Vrijstellingen en uitzonderingen mestverwerkingsplicht landbouwer

Meer artikelen
Koeien in een vrijloopstal - mestverwerkingsplicht voor de landbouwer

Landbouwers die meer dierlijke mest produceren dan ze op hun eigen bedrijf in Nederland kunnen plaatsen, moeten een deel van dit bedrijfsoverschot laten verwerken. In een aantal situaties kunt u echter een gedeeltelijke of volledige vrijstelling krijgen.

Vrijstellingen

In de volgende situaties hoeft u het verplichte deel van uw bedrijfsoverschot niet te laten verwerken.

  • Drempelwaarde
    Als de hoeveelheid mest die u moet verwerken kleiner is dan de zogenoemde drempelwaarde, dan hoeft u geen mest te laten verwerken. De drempelwaarde is 100 kilogram fosfaat. De drempelwaarde geldt na het bepalen van uw verwerkingsplicht, niet na het berekenen van uw bedrijfsoverschot. Heeft u bijvoorbeeld een overschot van 900 kilo, waarvan u 10% moet laten verwerken? Dan is uw verwerkingsplicht 90 kilo. Omdat dit onder de drempelwaarde ligt, hoeft u dit niet te laten verwerken.
  • Regionale mestafzet (RMO)
    Als u uw gehele bedrijfsoverschot rechtstreeks naar een of meerdere landbouwbedrijven afvoert. U voldoet daarbij aan alle onderstaande voorwaarden:

    • Uw bedrijfsoverschot is in het betreffende kalenderjaar maximaal 25% van de totale mestproductie.
    • De loslocatie ligt hemelsbreed maximaal 20 kilometer van uw productielocatie.
    • De afnemer mag de mest niet eerst opslaan, maar gebruikt deze direct op zijn landbouwgrond.
    • U sluit vooraf een Regionale mestafzetovereenkomst (RMO) af met een landbouwer. U hoeft deze overeenkomst niet naar ons op te sturen, bewaar deze in uw administratie.
    • U vult op het Vervoersbewijs dierlijke meststoffen (VDM) opmerkingscode 71 in.
  • Afvoer van strorijke mest
    Als u dieren houdt in een stalsysteem waarbij minstens twee derde van de leefruimte is ingestrooid met stro. En als minimaal 90% van de fosfaat die de dieren op uw bedrijf produceren, in een dergelijk stalsysteem wordt geproduceerd. U vult op het VDM opmerkingscode 73 in. Dit geldt ook voor afvoer van mest waar geen stro in zit.
    Voor gemengde bedrijven (meerdere diersoorten) geldt de vrijstelling ook. Voorwaarde daarbij is dat ten minste 90% van de fosfaat die de dieren op uw bedrijf produceren, wordt geproduceerd in een stalsysteem waarbij minstens twee derde van de leefruimte is ingestrooid met stro. Ook als u uw dieren een gedeelte van de dag of een gedeelte van het jaar weidt, kunt u gebruikmaken van de vrijstelling.
    Voorbeeld: Een schapenhouder houdt schapen en een aantal runderen. De schapen staan in een stal waarbij twee derde is ingestrooid met stro. De schapen lopen in de zomer buiten en produceren in totaal 90% van de fosfaatproductie. De runderen staan niet op stro, maar produceren drijfmest. Ze staan in de zomer overdag in de wei en 's avonds op stal. De runderen produceren in totaal 10% van de fosfaatproductie. Deze veehouder komt in aanmerking voor de vrijstelling, omdat er wordt voldaan aan de 90% eis. Een voorwaarde is dat alle mest wordt afgevoerd met opmerkingscode 73.

Uitzonderingen

In de volgende situaties mag u de hoeveelheid dierlijke mest (uitgedrukt in kilogrammen fosfaat) die u afvoert, aftrekken van uw eigen verwerkingsplicht.

  • Afvoer naar biologisch bedrijf
    U heeft een biologisch bedrijf en u voert de hoeveelheid biologische mest, die u zou moeten verwerken, af naar een ander biologisch bedrijf. Het biologische bedrijf dat de mest afneemt, moet de mest op zijn eigen biologische bedrijf gebruiken. Een biologisch bedrijf kan gebruikmaken van deze vrijstelling als beide biologische bedrijven (producent en afnemer) zijn gecertificeerd door SKAL.
  • Afvoer van paarden- en pluimveemest naar een champignonsubstraatbereider
    Levert u paarden- en/of pluimveemest aan een ondernemer die champignonsubstraat bereidt? Dan mag u deze hoeveelheid (in kilogrammen fosfaat) aftrekken van uw verwerkingsplicht. U vult dan opmerkingscode 72 in op het VDM. Voert u een mengsel van varkens- en pluimveemest af? Dan mag u alleen de kilogrammen fosfaat uit pluimveemest aftrekken van uw verwerkingsplicht.
  • Afvoer naar grenspercelen
    De hoeveelheid fosfaat die u afvoert naar eigen grond in het buitenland (grenspercelen) mag u aftrekken van uw verwerkingsplicht. U voldoet dan wel aan de volgende voorwaarden:
    • Een perceel in Duitsland ligt maximaal 20 kilometer van de Nederlandse grens.
    • Een perceel in BelgiĆ« ligt maximaal 25 kilometer van de Nederlandse grens.
    • Het perceel hoort bij uw bedrijf: het is uw eigendom of u heeft een pachtcontract afgesloten. Grond in het Vlaamse deel van BelgiĆ« moet geregistreerd zijn bij de Vlaamse mestbank.
    • U vult opmerkingscode 13 in op het VDM.

Service menu right