Digestaat als mest gebruiken | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

Digestaat als mest gebruiken

01-07-2020

Digestaat is een product dat overblijft nadat u dierlijke mest of plantaardige reststoffen heeft vergist. In bepaalde gevallen mag u dit digestaat gebruiken als dierlijke mest of overige organische mest. U houdt zich aan de regels die gelden voor het gebruiken en verhandelen van het digestaat.

Eindproduct van co-vergisting

Vergist u biomassa met in elk geval 50% dierlijke mest en maximaal 50% plantaardige of dierlijke organische reststoffen met elkaar? Dat noemen we co-vergisting. Tijdens dit proces wordt de biogasproductie verhoogd, dat komt door het toevoegen van de co-producten. In een (co-)vergistingsinstallatie breken bacteriën organische stoffen af zonder dat daar zuurstof bij komt. Dat noemen we anaerobe vergisting. De bacteriën zetten de verteerbare delen van de biomassa gedeeltelijk om in biogas.

Het eindproduct van vergisting is digestaat.

Alleen digestaat van bijlage Aa gebruiken

De organische producten (co-producten) komen vaak uit de land- en tuinbouw of de (vee)voedingsindustrie. Alleen de producten die in bijlage Aa (onderdeel IV, categorie 1G) staan van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet mogen hiervoor gebruikt worden. Lees meer op Afval- en reststoffen als mest gebruiken.

Rekentool co-materialen

Wilt u weten of u de vergiste co-materialen van bijlage Aa (onderdeel IV, categorie 1G) als mest mag gebruiken? Gebruik dan deze rekentool. U vult de best beschikbare analyseresultaten in. De tool geeft dan aan of het co-product voldoet aan de wettelijke eisen en normen.

Gebruiken als dierlijke mest

Vergist u dierlijke mest met één of meer andere organische producten? Dan mag u het digestaat als dierlijke mest gebruiken en verhandelen als:

  • er in elk geval 50% dierlijke meststoffen is vergist (gebaseerd op gewicht);
  • de andere organische producten in bijlage Aa (onderdeel IV, categorie 1) staan;
  • de stoffen uit bijlage Aa (onderdeel IV, categorie 1G) de maximale waarden voor zware metalen en microverontreinigingen niet overschrijden. Lees meer in de brochure Heeft u mest? Aan deze eisen moet het voldoen. Deze brochure staat hieronder.
Voldoet het digestaat niet aan deze eisen? Dan mag u het niet verhandelen, gebruiken en vervoeren.

Regels dierlijke mest gebruiken

Gebruikt u digestaat als dierlijke mest? Dan houdt u zich aan de regels voor het gebruik, uitrijden, verhandelen en vervoeren van dierlijke mest:

Gebruiksnorm dierlijke mest

Alle stikstof en fosfaat in de co-producten telt 100% mee voor de gebruiksnorm dierlijke mest, stikstofgebruiksnorm en fosfaatgebruiksnorm.

Uitzondering bij 100% gebruik op eigen bedrijf

Gebruikt u het digestaat alleen op uw eigen bedrijf? Dan telt alleen de stikstof uit de vergiste dierlijke mest mee voor de gebruiksnorm dierlijke mest. De stikstof in de co-producten telt in dat geval niet mee voor de gebruiksnorm dierlijke mest. Zodra u het digestaat helemaal of voor een deel van uw bedrijf afvoert, telt alle stikstof van het digestaat dat u heeft gebruikt mee in uw gebruiksnorm dierlijke mest. Deze uitzondering is niet voor de stikstofgebruiksnorm en voor de fosfaatgebruiksnorm.

Werkingscoëfficiënt stikstof

Gebruikt u het digestaat op uw bedrijf? U gebruikt de werkingscoëfficiënt om na te gaan of u met uw gebruikte stikstof binnen uw stikstofgebruiksnorm blijft. Voor het digestaat gebruikt u de werkingscoëfficiënt van de mest die bij het vergisten is gebruikt. Dat kan graasdier- of staldiermest zijn.

Heeft u bijvoorbeeld graasdiermest vergist? Dan gebruikt u de werkingscoëfficiënt van graasdiermest. Bereken de werkingscoëfficiënt naar rato van het aandeel stikstof van elke mestsoort die u bij het vergisten gebruikt. Deze berekende werkingscoëfficiënt geldt dan ook voor de co-producten.

Krijgt u digestaat aangevoerd van een ander bedrijf? Bereken de werkingscoëfficiënt naar rato van het gewicht van de dierlijke mestsoorten in het digestaat. De berekende werkingscoëfficiënt geldt dan ook voor het co-materiaal. Gebruik bij de berekeningen tabel 9.

Afvoer van digestaat

Voert u digestaat van uw bedrijf af? U moet elke vracht digestaat die u afvoert laten wegen en bemonsteren. Bij sommige mesttransporten bent u vrijgesteld van het wegen, bemonsteren en analyseren. U rekent dan met de forfaitaire normen voor de mestsoort die u heeft gebruikt bij het vergisten. Voor de co-producten gebruikt u de forfaits uit tabel 8 en tabel 11. Deze staan hieronder. Staan uw co-producten niet in de tabellen? Gebruik dan de gegevens van de leverancier van de co-producten.

Gebruiken als overige organische mest

Vergist u alleen plantaardige stoffen? Dan mag u het digestaat als overige organische mest gebruiken en verhandelen als:

  • De gebruikte stoffen in bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling staan. Meststoffenwet, onderdeel IV, categorie 1, A tot en met G1.
  • De stoffen uit categorie G de maximale waarden voor niet te veel zware metalen en microverontreinigingen niet overschrijden. Lees meer in onze brochure Heeft u mest? Aan deze eisen moet het voldoen. Deze brochure staat hieronder.

Gebruikt u digestaat als overige organische mest? Dan houdt u zich aan de regels voor het gebruik, uitrijden en vervoeren van overige organische mest. Lees meer op Mest gebruiken en uitrijden en Andere mest vervoeren.

Extra administratie bij co-vergisting

Co-vergisting is een vorm van mestbewerking. Daarom moet u als landbouwbedrijf of intermediair bedrijf bij ons geregistreerd zijn. Heeft u al een landbouwbedrijf en is de vergistingsinstallatie onderdeel van uw bedrijf? Dan zien wij de vergisting als een agrarische activiteit. U hoeft zich niet te registreren als intermediair bedrijf. U moet extra gegevens in uw administratie bijhouden:

  • De manier van bewerking (co-vergisting) en een beschrijving van de manier waarop de installatie werkt.
  • Hoeveel dierlijke meststoffen u heeft co-vergist.
  • Wat de samenstelling is van het digestaat.
  • Hoeveel digestaat er is geproduceerd.
  • Wat de aard en samenstelling is van de stoffen die u samen met de dierlijke mest heeft bewerkt. Per gebruikt co-product houdt u dagelijks bij:
    • welke stoffen u heeft co-vergist;
    • hoeveel van die stoffen zijn gebruikt;
    • het nummer van de bijbehorende omschrijving in bijlage Aa (onderdeel IV, categorie 1)
    • Gegevens waaruit blijkt op welk bedrijf het co-product als reststof is vrijgekomen. Facturen, analyses van dat bedrijf bijvoorbeeld, met informatie over het soort product, de herkomst ervan en uit welk productieproces het is vrijgekomen.

Lees meer op Welke administratie landbouwer.

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
De komende tijd zoeken wij testers voor het nieuwe ontwerp van onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.