Berekening graasdierpremie 2018

Meer artikelen
Graasdierpremie - Highlanders in natuurgebied

De graasdierpremie is voor dieren die op enig moment in de periode van 1 januari tot en met 15 mei 2018 aanwezig zijn op het bedrijf. Voor de berekening kijken we hoeveel dagen deze dieren aanwezig zijn in de periode van 1 januari tot en met 15 oktober 2018.

Bereken de premie als volgt:
Deel de som van het aantal dagen dat de runderen en/of schapen voldoen aan de voorwaarden door 288 (aantal dagen in de periode van 1 januari tot en met 15 oktober 2018). Vermenigvuldig de uitkomst met het premiebedrag per dier.

Correctie bij subsidiabel grasland

Heeft u op uw bedrijf subsidiabel grasland in gebruik op 15 mei 2018? Dan corrigeren we het aantal dieren dat in aanmerking komt voor de premie. De dieren kunnen ook op het subsidiabel grasland grazen. Het maakt daarbij niet uit of ze dat ook daadwerkelijk doen.

We berekenen dan eerst hoeveel schapen en runderen op het subsidiabele grasland aanwezig zouden kunnen zijn. Wij gebruiken voor de berekening een vast aantal van 11,67 schapen per hectare en 1,75 runderen per hectare. Voor deze dieren krijgt u géén graasdierpremie.

Heeft u zowel schapen als runderen? Dan berekenen we de verlaging van de premie eerst op basis van het aantal schapen en daarna van het aantal runderen.

De volgende gewassen tellen mee als subsidiabel grasland:

  • Blijvend grasland (265)
  • Tijdelijk grasland (266)
  • Blijvend en natuurlijk grasland. Hoofdfunctie landbouw (331)
  • Blijvend en natuurlijk grasland (336)
  • Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras (333)
  • Rand, grenzend aan blijvend grasland of een blijvende teelt, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras (370)
  • Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit blijvend gras. (EA: onbeheerd) (334)
  • Rand, grenzend aan bouwland, hoofdzakelijk bestaand uit tijdelijk gras. (EA: onbeheerd) (372)

Voorbeeldberekeningen

Voorbeeld 1

Dit is een voorbeeldberekening van de graasdierpremie, met aftrek door subsidiabel grasland:

  • Een schapenhouder heeft het hele jaar een schaapskudde van 350 schapen die het vorige jaar of eerder zijn geboren. Op zijn bedrijfslocatie heeft hij 5 hectare subsidiabel grasland.
  • Het berekende aantal schapen voor deze 5 hectare grasland is:
    5 hectare x 11,67 schapen per hectare = 58,35 schapen.
  • Het aantal schapen waarvoor deze schapenhouder graasdierpremie kan krijgen, is dus:
    350 – 58,35 = 291,65 schapen.
  • De graasdierpremie wordt dan:
    291,65 x € 23 = € 6.707,95. Dit komt boven de ondergrens van € 1.000.

Voorbeeld 2

Dit is een voorbeeldberekening van de graasdierpremie, met aftrek van dieren die niet aan de I&R voorwaarden voldoen en die tot een sanctie leiden:

  • Een schapenhouder heeft het hele jaar een schaapskudde van 350 schapen die in het vorige jaar of eerder zijn geboren. Op zijn bedrijfslocatie heeft hij 5 hectare subsidiabel grasland.
  • Het berekende aantal schapen voor deze 5 hectare grasland is:
    5 hectare x 11,67 schaap per hectare = 58,35 schapen.
  • 25 Schapen voldoen niet aan de voorwaarden en worden gekort. Het aantal schapen dat voldoet is:
    350 – 25 = 325.
  • Het aantal schapen waarvoor deze schapenhouder graasdierpremie kan krijgen, is dan:
    325 (aantal dieren dat voldoet) – 58,35 (vanwege aftrek grasland) = 266,65 schapen.
  • De graasdierpremie vóór sanctie wordt dan:
    266,65 x € 23 = € 6.132,95.
  • Het aantal schapen dat wordt gekort levert de volgende afwijking op:
    25 (aantal dieren dat niet voldoet) / 325 (aantal dieren dat voldoet) = 7,69%.
  • De afwijking levert een sanctiebedrag op van:
    7,69% x € 6.132,95= € 471,62.
  • De graasdierpremie wordt dan:
    € 6.132,95- € 471,62 = € 5.661,33.

Voorbeeld 3

Dit is een voorbeeldberekening van de graasdierpremie, waarbij niet alle dieren de volledige periode van 1 januari tot en met 15 oktober (288 dagen) worden aangehouden.

  • Een schapenhouder heeft een schaapskudde van 350 schapen die in het vorige jaar of eerder zijn geboren. 200 schapen worden de volledige periode van 288 dagen gehouden en 150 schapen gedurende 200 dagen. Van deze 150 voldoen er 10 schapen niet aan de voorwaarden. Op zijn bedrijfslocatie heeft hij 5 hectare subsidiabel grasland.
  • Het totaal aantal schapen dat aan de voorwaarden voldoet is 200 schapen x 288 dagen + 140 schapen x 200 dagen = 85.600 dagen : 288 dagen = 297,22 schapen.
  • Het berekende aantal schapen voor deze 5 hectare grasland is:
    5 hectare x 11,67 schaap per hectare = 58,35 schapen.
  • Het aantal schapen waarvoor deze schapenhouder graasdierpremie kan krijgen, is dan:
    297,22 – 58,35 (vanwege aftrek grasland) = 238,87 schapen.
  • De graasdierpremie vóór sanctie wordt dan:
    238,87 x € 23 = € 5.494,01.
  • Het aantal schapen dat niet voldoet levert de volgende afwijking op:
    10 schapen x 200 = 2000 dagen / 288 dagen = 6,94 schaap. 297,22 schapen voldoen wel. Het afwijkingspercentage is dan 2,34 %.
  • De afwijking levert een sanctiebedrag op van:
    2,34% x € 5.494,01 = € 128,56.
  • De graasdierpremie wordt dan:
    € 5.494,01- € 128,56 = € 5.365,45.

Service menu right