Blijvend grasland in stand houden

Het aandeel blijvend grasland (afgezet tegen het hele landbouwareaal) mag per lidstaat niet te veel dalen. Nederland heeft er in 2015 voor gekozen om het aandeel blijvend grasland op nationaal niveau te monitoren. Dit is net als tijdens de vorige GLB-periode (2005-2014).

Op het moment dat het aandeel blijvend grasland op nationaal niveau krimpt, onderneemt Nederland actie richting de individuele landbouwers. Bij een daling van 5% of meer ten opzichte van het referentiejaar 2012 moet Nederland een omzetverbod en een herstelplicht invoeren.

Omzetverbod

Een omzetverbod betekent dat u blijvend grasland niet mag omzetten voor andere teelten. U mag het wel scheuren, zolang u maar weer gras inzaait.

Herstelplicht

Herstelplicht betekent dat u een perceel weer moet terugbrengen naar grasland. Dit perceel moet dan ook grasland blijven.

Werkwijze

Nederland moet ieder jaar aan de Europese Commissie rapporteren wat de ontwikkelingen zijn in het aandeel blijvend grasland.

In 2015 hebben we hiervoor de referentieratio berekend, onder andere op basis van gegevens uit het referentiejaar 2012. Vervolgens berekenen we ieder jaar het aandeel blijvend grasland in dat jaar en bepalen we of het aandeel blijvend grasland is gedaald of gestegen ten opzichte van de referentieratio. Het gaat hier om het berekenen van de relatieve daling, niet om de absolute percentages.

Stand van zaken 2017

De referentieratio is berekend op 40,97%. De referentieratio is het door Nederland vastgesteld referentieareaal.

In 2015 is het aandeel blijvend grasland 40,59% en daarmee licht gedaald ten opzichte van de referentieratio. In 2016 is het aandeel 40,56% en dus iets verder gedaald ten opzichte van de referentieratio. In 2017 is het aandeel verder gedaald naar 40,15%. Dit betekent in totaal een daling van 2% ten opzichte van de referentieratio. 

  Relatieve daling
t.o.v. Referentieratio
Referentieratio40,97 
Aandeel 201540,59- 0,91% 
Aandeel 201640,56- 0,99 %
Aandeel 201740,15- 2,00%

Service menu right