelden voor bij- en meestook. Door de grote brandstofvraag en het brandstoftype  zijn ze daarnaast van toepassing verklaard voor de industriële stoomketels gestookt met pellets met een vermogen groter dan 10 MWth.

Hoe kan ik aantonen dat de biomassa bij Bij- en meestook en Pelletketels groter dan 10MWth voldoende duurzaam geproduceerd is?

Tussen de energiebedrijven, natuurorganisaties, de ministeries van Economische Zaken  en Infrastructuur en Milieu zijn afspraken gemaakt welke criteria getoetst moeten worden en hoe kan worden aangetoond dat aan de duurzaamheidseisen is voldaan. Omdat er voorlopig nog geen certificaat beschikbaar is, zal in de tussenliggende periode met een rapportage onderbouwd moeten worden dat de ingezette biomassa duurzaam is. Binnenkort maken wij de nieuwe randvoorwaarden bekend.

Wordt in geval van een aanvraag voor biomassa meestook gekeken naar het totale vermogen van de kolencentrale of naar de meestookcapaciteit, in het kader van staatssteun?

In artikel 4 lid 2 van het besluit is aangegeven dat een beschikking met een nominaal vermogen gelijk aan of groter dan 250 MW kan worden verleend onder de voorwaarde dat goedkeuring wordt verkregen van de Europese Commissie in het kader van staatssteun.

In de goedkeuring van de Commissie staat dat voor de SDE-regeling geldt dat bij de huidige verdeelsystematiek niet individueel gemeld hoeft te worden, omdat de commissie van mening is dat er sprake is van een concurrerende inschrijfprocedure. Derhalve hoeft niet te worden getoetst op de aanmelddrempel van 250 MW.

 

 

Welke producten mag ik als co-product aan mest toevoegen en hoeveel?

U mag alleen producten toevoegen die in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet staan. Het gewicht co-product mag niet meer dan de gebruikte hoeveelheid mest bedragen. De invoer in de vergister moet voor minimaal 50% uit mest bestaan om te kunnen spreken van 'co-vergiste mest'.
Op de website van het ministerie van Economische Zaken vindt u meer informatie.

 

Service menu right