Voor welke landbouwgronden subsidie 2018

Grond die u gebruikt of beschikbaar heeft voor uitvoering van landbouwactiviteiten kan subsidiabel zijn voor de betalingsrechten. Dit betekent dat u voor deze landbouwgronden uitbetaling van de directe betalingen GLB (basis- en vergroeningsbetaling en/of extra betaling jonge landbouwers) kunt aanvragen. Om aan de vergroeningseisen en de randvoorwaarden te voldoen geeft u al uw (subsidiabele) landbouwgrond op in de Gecombineerde opgave. 

Dit doet u door uw subsidiale percelen landbouwgrond op te geven in Mijn percelen en vervolgens in de Gecombineerde opgave. Wilt u uitbetaling van betalingsrechten aanvragen voor deze subsidiabele percelen? Dan geeft u dat bij deze percelen ook aan. We kijken bij de aanvraag van uitbetaling van directe betalingen wie het perceel op 15 mei in gebruik heeft/beheert. Vervolgens controleren wij de opgegeven percelen om te beoordelen of deze aan de voorwaarden voldoen.

Een perceel beschouwen we als subsidiabele landbouwgrond als het voldoet aan de algemene voorwaarden en wordt gebruikt als bouwland, blijvend grasland of voor blijvende teelt. Hieronder leest u wat de algemene voorwaarden zijn en wat onder bouwland, blijvend grasland en blijvende teelt wordt verstaan.

Voorwaarden

  • Degene die uitbetaling van betalingsrechten aanvraagt, heeft de landbouwgrond op 15 mei van het aanvraagjaar in gebruik. Als de grond voor of na 15 mei bij iemand anders in gebruik is of komt, dan voldoet deze gebruiker ook aan de voorwaarden. De grond moet dus het hele jaar aan de voorwaarden voldoen. Let op: degene die het perceel op 15 mei in gebruik heeft en uitbetaling van betalingsrechten aanvraagt, blijft gedurende 12 maanden van het kalenderjaar verantwoordelijk voor het naleven van de subsidievoorwaarden/randvoorwaarden. Ook als het perceel gedurende het kalenderjaar over gaat naar een andere gebruiker.
  • Is de gebruiker niet zelf de eigenaar van het perceel? Dan heeft de gebruiker toestemming van de eigenaar of eventueel pachter van het betreffende perceel om het perceel te mogen gebruiken.
  • De landbouwgrond is het hele jaar grotendeels voor landbouwdoeleinden in gebruik. De grond staat niet meer dan 90 dagen in het kalenderjaar onder water, uitgezonderd in geval van een plas/dras pakket. Heeft u in het kalenderjaar een perceel 90 dagen of korter niet beschikbaar of gebruikt voor landbouwactiviteiten door evenementen of werkzaamheden? Dan heeft u nog wel recht op uitbetaling van betalingsrechten.
  • Grond die niet gebruikt wordt voor de uitvoering van landbouwactiviteiten moet minimaal 1 keer per jaar voor 1 november worden gemaaid. Met uitvoering van landbouwactiviteiten bedoelen wij het telen van een akkerbouwgewas of een meerjarige teelt. De grond laten begrazen of maaien en oogsten van bijvoorbeeld gras voor veevoer. En het inzetten van grond als Ecologisch aandachtsgebied en groenbemester in kader van de randvoorwaarden.
  • Op de landbouwgrond mogen maximaal 50 bomen per hectare groeien, behalve als deze bomen gebruikt worden voor de fruitteelt.
  • De grond is minimaal 0,01 ha.
  • Grond met in overwegende mate struiken of andere verruiging wordt niet gezien als subsidiabele landbouwgrond. Er is sprake van een overwegende mate van struiken of verruiging als de vegetatie van het perceel voor meer dan 50% bestaat uit verruiging of struiken. Deze percelen zijn niet subsidiabel. Gaat het om een deel van een perceel dan kunt u het perceel splitsen en uitsluitend het deel waarvan de gehele oppervlakte voldoet opgeven als subsidiabele grond. 
  • Een perceel waarop hennep wordt geteeld is subsidiabel als landbouwgrond als er wordt voldaan aan de voorwaarden voor de teelt van hennep.

Niet subsidiabele gronden

Gronden die u niet overwegend voor landbouwdoeleinden gebruikt, zijn niet subsidiabel voor uitbetaling van betalingsrechten. Dit zijn onder andere:

  • moes- en siertuinen;
  • bermen tot een breedte van 3 meter van de weg of breder voor zover de verkeersbestemming de landbouw hindert;
  • speelweides;
  • stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;
  • onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaart;
  • stroken langs gebouwen of kassen, smaller dan 1 meter;
  • schouwpaden;
  • geluidswallen;
  • springweides;
  • kinderboerderijen;
  • gronden waarop installaties voor de benutting van zonne-energie staan.

Gebruik als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt

Gronden die in gebruik zijn als bouwland, blijvend grasland of blijvende teelt, moeten aan de voorwaarden voldoen.

Bouwland

Bouwland is grond die u gebruikt voor de teelt van gewassen, of die daarvoor beschikbaar is maar braak ligt. In het kader van de randvoorwaarden is zwarte braak niet toegestaan en dient u een voorgeschreven groenbemester in te zaaien en op te geven. Deze verplichting geldt niet voor onbeheerde akkerranden die u inzet als ecologisch aandachtsgebied.

Blijvend grasland

Blijvend grasland is grond met een overheersende natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen die tenminste 5 jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf zijn opgenomen. Blijvend grasland overheerst als de vegetatie voor minimaal 50% bestaat uit grassen of andere kruidachtige voedergewassen. Pitrus, riet en heide worden niet gezien als kruidachtig voedergewas. Grasland dat minder dan 5 jaar niet in de vruchtwisseling is opgenomen valt onder bouwland en is daarmee tijdelijk grasland. Een uitzondering  hierop is de verplichte herinzaai van omgezet kwetsbaar blijvend grasland in een N2000 gebied. Dat is na inzaai direct weer blijvend grasland.

In de stroomschema gewascodes voor grasland (pdf) vindt u de meest gebruikte gewascodes waarmee u uw perceel grasland kunt opgeven. In de Toelichting bij stroomschema gewascodes voor grasland (pdf) vindt u het complete overzicht van graslandcodes en hun gebruik.

Blijvende teelten

Dit is grond die u gebruikt voor niet in de vruchtwisseling opgenomen teelten van gewassen, andere dan blijvend grasland. Deze teelten moeten de grond minimaal 5 jaar in beslag nemen en geregeld een oogst opleveren, met inbegrip van producten van kwekerijen en hakhout met korte omlooptijd. Op basis van deze definitie zijn heide, schorren en kwelders, slikken en platen, duinen, ruigte (onder andere  struiken, bosschages, riet), moeras, riet en percelen met veel pitrus geen subsidiabele landbouwgrond.

Als de vegetatie overwegend bestaat uit ruigte en/of pitrus, vallen percelen met ruigte en pitrus niet onder landbouwgrond. Grasland met meer dan 50 bomen per hectare is ook bos. Er is dan namelijk sprake van te veel hinder voor landbouwactiviteiten. Boomgaarden, boom- en fruitkwekerijen vallen onder 'blijvende teelten'.

Wilt u voor specifieke situaties weten of iets onder landbouwgrond valt of wilt u weten waar u rekening mee moet houden bij het intekenen van percelen? Lees dan het onderstaande document.

Gebruik van percelen voor niet-landbouwactiviteiten en evenementen

Als de grond voor meer dan 90 dagen ook voor andere doeleinden wordt gebruikt of beschikbaar is, dan is deze niet subsidiabel. Er is dan geen uitbetaling van betalingsrechten mogelijk. U kunt dan denken aan 'tijdelijk ander gebruik' zoals hieronder aangegeven. Maar ook aan voetbalvelden, golfbanen, stadsparken, campingterreinen, enz. Deze gronden zijn in principe meer dan 90 dagen in gebruik of primair beschikbaar voor niet-landbouwactiviteiten zoals recreatie of sport. Hieronder staan een aantal voorbeelden.

Voorbeelden van tijdelijk ander gebruik en evenementen:

  • De aanleg van leidingen
  • De realisatie van een waterberging
  • Baggerwerkzaamheden
  • Wedstrijden
  • Een paardenconcours
  • Gebruik als tijdelijke opslag van bagger, bouwmaterialen, veevoer, enz.

Komt u in totaal niet boven de 90 dagen per kalenderjaar uit? Dan zijn meerdere korte activiteiten wel toegestaan.

Overschrijding 90-dagentermijn

Duren de werkzaamheden langer dan 90 dagen? Vraag dan in de Gecombineerde opgave geen uitbetaling van betalingsrechten en vergroeningsbetaling op dit perceel aan. U geeft het perceel op als niet–subsidiabel perceel, bijvoorbeeld als tijdelijk onbeteelde grond. Teelt u de overige periode wel een gewas? Dan kunt u ook het geteelde gewas opgeven en daarnaast aangeven dat het om een perceel gaat met noemenswaardige hinder.

Terugbrengen in goede conditie

Breng het perceel direct na de activiteit, binnen de termijn van 90 dagen, terug in goede landbouw- en milieuconditie. Hiermee voorkomt u een randvoorwaardenkorting op GLB-subsidies. Lees hierover meer op de pagina Overtreding randvoorwaarden.

Gewassen

In de onderstaande Tabel Gewassen en GLB 2018 (Excel) ziet u voor alle gewassen de informatie die voor 2018 van belang is voor het GLB. U kunt bijvoorbeeld zien of op een gewas betalingsrechten uitbetaald worden, of het bouwland is, of het een apart gewas is voor gewasdiversificatie en of het als volg- en/of hoofdteelt ingezet kan worden voor het ecologisch aandachtsgebied.

Service menu right