Afvoer van vleeskuikens

Bent houder van vleeskuikens met een bezettingsdichtheid van meer dan 33 kg/m² tot en met 39 kg/m2 (categorie 2)? Of meer van 39 kg/m2 tot en met 42 kg/m2 (categorie 2 of 3)? Meld uw afvoer op tijd bij de aangewezen databank Avined. En zorg dat u zich houdt aan de maximale bezettingsdichtheid.

Afvoer melden aan Avined

Elke keer dat u een koppel afvoert voor de slacht, geeft u dit binnen 30 dagen door aan Avined. Daarbij is het belangrijk dat u binnen uw maximale bezettingsnorm blijft. Dit hangt ook onder andere af van het uitvalpercentage, de groei en het moment van uitladen of slachten.

Bezettingsmarge aanhouden

U mag de normen van de categorie die u heeft gekozen niet overschrijden. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als het laadtijdstip of de geplande slachtdatum wordt verschoven. Een kuiken groeit ruim 3 gram per uur. Is de vertraging van het laadtijdstip niet uw schuld? U bent er wel verantwoordelijk voor dat u binnen de normen van uw categorie blijft. Houd dus altijd een bezettingsmarge aan. U bepaalt zelf hoe groot de marge is.

Voorbeeld

Het laden zou 's nachts om 01.00 uur beginnen, maar dit verschuift naar 17.00 uur. Kuikens groeien 80 gram per dag. Met een bezetting van 20 dieren per vierkante meter betekent dit een verschil van ruim 1 kilogram per vierkante meter. Voldeed u 's nachts nog aan de richtlijn, 's middags bent u in overtreding.

Uitvalpercentage berekenen

U berekent de dagelijkse sterfte (mortaliteit) door dagelijks het aantal dode kuikens te delen door het aantal kuikens dat op die dag voor het verwijderen in de stal aanwezig was. Dit getal vermenigvuldigt u met 100. Als u het koppel afvoert naar de slachterij telt u deze dagelijkse sterftecijfers bij elkaar op. Dit is de gecumuleerde dagelijkse sterfte of het uitvalpercentage.

Rekenvoorbeeld

  • Op dag 1 zet u een koppel vleeskuikens op van 5.000 stuks.
  • Op dag 2 haalt u 20 dode kuikens uit de stal.
  • De sterfte op dag 1 is 0. De sterfte op dag 2 is dan 20/5.000 x 100 = 0,4.
  • Op dag 3 haalt u 10 dode kuikens uit de stal.
  • De sterfte op dag 3 is dan 10/4.980 x 100 = 0,20.
  • Er worden 70 kuikens tussentijds uitgeladen.
  • Op dag 4 gaan er 5 kuikens dood.
  • De sterfte van dag 4 is dan 5/4.900 x 100 = 0,10. Voor de gecumuleerde dagelijkse sterfte telt u deze dagelijkse percentages bij elkaar op. Dit is het uitvalpercentage.

Rekentool

U kunt een rekentool gebruiken waarmee u de dagelijkse sterfte bijhoudt. U laat eenvoudig de gecumuleerde dagelijkse sterfte berekenen door deze tool. Download een van de volgende documenten:

Stalbroed

Maakt u gebruik van stalbroed en komen op uw bedrijf de kuikens uit het ei in de stal (bijvoorbeeld een patiostal)? Dan geldt voor u de volgende berekening van de dagelijkse sterfte:

  • De eieren komen op dag 21 uit.
  • Dag 22 is dag 1 van de stalbroedkuikens 'in de stal' voor de berekening.
  • Uitval op dag 21 is dan broedselectie en telt niet mee voor berekening van de dagelijkse sterfte.
  • Uitval op dag 22 telt wel mee voor de dagelijkse sterfte.

Meer informatie over de regels bij stalbroed leest u op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Service menu right