Voorwaarden Extra betaling jonge landbouwers 2018

U wilt in aanmerking komen voor de extra betaling jonge landbouwers. Dan voldoet u in 2018 aan de volgende voorwaarden:

  • U bent jonger dan 41 jaar in het jaar dat uw bedrijf voor het eerst uitbetaling van betalingsrechten aanvraagt én waarin u voor het eerst blokkerende zeggenschap heeft.
  • De blokkerende zeggenschap en de datum van de zeggenschap moet uiterlijk 15 mei 2018 zijn ingegaan. Dit moet blijken uit de registratie van de Kamer van Koophandel (KvK). Deze registratie moet overeenkomen met wat er in de schriftelijke overeenkomst of de statuten van uw bedrijf staat. Ook moet u uw bedrijf uiterlijk op de laatste dag van de kortingsperiode hebben geregistreerd.
  • U heeft als bedrijfshoofd voor het eerst een landbouwbedrijf opgericht in de periode van 1 januari 2013 tot en met 15 mei 2018. Dit geldt voor de volgende situaties:
    • U oefent als natuurlijk persoon voor de eerste keer een landbouwbedrijf uit in eigen naam.
    • U bent als natuurlijk persoon voor het eerst bestuurder van een rechtspersoon, beherende vennoot of maat in de maatschap en u heeft blokkerende zeggenschap.
    • U bent als natuurlijk persoon voor het eerst bestuurder van een vereniging of stichting en u heeft blokkerende zeggenschap.
  • U bent (mede) belast met de dagelijkse bedrijfsvoering.
  • U vraagt op tijd uitbetaling van betalingsrechten aan in de Gecombineerde opgave.
  • U vraagt op tijd uitbetaling van het extra bedrag voor jonge landbouwers aan in de Gecombineerde opgave.
  • Het bedrijf waarvoor u aanvraagt, is het eerste landbouwbedrijf dat u als bedrijfshoofd heeft opgericht of waarin u zeggenschap heeft gekregen.
  • Het bedrijf waarvoor u aanvraagt, heeft niet eerder de extra betaling toegekend gekregen voor een andere jonge landbouwer. Een bedrijf dat al een keer de extra betaling ontvangen heeft voor een jonge landbouwer, kan niet nog een keer voor een andere jonge landbouwer de extra betaling krijgen.
  • Heeft u in 2015, 2016 of 2017 de extra betaling jonge landbouwers toegekend gekregen, maar niet voor maximaal 5 jaar? Dan kunt u na het eerste jaar van aanvraag in de 4 daaropvolgende jaren ook aanvragen. Heeft u in 2015 en 2016 toegekend gekregen, maar kwam u in 2017 niet meer in aanmerking omdat u al 5 of meer jaren blokkerende zeggenschap had? Dan kunt u nu in 2018 en 2019 nog aanvragen. U kunt geen aanvraag meer doen voor verstreken jaren waarin u geen extra betaling heeft gekregen.

Meerdere jonge landbouwers in het bedrijf

In een samenwerkingsverband of rechtspersoon met meerdere jonge landbouwers gelden de voorwaarden voor leeftijd en zeggenschap in ieder geval voor 1 van de jonge landbouwers. Zijn er meer jonge landbouwers die aan de voorwaarden voldoen? Dan worden de voorwaarden voor toekenning getoetst aan de hand van de jonge landbouwer die het langst blokkerende zeggenschap heeft. In de Gecombineerde opgave geeft u alle jonge landbouwers op, die in het bedrijf zitten. Stapt een van de jonge landbouwers op basis waarvan de extra betaling is toegekend uit het bedrijf en blijft er nog een andere jonge landbouwer over voor wie is toegekend in het bedrijf? Dan kunt u als er wordt voldaan aan de voorwaarden, opnieuw de extra betaling aanvragen voor dit bedrijf.

Jonge landbouwer in meer dan 1 bedrijf

Heeft u blokkerende zeggenschap in meerdere landbouwbedrijven gehad? Dan heeft u alleen recht op het extra bedrag voor het bedrijf dat u als eerste heeft gestart. U vraagt dan voor dat bedrijf de extra betaling jonge landbouwers aan. Is dit bedrijf ondertussen gestopt, dan komt u niet meer in aanmerking. Enige uitzondering is als het volgende bedrijf een voortzetting is van het eerste bedrijf.

Voorbeeld leeftijdseis bij rechtspersoon/samenwerkingsverband

Een man-vrouwmaatschap vraagt in 2015 voor het eerst uitbetaling van betalingsrechten aan. De zoon treedt in 2017 toe tot de maatschap en heeft blokkerende zeggenschap. In 2018 vragen ze voor het eerst extra betaling jonge landbouwers aan. Dan moet de jonge landbouwer in 2017 jonger dan 41 jaar zijn geweest.

Voorbeeld bij eenmanszaak

Een jonge landbouwer is in 2016 gestart met een eenmanszaak waarvan hij ook de dagelijkse leiding heeft. Tot en met 2015 zat hij in een maatschap met zijn vader waarbij hij geen blokkerende zeggenschap had. Hij vraagt voor zijn eenmanszaak in 2017 voor de eerste keer uitbetaling van betalingsrechten aan en nog geen extra betaling jonge landbouwers. In 2018 vraagt hij alsnog de extra betaling jonge landbouwers aan. Hij is in 2018 41 jaar geworden. Hij voldoet als volgt aan de voorwaarden:

  • Leeftijdseis: voor de leeftijdseis is het jaar waarin het bedrijf voor het eerst uitbetaling van betalingsrechten aanvraagt bepalend. Dat is in dit voorbeeld 2017. Toen was de jonge landbouwer nog 40 jaar. Daarmee voldoet hij aan de leeftijdseis.
  • Voor het eerst een landbouwbedrijf opgericht: om te bepalen of dit het eerste landbouwbedrijf is dat de jonge landbouwer heeft gestart, kijken wij ook naar het verleden. De jonge landbouwer zat al eerder in een maatschap, maar had daarin geen blokkerende zeggenschap. De eenmanszaak is daarmee het eerste landbouwbedrijf waarvan de jonge landbouwer bedrijfshoofd is. Had de jonge landbouwer al wel blokkerende zeggenschap in de maatschap of in een ander bedrijf? Dan is de eenmanszaak niet het eerste landbouwbedrijf en kan geen extra betaling toegekend worden, tenzij het bedrijf wordt voortgezet. Is de eenmanszaak een gevolg van een juridische wijziging van de bedrijfsstructuur en feitelijk een voortzetting van de maatschap, dan kan de jonge landbouwer mogelijk wel in aanmerking komen voor de extra betaling. Dit is onder meer afhankelijk van het moment waarop hij de blokkerende zeggenschap in de maatschap heeft gekregen.
  • Startdatum extra betaling: de eenmanszaak is gestart in 2016. Dat is binnen de periode van 1 januari 2013 tot en met 15 mei 2018. Daarmee voldoet de jonge landbouwer aan de voorwaarden dat het bedrijfshoofd voor het eerst een landbouwbedrijf heeft opgericht in deze periode.

Service menu right