Service menu right

Veelgestelde vragen over hoeveel mest landbouwgrond

Veelgestelde vragen

Wat is landbouwgrond?

Landbouwgrond is grond waarop een vorm van landbouw plaatsvindt.

Waarom is er bij de fosfaatgebruiksnorm verschil tussen grasland en bouwland?

De fosfaatgebruiksnorm voor grasland en bouwland verschilt, omdat grasland meer fosfaat opneemt. Ook heeft de bodem van bouwland een minder intensieve beworteling. Daardoor neemt een gewas op bouwland minder snel fosfaat op en moet u hiervoor meer mest gebruiken.

Kan ik mijn grenspercelen ook aanmelden voor fosfaatdifferentiatie, zodat ik meer fosfaat mag gebruiken?

Nee. Uw grond in het buitenland telt niet mee voor de gebruiksnormen. U kunt die grond daarom niet aanmelden voor fosfaatdifferentiatie.

Wat is de fosfaatvrije voet, hoe bereken ik deze?

Gebruikt u compost? Dan telt maximaal 50% van de fosfaat daarin niet mee. Dit noemen we de fosfaatvrije voet. Hoe u dit berekent hangt af van uw compost.

Heeft u compost met in elk geval 7 gram fosfaat per kilogram droge stof? Dan rekent u zo: hoeveelheid compost in ton x 3,5. De uitkomst is de hoeveelheid fosfaat in kilogram die niet meetelt. U rekent altijd met 3,5 omdat dit de bovengrens is. Gebruikt u compost met minder dan 7 gram fosfaat? Dan rekent u zo: hoeveelheid fosfaat per kilogram droge stof x 50% x hoeveelheid compost in ton.

Meer informatie over het berekenen van de fosfaatgebruiksnorm vindt u in de brochure Hoeveel mest uitrijden. Hoe rekent u dat uit? Deze staat op Hoeveel fosfaat landbouwgrond.

Mag ik de analyseresultaten van een vorige eigenaar gebruiken?

Ja. Een analyserapport is 4 jaar geldig. Als nieuwe gebruiker van het perceel kunt u de analyse-uitslagen uit datzelfde rapport blijven gebruiken. U geeft dan uiterlijk 14 mei in de eerstvolgende Gecombineerde opgave aan:

  • dat u de nieuwe gebruiker van de grond bent (oppervlakte en ligging).
  • de PAL- of Pw-waarde die in het analyserapport staat vermeld. U bewaart het rapport in uw administratie.
  • of u gebruik wilt maken van de verhoogde fosfaatgebruiksnorm bij fosfaatdifferentiatie of fosfaatarme - en fixerende gronden (reparatiebemesting).

Hoe bereken ik het (soortelijk) gewicht van mijn begin- of eindvoorraad?

Hoe u dit berekent verschilt voor drijfmest en vaste mest.

Drijfmest
U rekent met 1.000 kilo per kubieke meter. Hoeveel kubieke meter drijfmest u heeft opgeslagen berekent u zelf. De bouwtekeningen van uw mestput en milieuvergunningen kunnen u hierbij helpen.

Vaste mest
Eerst berekent u het volume: lengte x breedte x hoogte. Daarna vermenigvuldigt u het volume met het soortgelijk gewicht. U berekent het soortelijk gewicht zelf. Bijvoorbeeld: u weegt 50 liter vaste mest. Als dit 40 kilo weegt, dan is het soortgelijk gewicht 0,8 kilo per liter (40 gedeeld door 50).

Als u het gewicht van uw voorraad weet, kunt u berekenen hoeveel stikstof en fosfaat in uw voorraad zit.

Hoe bereken ik het gemiddeld aantal graasdieren voor de mestproductie?

U berekent daarvoor het gemiddeld aantal graasdieren dat u in een kalenderjaar op uw bedrijf houdt. Voor rundvee telt u het aantal dieren elke dag. Aan het eind van het jaar telt u die aantallen bij elkaar op en deelt u het totaal door 365. Voor andere diercategorieën telt u uw dieren elke eerste dag van de maand. Aan het eind van het jaar telt u die aantallen bij elkaar op en deelt u het totaal door 12. Ingeschaarde graasdieren telt u mee, uitgeschaarde niet.

Welke diersoorten vallen onder staldieren of graasdieren?

U vindt een overzicht in het document Overzicht staldieren, rundvee en overige graasdieren.

Hoe bereken ik de stikstofcorrectie?

U berekent dit zo: gemiddeld aantal dieren per diercategorie x stikstofcorrectie (deze vindt u in tabel 4 Diergebonden normen). Is er in uw stal een luchtwasser die de gasvormige verliezen opvangt? En voert u het spuiwater van de luchtwasser apart af? Reken dan met de norm die bij uw stalsysteem hoort (regulier of emissiearm).

Ik wil de stikstofcorrectie uitrekenen voor de stalbalans. Hoe bereken ik dan het gemiddeld aantal staldieren?

U berekent eerst hoeveel graasdieren u gemiddeld in een kalenderjaar op uw bedrijf houdt. Voor vleeskalveren, varkens, kippen en kalkoenen telt u het aantal dieren elke dag. Aan het eind van het jaar telt u deze aantallen bij elkaar op en deelt u het totaal door 365. Voor andere diercategorieën telt u uw dieren elke eerste dag van de maand. Aan het eind van het jaar telt u die aantallen bij elkaar op en deelt u het totaal door 12.

Wat is een groenbemester?

Een groenbemester wordt na het hoofdgewas ingezaaid. De groenbemester neemt dan voedingsstoffen in de bodem en voorkomt zo dat die voedingsstoffen uitspoelen. De groenbemester blijft in de winter staan en in het voorjaar ondergeploegd of als voer gebruikt. Hierdoor komen de voedingsstoffen weer vrij voor een nieuw gewas. Soms wordt een grassoort als groenbemester gebruikt. Dit heet een grasgroenbemester.

Welke gewassen zijn groenbemesters?

In de wet staat geen lijst van groenbemesters. Of een gewas een groenbemester is, hangt af van het uiteindelijke doel van het gewas. Snijrogge kan bijvoorbeeld een akkerbouwproduct zijn, maar ook een groenbemester. En Engels raaigras kan ook gewoon grasland zijn.

Voorbeelden van een grasgroenbemester zijn:

  • westerwolds raaigras
  • engels raaigras
  • italiaans raaigras
  • andere grassoorten
Voorbeelden van een groenbemester zijn:
  • gele mosterd
  • bladrammanas
  • olifantsgras (soedaangras)
  • snijrogge
  • voederwieken
  • tagates (afrikaantjes)
 

Wanneer heb ik een stikstofgebruiksnorm voor een groenbemester?

Teelt u de groenbemester na graan, koolzaad, zomerpeen, blauwmaanzaad, karwij of vlas? Dan mag u rekenen met de stikstofgebruiksnorm van 100%. Teelt u de groenbemester na een ander gewas? Dan mag u voor de groenbemester op zand- en lössgrond maar 50% van de stikstofgebruiksnorm gebruiken. Op kleigrond hoeft u niet met deze korting te rekenen.