Fosfaatarme en fosfaatfixerende gronden

Meer artikelen
Fosfaatarme en fosfaatfixerende gronden

Heeft u een perceel met een lage fosfaattoestand? Dan mag u meer fosfaat gebruiken. Dit mag alleen als u uw perceel laat bemonsteren door een geaccrediteerd laboratorium volgens het Protocol Fosfaatarm en Fosfaatfixerend met de gestratificeerde aselecte steekproef.

Uit de gegevens moet blijken dat de fosfaattoestand inderdaad laag is.

Voorwaarden

Grond is fosfaatarm of -fixerend als het PAL-getal lager is dan 16 (bij grasland) en het Pw-getal lager dan 25 (bij bouwland). Op deze landbouwgronden mag u meer fosfaat gebruiken, namelijk 120 kilogram per hectare. Geef tussen 1 april en 15 mei via de Gecombineerde opgave door dat u gebruik wilt maken van deze hogere norm. Per gewasperceel vult u de PAL-waarde (grasland) of Pw-waarde (bouwland) in.

Als u geen PAL- of Pw-waarde invult, moet u rekenen met de laagste fosfaatgebruiksnorm. Deze vindt u in tabel 2 Fosfaatgebruiksnormen. Op grasland en bouwland mag u de extra hoeveelheid fosfaat in de vorm van kunstmest, dierlijke mest en andere organische meststoffen geven. Maakt u gebruik van derogatie? Dan mag u geen fosfaat uit kunstmest gebruiken.

Analyserapport geaccrediteerd laboratorium

Wilt u van de hogere norm gebruikmaken, dan heeft u een analyserapport nodig van een erkend geaccrediteerd laboratorium. Het laboratorium maakt gebruik van het Protocol Fosfaatarm en Fosfaatfixerend (pdf) om de fosfaattoestand van het perceel te bepalen. Het rapport mag op 15 mei van het eerste jaar waarin de hogere fosfaatgebruiksnorm gebruikt wordt niet ouder zijn dan 12 maanden. Het rapport is 4 jaar geldig, ook voor eventuele nieuwe gebruikers van het perceel.

Download:

Service menu right