1. Home
  2. Wetten en regels gebouwen
  3. Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen EPBD IV

Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen EPBD IV

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 17 juli 2026

De Europese Commissie wil dat de gebouwde omgeving in 2050 emissievrij is. Daarom stelde zij een richtlijn op om de energieprestatie van gebouwen en woningen in de EU te verbeteren. Deze richtlijn is de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) IV. 

Webinar uitvoering EPBD IV

Kijk ons webinar over de uitvoering van de EPBD IV terug op ons YouTube-kanaal en kom meer te weten over:

  • eisen aan nieuwbouw
  • maatregelen voor het verduurzamen van bestaande gebouwen
  • het energielabel

Wij organiseerden dit webinar op dinsdag 19 mei met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). 

EPBD-IV Woningen en gebouwen

Verplichting voor Nederland

De EPBD IV-richtlijn is in 2024 vastgesteld. Nederland maakt veel elementen uit deze richtlijn in stappen onderdeel van het nationaal beleid. Het eerste deel (tranche) ging in op 29 mei 2026.

Welke onderwerpen komen aan bod?

De EPBD IV gaat over veel onderwerpen. Zo komen er stapsgewijs nieuwe eisen voor nieuwbouw en voor bestaande utiliteitsbouw. De richtlijn gaat bijvoorbeeld over laadinfrastructuur, fietsparkeerplekken en een verbeterd energielabel. Op deze pagina leest u over de belangrijkste onderwerpen uit de EPBD IV en momenten van invoering.

Zero Emission Buildings-norm in 2050

De Europese afspraken in de EPBD IV gaan over hoe duurzaam uw gebouw moet zijn in 2050. De nieuwe verplichting heet de Zero Emission Buildings (ZEB)-norm. Richting 2050 zijn er tussentijdse doelen en eisen. Een zero emissie-gebouw heeft zo min mogelijk energie nodig. Het gebruikt geen aardgas. In plaats daarvan heeft uw gebouw bijvoorbeeld een elektrische warmtepomp. Of het is aangesloten op een duurzaam warmtenet. Ook wekt het eigen energie op, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Op 1 juli 2027 wordt het niveau van ZEB voor bestaande gebouwen bekend.

Nieuw energielabel

Is uw gebouw al klaar voor 2050? Dan staat dat vanaf 2030 op uw energielabel. Ook is de berekening van het energielabel vanaf 2030 aangepast: de energieprestatie van een gebouw en het werkelijke gebruik komen dichterbij elkaar te liggen. Daarnaast vereenvoudigt het label en komen de letters A+ tot en met A++++ vervallen. De letters lopen dan van G (slecht) tot en met A (zeer goed). Dit betekent dat we de labels in 2030 gaan vernieuwen. Vanaf 29 mei 2026 is het ontwerp van het energielabel alvast vernieuwd.

Energieprestatie gebouwen

Door de EPBD IV is ook de bepaling van de energieprestatie van gebouwen aangepast. Voortaan tellen onder meer energieopslag en systemen voor gebouwautomatisering en controle mee. De methode levert ook gegevens op voor het energielabel, zoals het finale energiegebruik en de uitstoot van CO. De methode voor het meten van de energieprestatie  wordt in de aanloop naar 1 januari 2030 verder gemoderniseerd.

Renovatiepaspoort

De EPBD IV stelt verder dat de overheid informatie moet bieden over hoe u energieprestaties van uw gebouw kunt verbeteren. Hierbij gaat het om de technische oplossingen en financiële mogelijkheden. Hiervoor kunt u vanaf september 2026 een renovatiepaspoort laten opstellen.

Energiehuis

Iedere gemeente heeft een energieloket waar mensen terecht kunnen voor praktisch advies en ondersteuning. Daarnaast bieden partijen zoals energieadviseurs en bedrijven ondersteuning aan op financieel of technisch gebied. Hierdoor is het voor mensen vaak onoverzichtelijk waar zij terecht kunnen voor kwalitatieve en goede hulp. De Rijksoverheid wil dit verbeteren door advies en ondersteuning onder één dak samen te brengen in een uitgebreide variant van een energieloket: het energiehuis. Hierdoor is hulp en advies straks makkelijker vindbaar. Het energiehuis gaat zich richten op woningeigenaren, ondernemers in het midden- en kleinbedrijf en eigenaren van maatschappelijk vastgoed. Op de website van Volkshuisvesting Nederland leest u meer over het energiehuis als centraal punt voor hulp bij verduurzaming. 

Eigenaren utiliteitsgebouwen

Eigenaren van utiliteitsgebouwen (niet-woningen zoals een kantoor, bedrijfspand, winkel of school) moeten hun gebouwen uiterlijk in 2030 of 2033 verbeteren. Deze verplichting vanuit de EPBD IV geldt voor gebouwen die het slechts geïsoleerd zijn of verouderde installaties hebben. Ook komen er vanaf mei 2026 trapsgewijs eisen aan zonne-energie op gebouwen, aan het gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) en aan fietsparkeerplekken en laadinfrastructuur. De keuringsplicht voor verwarmings- en aircosystemen vervalt. Er komt een andere aanpak die beter aansluit op het normale beheer van gebouwen.

Eisen aan gebouwen vanaf 2027

Vanaf 2027 gaan er vanuit de EPBD IV stapsgewijs steeds meer eisen gelden voor de emissies van gebouwen, en dan vooral nieuwbouw. De eisen uit de ZEB worden ingevoerd. Verder komt er een nieuw instrument om de bijdrage aan de opwarming van de aarde van een gebouw in kaart te brengen: de Whole Life Cycle - Global Warming Potential (wlc-gwp). 

Wlc-gwp in het kort

De wlc-gwp wordt uitgedrukt in hoeveelheid CO2-uitstoot. Ook alle andere uitstoot van broeikasgassen die vrijkomen door de gebruikte bouwmaterialen telt mee. Hierbij gaat het zowel om de gebruikte bouwmaterialen, de installaties in het gebouw en de energie die het gebouw tijdens de hele levensduur verbruikt. Vanaf de winning en productie van bouwmaterialen tot aan de sloop en verwerking van het sloopafval van het gebouw. De wlc-gwp wordt net als de ZEB stap voor stap ingevoerd voor (nieuwe) gebouwen. Eerst voor grote gebouwen, later voor alle nieuwbouw.

Tijdlijn invoering EPBD IV

Na invoering van het eerste deel van de EPBD IV (eerste tranche) op 29 mei 2026 zijn er nog eens 3 momenten waarop de komende jaren delen van de EPBD IV ingepast worden in de Nederlandse regelgeving. Hierna duurt het meestal een of enkele jaren voor de verplichting ook echt geldt. Het zijn eisen voor nieuwbouw en voor een deel ook voor bestaande gebouwen.

1 januari 2027: tweede deel EPBD IV

  • Nieuwbouw van overheidsgebouwen moet vanaf 1 januari 2028 voldoen aan de ZEB.
  • Eigenaren van nieuwbouw met een gebruiksoppervlakte van meer dan 1.000 m² moeten vanaf 1 januari 2028 de uitstoot over de hele levenscyclus van het gebouw berekenen. De uitkomst hiervan komt op het energielabel.

1 juli 2027: derde deel EPBD IV

  • Eigenaren van de slechtst presterende utiliteitsgebouwen moeten de energieprestatie verbeteren: minimaal energielabel D op 1 januari 2030. De definitieve minimumeisen voor 2033 stelt de rijksoverheid nog vast. Voor gebouweigenaren die eerder stappen willen maken dient energielabel C voor kantoorgebouwen als voorbeeld. Gebouwen die uiterlijk december 2029 energielabel C hebben, voldoen dan al aan de Europese eisen die gelden vanaf 2033.
  • Berekening en bekendmaking van de richtwaarden voor de ZEB. In 2030 volgt een herijking van deze waarden op basis van de gemoderniseerde bepalingsmethode energieprestatie.

2029: vierde deel EPBD IV

  • Nieuwe gebouwen moet vanaf 2030 voldoen aan de ZEB. Ook geldt dan voor nieuwe gebouwen een grenswaarde voor CO₂-uitstoot (de zogenoemde wlc-gwp).
  • In 2030 verandert de indeling van energielabels. De A-labels met plusjes (A+ tot en met A++++) verdwijnen dan. In plaats daarvan loopt de schaal weer van G tot en met A. Bestaande labels blijven gewoon tien jaar geldig.
  • Met de aanpassing van het energielabel verandert ook de manier voor berekening van het label op een aantal punten.

Meer weten?

In opdracht van:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
  • Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties