Ontheffing of vrijstelling

Meer artikelen
dasdier

In sommige situaties en onder bepaalde voorwaarden mag u verboden uit de Wet natuurbescherming wel overtreden. U heeft dan een vrijstelling of ontheffing nodig.

Het verschil tussen een vrijstelling en ontheffing:

  • Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod. Deze geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet.
  • Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Stappenplan

Hieronder vindt u een stappenplan waarmee u nagaat of u voor uw werkzaamheden een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig hebt, of dat u gebruik kunt maken van een vrijstelling. Voor veel van deze stappen kunt u een ecologisch deskundige inschakelen.

Stap 1: zijn er beschermde soorten aanwezig?

Een ecologisch deskundige kan het best vaststellen of er beschermde planten of dieren aanwezig zijn op de locatie waar u aan het werk gaat. Zijn er geen beschermde soorten? Dan hoeft u geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aan te vragen. Een aantal beschermde soorten wordt op het lichtste niveau beschermd. Bij deze soorten is geen ontheffing nodig. Voor welke soorten dit geldt leest u in de Lijst van algemeen vrijgestelde soorten.

Stap 2: veroorzaakt u schade?

Uw activiteit mag geen schadelijke effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten. Voorbeelden:

  • U wilt bomen kappen, maar u ziet dat er vogels aan het broeden zijn in of rond de bomen. U mag dan niet kappen. Als u wacht tot na het broedseizoen dan is de kans op schadelijke effecten kleiner. Onderzoek ook of er andere planten of dieren in de bomen leven.
  • Wilt u iets slopen en is de muur een spouwmuur? Dan bestaat de kans dat er vleermuizen in de spouwen leven. Om zeker te weten of u mag slopen, moet u (laten) onderzoeken of er dieren of plantensoorten aanwezig zijn.

Uit onderzoek van een ecologisch deskundige blijkt of er schadelijke effecten zijn. Hij kan u ook advies geven over het voorkomen van schadelijke effecten. Hebben de werkzaamheden negatieve invloed op beschermde dieren of planten? Dan is vervolgonderzoek door een deskundige noodzakelijk. Zijn uw werkzaamheden niet schadelijk? Dan hoeft u geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aan te vragen. U moet natuurlijk wel de zorgplicht naleven.

Stap 3: probeer schade te voorkomen

Vaak kunt u schadelijke effecten voorkomen door preventieve maatregelen te nemen (mitigerende maatregelen). Het gaat vooral om maatregelen die de negatieve gevolgen voor beschermde soorten voorkomen of verzachten. Denk aan het ontzien van voortplantingsplaatsen of vaste rust- of verblijfplaatsen. Een goed hulpmiddel voor preventieve maatregelen zijn de kennisdocumenten Soorten.

Een ecologisch deskundige helpt, adviseert en begeleidt u bij het realiseren van de maatregelen. Voorkomt u hiermee alle schadelijke effecten? Dan hoeft u geen ontheffing voor de Wet natuurbescherming aan te vragen. Wordt een beschermde soort toch verstoord ondanks de preventieve maatregelen? De soort moet bijvoorbeeld op zoek naar een andere verblijfplaats. Dan heeft u wel een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig.

Stap 4: maak gebruik van een gedragscode

Naast de algemeen vrijgestelde soorten zijn er ook andere soorten waarvoor een vrijstelling mogelijk is. Dit is zo als u gebruikmaakt van een goedgekeurde gedragscode. Diverse gemeenten en brancheverenigingen hebben zo'n gedragscode opgesteld en door ons laten goedkeuren. Op de pagina Gedragscodes staat meer informatie over gedragscodes.

Leiden de stappen niet tot vrijstelling? Dan heeft u voor het uitvoeren van uw werkzaamheden alsnog een ontheffing nodig.

Service menu right