Service menu right

De Coöperwieck in Neer Leudal, Limburg

Meer artikelen

Omschrijving

In het buitengebied Neer van de gemeente Leudal staat het grootste windpark van Limburg. Een van de vijf molens - de Coöperwieck -  is volledig coöperatief ontwikkeld en in handen van burgers. Zij zijn leden van de lokale coöperatie Zuidenwind en twee windcoöperaties van buiten de regio: Meerwind en De Windvogel. Bewoners investeren mee, zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling en hebben zeggenschap over de opbrengsten. De eerste vier molens zijn ontwikkeld door twee particuliere initiatiefnemers uit de regio en zijn in particuliere handen. 

De coöperatieve aanpak van de vijfde molen en de slimme combinatie met een investering in een glasvezelnet dragen bij aan een positieve houding tegenover wind in de regio. Een betrokken bewoner verwoordt het in lokale bijeenkomsten als volgt: “De molen staat er, ik kijk er tegenaan maar ik heb wel glasvezel!”. De vijf windmolens staan op grond van agrarische bedrijven en levert hen een stabiele een meerjarige bron van inkomsten op. 

De gemeenten zijn inmiddels warme pleitbezorgers voor een coöperatieve aanpak. Bewoners van de buurgemeente ontwikkelen nu de tweede rij, aan de andere kant van het kanaal. En er zijn meer plannen in de maak met coöperaties.

Kenmerken

Naam
de vijfde molen:  Coöperwieck
Locatie
 
Gemeente Leudal, Limburg
 
Aantal windmolens x vermogen
 
1 x 2,5 MW 
(Verwachte) jaaropbrengst
 
4,5 miljoen kWh 
Oplevering
 
september 2015
Doorlooptijd project
 
 2 jaar
 
Technische specificaties
 
Lagerwey of Enercon @check en aanvullen met diameter rotor, mast- en tiphoogte
 
Eigendom windmolens
Exploitatie Burgerwindturbine Neer BV. Aandeelhouders: drie coöperaties met zeggenschap leden (Zuidenwind 50%, Meerwind 25%, De Windvogel 25%).
 
 
Eigendom grond
Particulier (agrarisch bedrijf)
Financiering
 
Investering 3,2 miljoen euro. 
Financiering: 1 miljoen coöperaties, 2,2 miljoen bank.
Een glasvezelnet voor bewoners is meegefinancierd.
 
Participatiemodel
Coöperatief model: de coöperaties zijn aandeelhouders en investeren via een lening aan de BV. Omgevingsfonds en levering eigen stroom aan leden coöperatie Leudal Energie.

Mijlpalen

Tien jaar kost het om windpark Neer te bouwen. Dan staat ook meteen het grootste windpark van Limburg. De ontwikkeling verloopt niet zonder de tegenslag. Zo wordt in 2009 de landelijke subsidieregeling (MEP) plotseling stopgezet, ligt het project drie jaar stil, maken omwonenden bezwaar en zorgt de economische crisis voor vertraging in 2011. De eerste vier molens draaien in 2012. Toen het park eenmaal in gebruik was, bleek de overlast mee te vallen en ebde het verzet weg.
 
Bij de vijfde molen, de Coöperwieck gaat het soepeler. Deze is volledig coöperatief ontwikkeld met als inzet: maximaal profijt voor de omgeving. De molen staat binnen twee jaar en draait in 2015.  Het coöperatieve model vindt inmiddels weerklank in de regio en er zijn meerdere nieuwe plannen in de maak.
 

Mijlpalen

2001 eerste initiatief
2002 locatieonderzoek, grondeigenaars 
2003 planologische medewerking gemeente
2004 (oktober) ruimtelijke onderbouwing
2004 (december) start procedure/ inspraakronde
2006 (mei) aangepaste ruimtelijke onderbouwing (5 windturbines)
2006 (augustus) ontwerpvrijstellingsbesluit. MEP-regeling vervalt. Project ligt stil.
2007  geen bezwaar provincie
2009 SDE+ geschikt voor Limburg, aanvraag bouwvergunning.
2009 (november) ontwerpvrijstellingsbesluit, bouwvergunning, bezwaar bewoners.
2009 negatief advies commissie bezwaarschriften.
2010 College verleent vrijstelling en vergunning. Bewoners stappen naar rechter.
2011  Bezwaren afgewezen. Bewoners naar de Raad van State.
2011 start bouw 4 molens windpark Neer
2012 (maart) bouwvergunning onherroepelijk  Raad van State
 
2012?/ 2013 start initiatief vijfde molen
2014 (juli) bouwvergunning, vrijstelling bestemmingsplan  (geen bezwaren)
2015 start bouw vijfde molen Coöperwieck

 

Ontwikkelgeschiedenis

 

De eerste vier molens 

Tien jaar kostte het om de eerste vier molens van windpark Neer te bouwen. Dan staat ook meteen het grootste windpark van Limburg. In 2015 komt daar een nieuwe molen bij: de Coöperwieck. Deze staat in lijn met de eerste vier maar staat organisatorisch op zichzelf. 
 
Lokaal initiatief
Het begint in 2001 met een oproep van een ondernemer uit Neer in het ledenblad voor energiecoöperaties ODE: wie wil er samen met mij werken aan windenergie in Limburg? Wind was mogelijk in de regio wist hij. Dit bleek uit een provinciale quickscan uit 2000. Hij had dat jaar al een windnotitie bij de gemeente neergelegd en wilde aan de slag. Een tweede ondernemer, eveneens uit de regio, reageert op de oproep. Samen werken ze het windplan verder uit. Ze vinden een geschikte locatie en grondeigenaren met interesse. 
 
De eerste plannen
In mei 2003 presenteren de initiatiefnemers hun plan aan de gemeente: 11 turbines langs het Afwateringskanaal. Ze informeren omwonenden en raadsleden van de gemeente en buurgemeente Helden (nu Peel en Maas), organiseren informatieavonden en een excursie naar windpark Aken. De gemeente besluit medewerking te verlenen voor een vrijstellingsprocedure voor het geldende bestemmingsplan (artikel 19 WRO). Een jaar later is de ruimtelijke onderbouwing klaar. Het worden 6 turbines, 11 molens blijkt te hoog gegrepen. In 2004 start de procedure en inspraakronde en dat leidt tot aanvullende voorwaarden en een aangepaste ruimtelijke onderbouwing in 2006. Op 24 augustus 2006 gaat de gemeente akkoord met het ontwerpvrijstellingsbesluit.
 
Tegenslag en doorstart: springprocessie van Echternach
Groen licht, zo lijkt het. Maar er is tegelijkertijd serieuze tegenslag: de nieuwe regering stopt namelijk abrupt met de subsdie (MEP-)regeling. Zonder subsidie is het windproject niet rendabel dus het project moet worden stopgezet. Inmiddels zijn er al veel kosten gemaakt. De nieuwe SDE regeling uit 2008 is pas in september 2009 geschikt voor Limburgse wind. De initiatiefnemers besluiten door te zetten. Het project heeft inmiddels drie jaar stilgelegen.
Ondertussen heeft een van de percelen een nieuwe eigenaar gekregen. Die wil niet deelnemen in het project, waardoor één van de vijf molens uit het plan geschrapt moet worden. “Het lijkt vaak op een springprocessie van Echternach: drie stappen naar voren en twee stappen terug…” verzuchten de initiatiefnemers. De gemeente verleent echter vrij snel vrijstelling en de bouwvergunning voor het aangepaste plan.
 
Na bezwaren het sein op groen
Een aantal omwonenden maken bezwaar waaronder één van de grondeigenaren. Die trekt zijn bezwaar na enige tijd weer in waarna het College besluit om door te zetten en de overige bezwaarmakers naar de rechter stappen. De rechtbank Roermond wijst de bezwaren af en op 22 maart 2012 verklaart ook de Raad van State deze bezwaren ongegrond. Hiermee staat het sein dan volledig op groen. De eerste paal is dan al geslagen door de wethouder in oktober 2011. 
 
Voor participatie nog te vroeg
De initiatiefnemers willen omwonenden laten participeren in het project. Ze richten de coöperatie Zuidenwind op om participatie door particulieren mogelijk te maken. Het lukt niet om dat tijdig te organiseren, mede omdat de Nederlandse Bank bezwaar maakt tegen de participatievorm. De initiatiefnemers hadden ondertussen al externe investeerders aangetrokken. Begin april 2012 staan de vier turbines en gaat de eerste Neerse stroom het elektriciteitsnet op. De vier molens van Windpark Neer zijn een feit.

De vijfde molen: maximaal lokaal profijt

In 2013 ontstaat een nieuwe situatie als de laatste grondeigenaar toch mee wil werken. De coöperatie Zuidenwind grijpt haar kans: de vijfde molen is van ons! Coöperatie Zuidenwind neemt het initiatief en krijgt ondersteuning van ervaren windcoöperaties De Windvogel en Meerwind die expertise en kapitaal leveren en van REScoopNL, een samenwerkingsverband van Nederlandse windcoöperaties. Samen lukt het om een volledig coöperatieve molen te ontwikkelen: de Coöperwieck. Gemeente Leudal verleent de vergunning in 2014 – dit keer zonder bezwaren van omwonenden – en in het voorjaar 2015 start de bouw. In september 2015 levert de molen stroom. De vijfde molen is een feit. De stroom wordt via een andere lokale coöperatie Leudal Energie aan de leden en omwonenden geleverd.
De Coöperwieck is ondergebracht in een nieuwe BV: Exploitatie Burgerwindturbine Neer BV en staat los van de andere vier molens van windpark Neer. 
 
 

Participatie

Participatie van omwonenden staat vanaf het begin op de verlanglijst van de initiatiefnemers van de eerste vier molens. Om dat mogelijk te maken was in 2011 de coöperatie Zuidenwind opgericht. Het lukte op dat moment niet om de participatie op tijd rond te krijgen. De vijfde molen – de Coöperwieck – is volledig coöperatief ontwikkeld. De bewoners en lokale (agrarische) bedrijven zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling. De inzet is: maximale betrokkenheid en profijt voor de lokale gemeenschap.
 
Dit komt als volgt tot stand:
  1. Omwonenden kunnen lid worden van de coöperatie Zuidenwind. 
  2. Leden van de coöperatie kunnen ‘aandelen’ kopen en profiteren van de opbrengsten. 
  3. Leden van de coöperatie hebben zeggenschap over de exploitatie.
  4. Omwonenden zijn actief betrokken zijn bij de besluitvorming en ontwikkeling via de coöperatie.
  5. Omwonenden kunnen Neerse stroom inkopen via de lokale energie coöperaties LeudalEnergie en PeelEnergie.
  6. Omwonenden profiteren omdat een deel van de opbrengsten is bestemd voor duurzame en maatschappelijke projecten in de regio. 
  7. Grondeigenaren inkomsten ontvangen uit de grondverhuur.
Het vrijkomende geld is bedoeld voor versterking van de regio: profijt is voor de buurt. Omwonenden organiseren zelf wat er met het geld gebeurt. Het gaat bewust niet naar individuen (als compensatie). "Individuele compensatie voegt namelijk economisch weinig toe aan de regio", stelt de coöperatie. Inmiddels in het buitengebied een glasvezelnet aangelegd.
 
 

Lokaal profijt: glasvezelnet in het buitengebied

Glasvezel Leudal

Bewoners in de buitengebieden hebben al jaren behoefte aan een glasvezelnet. “Het is hier een digitale woestijn”, vinden ze. Internetaanbieders zien er geen brood in, in de dunbevolkte gebieden, maar voor de agrariërs is een snelle internetverbinding van groot zakelijk belang. Met de nieuwe windmolen in Neer ontstaat opeens een kans door de investering in het glasvezelnet mee te financieren  met de vijfde molen. Inmiddels liggen de glasvezelkabels in de grond.
Het eigendom en beheer van het netwerk is ondergebracht bij Coöperatie Boerderijweg u.a. bestaande uit dertien agrariërs, een horecabedrijf en een particulier. Zij vormen samen de coöperatie.

Het volgende plan ligt al klaar: asbestdaken vervangen voor zonnepanelen. Voorzitter Hennie Korten: “Doordat we nu veel meer contact hebben met elkaar, ontstaan ook dit soort plannen. Dat was niet gebeurd zonder de coöperatie.”

Organisatie, financiering

Organisatiestructuur

Het beheer en eigendom van de Coöperwieck is ondergebracht in de besloten vennootschap Exploitatie Burgerwindturbine Neer BV (Coöperwieck). Dit is in eigendom van drie coöperaties: Zuidenwind, De Windvogel en Meerwind met een aandelenverhouding van resp. 50, 25 en 25%. De andere vier molens zijn ondergebracht in Windpark Neer BV, een dochter van Yard Energy Group BV (opgericht in 2010). Hoewel de molens in een lijnopstelling staan, gaat het om twee afzonderlijke projecten. 
 

Financiering

 
De Coöperwieck is gefinancierd met ledenkapitaal van drie coöperaties die tevens eigenaars zijn van de windmolen. Financiering en zeggenschap gaan hier samen.  
 
 
Coöperwieck
(Burgerwindturbine Neer BV)
Investering
3.2000.000 euro
Financiering (EV: eigen vermogen):
 
460.000 euro De Windvogel
250.000 euro Zuidenwind
250.00 euro Meerwind
 
Totaal EV: 960.000 (30%)
 
Financiering (VV: vreemd vermogen):
 
2.200.000 euro Rabobank
Totaal VV: (70%)
 
 

Coöperatieve financiering

De Coöperwieck is coöperatief gefinancierd. 
De leden van de drie coöperaties hebben samen bijna 1 miljoen euro opgebracht. Dit is ingebracht als eigen vermogen. De leden van Zuidenwind brachten 460.000 euro op, vier keer zoveel als ze vooraf dachten te kunnen ophalen bij omwonenden. Mensen bleken zeer enthousiast. Dit bedrag is aangevuld tot 1 miljoen euro door de leden van de andere coöperaties. Op termijn koopt  Zuidenwind de overige twee coöperaties uit zodat het eigendom zoveel mogelijk in de regio is belegd.
  • De leden verstrekken kapitaal in de vorm van een lening aan hun coöperaties.
  • De coöperaties brengen dit kapitaal vervolgens in als eigen vermogen in de BV in de vorm van een ‘aandeelhouderslening’.
  • De leden ontvangen een jaarlijks rendement op hun inleg van hun coöperaties van circa 3-5%.
  • Financiële participatie is gekoppeld aan zeggenschap en eigendom (coöperatieve financiering).
Voorfinanciering (projectontwikkeling)
De initiatiefnemers hebben de voorbereidingskosten (onderzoeks- en plankosten) voorgefinancierd. 
 

Windpark Neer: de eerste vier molens

De vier windmolens van windpark Neer zijn gefinancierd door externe investeerders en de Rabobank (niet-coöperatief). Het oorspronkelijke idee was om financiële participatie van particulieren mogelijk te maken. Het destijds voorgestelde participatiemodel ging uit van inbreng van eigen vermogen door particulieren door uitgifte van obligaties. De coöperatie zou dit faciliteren maar geen rol spelen als eigenaar; deze had geen zeggenschap over het windpark. De Nederlandse Bank (DNB) ging hier niet mee akkoord omdat het om een zuiver fiancieel product ging. 

Partijen

organisatieschema

De belangrijkste partijen zijn:
 

Coöperatie(s)

De vijfde molen – de Coöperwieck - is in handen van drie coöperaties: Zuidenwind, Meerwind en De Windvogel.
  • De leden van Zuidenwind wonen in de regio, de leden van de andere twee coöperaties elders in het land.
  • De leden hebben een belangrijk deel van de financiering opgebracht. Ze hebben stemrecht (ieder lid, één stem) en beslissen mee over de winstbestemming en belangrijke ontwikkelingen in het project.
  • De coöperaties zijn eigenaar van de windmolen.
  • De coöperaties hebben de projectontwikkeling zelfstandig op zich genomen met ondersteuning van REScoopNL, een landelijk samenwerkingsverband van windcoöperaties.
De lokale energiecoöperaties LeudalEnergie en PeelEnergie verzorgen de lokale levering van Neerse windstroom. Met Zuidenwind en Weert Energie vormen zij samen het samenwerkingsverband REScoop Limburg gericht nieuwe coöperatieve windontwikkeling: meer duurzame energie voor en door Limburgers.
De coöperaties zijn niet betrokken bij de eerste vier molens (Windpark Neer).
 

Marktpartijen

Bij de Coöperwieck zijn geen externe marktpartijen betrokken. De eerste vier molens zijn in eigendom van een marktpartij. 
 

Financiers

De Coöperwieck is deels gefinancierd door de leden van de coöperaties. De eerste vier molens zijn gefinancierd door externe investeerders. De Rabobank heeft in beide gevallen het vreemd vermogen ingebracht (zie: onder financiering).
 

Grondeigenaren

De molens staan op grond van agrarische bedrijven. In een aantal/ meeste gevallen wonen de eigenaren hier ook. De grondeigenaren ontvangen een huurvergoeding voor de grond. Dit levert voor hen een stabiele en langjarige bron van inkomsten op. Zoals een van hen het uitdrukt: “Het levert meer op dan aardappels, zonder risico op een misoogst.” 
 

Gemeente

De gemeente is betrokken bij de windontwikkeling in Neer als:
  • beleidsmaker (kaderstellend, ambitie)
  • bevoegd gezag voor de planologische inpassing (ruimtelijke ordening)
  • procesondersteuner, gebiedsregisseur 
De overheid is in dit geval geen grondeigenaar en speelt geen rol als (voor)financier.
 
De gemeente Leudal is het bevoegd gezag en verleent haar medewerking aan de ruimtelijke en vergunningen procedures. Ze moet meerdere keren de rug recht houden bij de ontwikkeling van de eerste vier molens, onder andere na bezwaren van omwonenden en buurgemeenten. Het is heel belangrijk dat de gemeenteraad de windontwikkeling steunt, stelt een ambtenaar vast: “De gemeenteraad heeft uiteindelijk de sleutel in handen”.
 
Leudal is inmiddels een warm voorstander van de coöperatieve aanpak. Samen met de gemeenten Maas, Weert en Nederweert en de provincie Limburg zijn uitgangspunten voor windontwikkeling vastgesteld. Voorwaarden om planologische medewerking te verlenen aan een windinitiatief zijn:
  • de omgeving heeft een actieve en betrokken rol bij de ontwikkeling en exploitatie van de windturbines
  • de opbrengsten uit windmolens moeten maximaal terugvloeien in de gemeenschap
  • bij voorkeur wordt een substantieel deel coöperatief ontwikkeld
  • Grondspeculatie moet worden voorkomen, o.a doordat alle grondeigenaren een eerlijke vergoeding krijgen.
  • Voorts: In iedere gemeente wordt tenminste één windenergielocatie ontwikkeld (4-5 windturbines), gemeenten werken samen aan de vorming van windenergiebeleid en aan de ontwikkeling van grensoverschrijdende locaties.
Voor meer informatie over de uitgangspunten en richtlijnen gemeente Leudal/ wind [link]

Links