Resultaten SDE++ 2021: € 4,1 miljard voor duurzame energie-opwekking en CO2-vermindering

Gepubliceerd op:
7 juli 2022
Laatst gecontroleerd op:
12 juli 2022

In 2021 dienden ondernemers en non-profitorganisaties 4.129 aanvragen in voor SDE++-projecten voor het opwekken van duurzame energie en CO2-vermindering. Over 3.853 aanvragen besliste RVO positief. In totaal werd zo'n €4,1 miljard subsidie toegekend. Opvallende ontwikkelingen zijn er rond afvang en opslag van CO2, netcongestie, agrarische groengas-hubs en geothermie.

SDE++ staat voor subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie. Net als in de subsidieronde van 2020 ontvingen aanvragen voor projecten met zonnestroom (Zon-PV) verreweg de meeste positieve beslissingen (beschikkingen). In de subsidieronde van 2021 gaat het om 3.716 van de 3.853 positief beschikte aanvragen. 

Deze projecten leveren in de subsidieronde van 2021 ook de grootste bijdrage aan de geschatte CO2-vermindering: 0,76 miljoen ton (Mt) op een totaal van maximaal 1,67 Mt vermeden CO2. Deze geschatte hoeveelheden kunnen in de praktijk anders uitpakken. Bijvoorbeeld doordat projecten niet volledig tot uitvoering komen.

Maximale subsidie

Het over 2021 toegekende subsidiebedrag van € 4,1 miljard is de maximale subsidie die alle 3.853 projecten samen kunnen krijgen over een periode van 12 of 15 jaar.  Het uiteindelijke subsidiebedrag hangt onder meer af van de totale hoeveelheid energie of CO2 die de projecten produceren (opwekken) of reduceren (verminderen) over  de periode van 12 of 15 jaar. 

Verdeling subsidie

Van de toegekende € 4,1 miljard is ruim de helft bedoeld voor het opwekken van duurzame elektriciteit: € 2,21 miljard. Hiervan is € 1.190 miljoen gereserveerd voor Zon-PV-projecten op daken en € 868 miljoen voor Zon-PV-projecten op land of water. Een relatief klein deel gaat naar 9 projecten met windenergie (€ 153 miljoen).

Ook voor projecten voor hernieuwbaar gas uit biomassa en voor afvang en gebruik van CO2 (CCU) zijn in 2021 relatief  grote subsidiebedragen gereserveerd. Bij hernieuwbaar gas uit biomassa gaat het om € 589 miljoen voor in totaal 50 projecten. Voor 11 projecten met CCU is € 626 miljoen gereserveerd.

Voor de opwekking van CO2-arme warmte is in totaal € 430 miljoen gereserveerd. Dit gaat in totaal om 29 projecten met elektrische boilers, industriële warmtepompen, Zon-PVT met warmtepomp (een combinatie van zonnestroom, zonnewarmte en warmtepomp) of hergebruik van restwarmte.

Geen beschikkingen voor CCS

CCS staat voor afvang en opslag van CO2. In 2021 vroegen bedrijven € 6,1 miljard subsidie aan voor CCS-projecten, op een totaal aanvraagbedrag van € 12,1 miljard. Opvallend is dat uiteindelijk al deze projecten zijn ingetrokken of afgewezen. 

Hoofdreden hiervoor is dat alle projecten zijn gelinkt aan het Aramis-project, dat vertraging heeft opgelopen. Het Aramis-project richt zich op de aanleg van nieuwe infrastructuur voor transport van CO2 naar lege gasvelden onder de Noordzee. Hierin vindt de CO2-opslag plaats.

Mede hierdoor werd in 2021 van het beschikbare budget van € 5 miljard, uiteindelijk € 4,1 miljard positief beschikt. Wij verwachten dat de in 2021 ingetrokken en afgewezen CCS-projecten in de ronde van dit jaar (2022) opnieuw een aanvraag indienen. 

Nieuwe binnenkomers

In 2021 kregen relatief veel technieken voor het eerst SDE++-subsidie toegekend. Hierbij ging het onder meer om de productie van hernieuwbare warmte door compostering van champost. In de hoofdcategorie CO₂-arme productie  ging het om waterstofproductie door elektrolyse en CCU.

Ook een project voor de productie van geavanceerde hernieuwbare brandstoffen kreeg voor het eerst subsidie toegekend. Onder deze brandstoffen vallen onder meer diesel en benzine uit vezelhoudende biomassa. Deze CO2-arme brandstoffen worden in Nederland geleverd aan bijvoorbeeld vrachtwagens en binnenvaartschepen.

Netcongestie

Een groeiend probleem bij Zon-PV-projecten is netcongestie. Dit betekent dat er te weinig ruimte op het elektriciteitsnetwerk is om projecten voor opwekking van duurzame elektriciteit aan te sluiten. En om elektriciteit terug te leveren aan het net. De oorzaak is hiervan is het tekort aan transportcapaciteit op het elektriciteitsnet.

Wij zien dat projectontwikkelaars hiervoor oplossingen zoeken die passen binnen de SDE++ regeling. In 2021 ging het vooral om betere afstemming van het verbruik op de locatie op het aanbod van zonnestroom. En om het aftoppen van de piek in de stroomproductie. Hierdoor worden projecten toch haalbaar.

Agrarische groengas-hubs

In 2021 zien wij ook een mooie ontwikkeling rondom agrarische groengas-hubs. Hierbij werken groepen  agrarische ondernemers samen in energiecoöperaties. Op het erf van iedere deelnemer komt een mono-mestvergister.

Een mono-mestvergister is een installatie waarmee uit uitsluitend mest van eigen koeien biogas wordt opgewekt. Dit biogas wordt vervolgens gezamenlijk opgewerkt tot groen gas, dat geschikt is voor inbreng in het aardgasnet.

Geothermie

In 2021 kreeg één aanvraag voor een project met geothermie (aardwarmte) een positieve beschikking. In totaal hebben 10 projecten een subsidieaanvraag ingediend. 6 subsidieaanvragen zijn afgewezen en 3 zijn ingetrokken.

We merken daarbij op dat enkele projecten die zijn ingetrokken of afgewezen, na enige doorontwikkeling wel kansrijk zullen zijn. In de huidige subsidieronde (van 2022) kunnen deze aanvragers hun doorontwikkelde projecten opnieuw indienen.

Verbeteringen geothermie 2022

Een belangrijke verbetering voor geothermieprojecten in 2022 is de verlenging van de realisatietermijn van 4 naar 5 of 6 jaar. Daarnaast geldt er een langere berekende economische levensduur van 30 jaar. Hierdoor komt geothermie in de rangschikking van technieken eerder aan bod.

Ook zijn er in 2022 extra geothermie-technieken voor de gebouwde omgeving opgenomen in de SDE++. Hierdoor kunnen dit jaar meer verschillende geothermieprojecten een passend subsidiebedrag krijgen.

Meer informatie:

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Bent u tevreden over deze pagina?