Hernieuwbare brandstoffen volgen: van bron tot tank

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 13 augustus 2026

Gebruikers van hernieuwbare brandstoffen willen weten waar hun brandstof vandaan komt en hoeveel CO2-uitstoot ze ermee besparen. Nu is deze informatie niet altijd beschikbaar. Daarom onderzoekt RVO in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat of er een systeem kan komen om deze informatie vast te leggen. Op deze pagina leest u hier meer over.

Waarom dit project?

Vervoerders willen steeds vaker aan hun klanten kunnen laten zien dat ze duurzame brandstof gebruiken. Klanten vinden het steeds belangrijker om te weten dat de duurzame brandstof minder CO2-uitstoot of niet uit bepaalde grondstoffen is gemaakt.

Voorbeeld: een supermarkt wil zijn producten duurzaam vervoeren. Ze maken daarover een afspraak met een transportbedrijf. Het transportbedrijf gebruikt alleen hernieuwbare brandstof voor deze klant.

Op dit moment krijgen vervoerders bij het tanken geen bewijs dat ze duurzame brandstof gebruiken. Die informatie is er wel. Leveranciers van hernieuwbare brandstoffen moeten bewijs inleveren bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) dat deze brandstoffen voldoen aan de Europese duurzaamheidscriteria. Alleen dan tellen de brandstoffen mee voor de Brandstoftransitieverplichting. Dat maakt het financieel aantrekkelijk om deze op de markt te brengen. De NEa neemt dit bewijs in om ervoor te zorgen dat brandstoffen maar één keer worden geclaimd en misbruik wordt voorkomen.

Met dit project kijken we of de informatie die in het register van de NEa aanwezig is meegenomen kan worden tot aan de tank.

Aanleiding

Het Platform Hernieuwbare Brandstoffen (PHB) en de Nederlandse Organisatie voor de Energiebranche (NOVE) startten enkele jaren geleden het project Clean Fuel Contracts. Samen met marktpartijen als TLN, evofenedex en VERN onderzochten mogelijkheden om informatie over duurzaamheid door te geven tot aan de tank. De aanbevelingen uit dat onderzoek leest u in het rapport: PDB - Haalbaarheid Clean Fuel Contracts.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vroeg RVO om het project, samen met de marktpartijen, verder uit te werken tot een pilot. Het doel was het ontwikkelen van een instrument dat de marktpartijen kunnen gebruiken om de duurzaamheidsinformatie mee te laten reizen tot aan de tank.

Pilot

In een eerste stap is samen met marktpartijen vastgesteld aan welke eisen het instrument moet voldoen. Het instrument moet aansluiten op de systemen die de markt al gebruikt. Ook moet de markt het zelf beheren omdat het gebruik niet wettelijk verplicht is. Het instrument moet wel de veiligheid van het gebruik van de overheidsinformatie garanderen. Dit sluit aan bij de Product passports zoals die door de Europese Commissie worden uitgewerkt. TNO doet dit voor Nederland en is gevraagd binnen die systematiek een opzet voor het instrument uit te werken en met een praktijkproef (pilot) te demonstreren. Aan de NEN is gevraagd te beschrijven hoe het instrument in de toekomst kan worden beheerd. Zo ontstaat een goed beveiligde en betrouwbare gegevensstroom. 

Technisch onderzoek door TNO

De Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) onderzocht of het technisch haalbaar is om informatie over duurzaamheid door te geven. Van het Register Energie Vervoer van de NEa naar eindgebruikers. Dit moet gebeuren zonder dat de duurzame brandstof 2 keer wordt geregistreerd.

Uit dit onderzoek blijkt dat nieuwe technologieën dit mogelijk maken. Ook in een markt waarin brandstofstromen steeds veranderen. Het gebruik van overheidsgegevens is belangrijk voor een betrouwbaar systeem. TNO maakte een conceptprotocol voor het doorgeven van de informatie over duurzaamheid. Dit is te gebruiken in bestaande volgsystemen. Het protocol gebruikt dezelfde standaarden als de Europese Commissie voor Product Passports. Het project is getest in een praktijksituatie. Daarna is het opnieuw geëvalueerd met marktpartijen.

Onderzoek naar organisatie door NEN

Het Nederlands Normalisatie Instituut (NEN) maakte een eerste opzet voor de organisatie, het beheer en de goedkeuring van het protocol. De NEN adviseert om de eisen aan de administratie en het beheer ervan in een norm vast te leggen onder de bestaande Europese normen 'Chain-of-Custody' en 'Digital Products Passports'.

Vervolgstappen

De pilot heet nu het 'Clean Fuel Protocol' (eerder was dit 'Clean Fuel Contracts').

Op 11 december 2025 is de pilot getoond aan sectorpartijen bij brandstofleverancier VARO Energy. De reacties waren positief. In 2026 zijn de onderzoeken afgerond. De resultaten zijn op 7 mei 2026 gepresenteerd aan de Tweede Kamer als onderdeel van de afronding van de RED III-implementatie. Op de pagina Hernieuwbare energie voor vervoer leest u hier meer over.

Voor de volgende stap moet er een Nederlandse Technische Afspraak (NTA) komen. Dit is een normdocument van de NEN waarin staat hoe informatie over duurzaamheid wordt doorgegeven. Dit is in basis een afspraak tussen marktpartijen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt hieraan mee, omdat het om haar gegevens gaat. Bij de verdere uitwerking worden afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder de marktpartijen de gegevens mogen gebruiken. Dit is de gewenste uitkomst voor zowel de markt als het ministerie. RVO speelde hierin een verbindende rol.

De rapporten van TNO, de analyse van de NEN en de Tweede Kamerbrief vindt u als achtergrondinformatie bij de kamerbrief Afronding RED3 implementatie.

Meer informatie

Heeft u nog vragen? Neem dan contact op met:
Clean Fuel Contract/Protocol RVO team, e-mail: GAVE@rvo.nl
 

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat