Vroegefasefinanciering: voor elke innovatieve starter met goede toekomstplannen

Meer artikelen
Heidi van Hooff

De Vroegefasefinanciering (VFF) weet een unieke doelgroep te bereiken die anders niet aan financiering kan komen. Ondernemers die financiering vanuit de VFF ontvangen, hebben meer 'proofs-of-concept' gerealiseerd dan ondernemers die zijn afgewezen voor de VFF.

Heidi van Hooff, procescoördinator VFF vertelt over ervaringen en eerste successen van de VFF.

Waarin zit hem de kracht van de VFF? Wat maakt deze regeling uniek?

Je kan 2 doelgroepen in gedachte hebben bij de VFF: start-ups en investeerders.
Qua startups hebben we alle sectoren afgedekt. De VFF is er voor elke innovatieve starter, zolang er zicht is op een toekomstige investering. Omdat er een toekomstig investeerder aan het traject verbonden moet zijn, is het belangrijk dat de ondernemer coachbaar is om zo optimaal gebruik te maken van de kennis/expertise en het netwerk van de investeerder.
Je moet al een investeerder voor het vervolgtraject aantrekken. Daardoor dwing je jezelf om veel eerder dan normaal na te denken over de vervolgfinanciering en het commercieel perspectief. Dat voorkomt dat je te lang blijft hangen in het finetunen van je product of in een ontwikkeltraject.

Welke (nieuwe) doelgroep zou er absoluut gebruik van moeten maken?

ICT is een sector die goed vertegenwoordigd is, en ook zorginnovaties. We merken dat steeds meer bedrijven zich richten op maatschappelijk relevante thema’s zoals (voorkomen van) stress, duurzaamheid of gezondheidsmonitoring. Natuurlijk spelen ze steeds meer in op nieuwe ontwikkelingen van bijvoorbeeld Kunstmatige Intelligentie en 3D printing.
Daarnaast zien we dat steeds meer startup-ondersteunende partijen (zoals incubators) ons weten te vinden. We zien dat ook venturecapitalistfondsen starters die bij hen aankloppen naar ons doorverwijzen als ze nog te vroeg zijn voor een investering vanuit het fonds. Zij verbinden zich dan wel als toekomstig investeerder aan de aanvraag.
Qua type investeerders zien we dat de business angels ondervertegenwoordigd zijn.

Kan je een inspirerend succesvoorbeeld noemen?

Succes is lastig om te meten: de regeling bestaat immers ‘pas’ 5 jaar, waardoor de meeste nog niet eens op de markt zijn. Een paar veelbelovende voorbeelden zijn:

  1. Scoozy: Ondernemer Job van de Kieft studeerde industrieel ontwerp aan de TU Delft en won in 2005 de World Solar Challenge, een wedstrijd waarbij studententeams met zonnewagens Australië doorkruisen. Na zijn studie wilde hij een bedrijf beginnen in de mobiliteit. Hij ontdekte een doelgroep die al 40 jaar elektrisch rijdt en nauwelijks met innovatie wordt bediend: de scootmobielrijder. Zo kwam hij op het concept voor Scoozy; een slim, veilig en mooi vervoersmiddel met hoge fun factor, als alternatief voor de scootmobiel.
  2. Quva Kitchen Products: dit bedrijf maakt een voedsel vacumeerapparaat dat in het aanrechtblad te integreren is. Met bijbehorende accessoires en een app, die aangeeft wanneer je het voedsel uiterlijk moet gebruiken. Het speelt in op de behoefte aan minder voedselverspilling én de trend van sous-videbereiding door amateurkoks. Mandemakers neemt dit product op in het assortiment.
  3. Dimanex: een afkorting van Digital Manufacturing Exchange. Dit bedrijf neemt ondernemers het voorraad- en onderdelenbeheer uit handen. Op basis van big data analyseert het bedrijf uit hoeveel onderdelen een machine bestaat en hoeveel bestellingen er jaarlijks voor die onderdelen zijn. Het specifieke gewenste onderdeel wordt daarna in 3D als prototype geprint en gecertificeerd. De ondernemer kan het onderdeel op elk moment bestellen en heeft het snel in huis. Een van de eerste klanten is het ministerie van Defensie, dat bekijkt of Dimanex kan helpen bij de onderdelenlogistiek voor defensiematerieel.

Wat zie je vaak fout gaan bij aanvragen? Wat is hierbij je gouden tip?

Niet altijd is de ontvanger van de subsidie degene die het plan schrijft waardoor de waarheid geweld wordt aangedaan, bijvoorbeeld als een subsidie-adviseur op de stoel van de ondernemer zit en dingen gaat invullen. Met name als een ondernemer dan een pitch houdt bij de adviescommissie blijkt soms dat plan in het hoofd anders is dan wat op papier staat of dat de ondernemer niet kan reproduceren wat er geschreven staat.
Wat we ook vaak zien is dat bedrijven erg optimistisch zijn qua planning zowel qua aantrekken van personeel als qua afspraken met ontwikkelpartners/investeerders en toekomstige klanten.

De gouden tip is: hou de regie van het plan zelf in handen, word en blijf eigenaar van het plan en bouw voldoende tijd in. Je mag er 2 jaar over doen, gebruik die tijd dan ook.
Daarnaast is er de mogelijkheid om je idee voor te leggen aan RVO.nl in de vorm van een quickscan. Hierbij geef je in twee A4tjes kort weer wat het idee is en waar de uitdagingen zitten. Onze medewerkers nemen telefonisch contact met je op om de quickscan door te spreken. Hiermee voorkom je niet alleen onnodig werk: mocht blijken dat VFF niet het juiste instrument is, dan wijzen de adviseurs je op de andere financieringsmogelijkheden – ook eventueel buiten de overheid.

Wat is een logische vervolgstap na de VFF?

Dit hangt af van de sector waarin het bedrijf actief is, zo hebben bedrijven uit de LSH vaak nog meer geld nodig dat ze niet uit de markt kunnen halen. De VFF gaat maar tot de klinische fase en dan is er gewoon nog teveel onzekerheid. Voor ICT en pure maakbedrijven is de weg naar de markt het kortst.
Tijdens het VFF-traject moet de ondernemer een financieringsplan maken en hierbij veel dingen afwegen. Bijvoorbeeld en niet in de laatste plaats, of de ondernemer bereid is nieuwe aandeelhouders toe te laten met de daaraan verbonden consequenties voor de zeggenschap over zijn bedrijf.
Na de VFF zijn er veel mogelijkheden: we zien bedrijven doorstromen naar Innovatiekrediet en investeringen met behulp van Seed Capitalfondsen. Er zijn ook partijen die de financiering al uit de markt halen.

Service menu right