Service menu right

Dierlijke mest vervoeren

Vervoert u als intermediair dierlijke mest? U heeft een Vervoerbewijs dierlijke mest (VDM) nodig tijdens het vervoer. U weegt en bemonstert de mest en u laat deze analyseren. De gegevens van het VDM stuurt u naar ons op.

Hoe vervoeren

Als u dierlijke mest vervoert, vult u een VDM in. Dat doet u samen met de leverancier en afnemer. Tijdens het vervoer neemt u als bewijs een papieren VDM mee. Daarop staan uw gegevens, de gegevens van de leverancier en afnemer en de gegevens over het vervoer. Na het vervoer stuurt u de gegevens naar ons. Lees meer op Vervoersbewijs dierlijke mest.

Wanneer geen VDM nodig

Er is geen VDM nodig bij het vervoer van:

  • dierlijke mest van een tuincentrum/hovenier naar een particulier;
  • dierlijke mest die vanuit een ander land zonder tussenopslag naar het buitenland gaat;
  • mestkorrels verpakt in eenheden van maximaal 25 kg;
  • vaste mest met minder dan 10% vaste dierlijke mest, of minder dan 10% champost naar een particulier;
  • grondstoffen uit paardenmest of ponymest, die nodig zijn voor de productie van substraat;
  • substraat voor de teelt van champignons;
  • mest van dieren die niet voor gebruiks- of winstdoeleinden worden gehouden, zoals hobbydieren;
  • dierlijke mest binnen een eigen bedrijf, bijvoorbeeld van de stal naar een perceel.

Er zijn ook situaties waarin u wél een VDM moet invullen, maar er niet gewogen, bemonsterd en geanalyseerd hoeft te worden. En waarbij een intermediair het vervoer niet hoeft te doen. Lees meer op Vervoeren met vrijstelling

Pijpleiding of transportband gebruiken

Meestal wordt dierlijke mest over de weg vervoerd, maar het kan ook met een pijpleiding of een transportband. Lees meer op Mest vervoeren met pijpleiding of Mest vervoeren met transportband.

Hoe wegen

Er zijn verschillende manieren om dierlijke mest te wegen. Bijvoorbeeld met een aanboordweegapparaat of een weegbrug. De weeginstallatie voldoet aan de eisen van het Besluit meetinstrumenten en marktdeelnemers aan niet-automatische weegwerktuigen.

Aanboordweegapparaat

Heeft uw vervoermiddel een apparaat om te wegen? En is dit zo afgesteld dat het nauwkeurig weegt? Dan noemen we dit een aanboordweegapparaat. Hiermee weegt u het nettogewicht na het laden van de vracht. Het gewicht vult u meteen na het wegen in op het VDM.

Weegbrug

Gebruikt u een weegbrug? Dan rijdt u het vervoermiddel eerst de weegbrug op zonder vracht en weegt u het vervoermiddel. Daarna rijdt u het vervoermiddel mét vracht de weegbrug op en weegt u opnieuw. U berekent het gewicht van de vracht dan zo: gewicht vervoermiddel met vracht minus gewicht vervoermiddel zonder vracht. Zolang u het nettogewicht niet weet, vult u het geschatte gewicht in op het VDM. Dit doet u op zijn laatst direct na het laden. Vul op het vervoersbewijs alleen het gewicht van de vracht in, totdat u de vracht gewogen heeft bij de weegbrug.

Container

Als u vaste mest in een container vervoert, bepaalt u één keer het gewicht van de lege container. U kunt hiervoor een weegbrug of aanboordweegapparataat gebruiken. Het leeggewicht moet te zien zijn op de container en kan niet worden verwijderd. U berekent het gewicht van de vracht dan zo: gewicht van de gevulde container minus gewicht van de lege container.

Wanneer wegen

U weegt de mest zo snel mogelijk. Gebruikt u een aanboordweegapparaat? Dan weegt u de vracht meteen na het laden. Gebruikt u geen aanboorweegapparaat? Dan rijdt u naar een weegstation dat dicht bij het vertrekpunt ligt om daar de vracht te wegen. Het weegstation moet wel op de route liggen U mag niet vlak voor de bestemming wegen.

Wegen als u mest importeert of exporteert

Bij export weegt u voordat de vracht de grens over gaat. Bij import mag u de vracht in het buitenland wegen. Doet u dit niet, dan moet u de vracht direct wegen als u op Nederlandse grond rijdt. Lees meer op Mest importeren en exporteren.

Bewijs van het wegen

Tijdens het vervoer heeft u een of meer weegbonnen bij u. Deze bonnen komen uit één of meer weeginstallaties. De bon is een papieren of een elektronisch bewijs. Bewaar na het wegen het bewijs in elk geval 5 jaar. Op de weegbon staat:

  • het gewicht;
  • de datum en het tijdstip van wegen;
  • de identificatie van de weeginstallatie;
  • Bij een weegbrug: Het kenteken van het vervoermiddel.

Identificatie weeginstallatie

Bij een weegbrug gebruikt u het adres van de weeginstallatie. Kan dit niet? Dan mag ook het unieke keuringsnummer van de weegbrug op de weegbon gedrukt staan. Het keuringsnummer vindt u op het ijkrapport.

Bij een aanboordweegapparaat meldt u het kenteken van het voertuig, het combinatienummer (bij drijfmest) of het unieke registratienummer van de weeginstallatie. Deze gegevens moeten op de weegbon gedrukt staan.

Gaat het om een oudere goedgekeurde weegbrug? Dan heeft u een bon nodig met een uniek keuringsnummer en een voorgedrukt adres van de weeginstallatie. Voorwaarde is dat de weeginstallatie niet geüpdatet kan worden en dat de verkoper dit openbaar heeft gemaakt. U mag het weegbewijs dan afdrukken op zo'n bon.

Hoe bemonsteren

Er zijn verschillende regels voor drijfmest, vaste mest en dikke fractie na mestscheiding. 

Drijfmest bemonsteren

Als u drijfmest vervoert, moet het vervoermiddel bemonsterings- en verpakkingsapparatuur hebben. Deze apparatuur zit onlosmakelijk vast aan het vervoermiddel. Het bemonsteringsapparataat neemt tijdens het laden van de vracht automatisch een monster. Het verpakkingsapparaat verpakt het daarna. 

De inhoud van het mestmonster is in elk geval 650 milliliter en er staat een unieke barcode op, die zich hooguit één keer in de 3 jaar herhaalt. De verpakking is zo afgesloten dat deze niet zonder herkenbare beschadiging kan worden geopend. Zo kan er niets onopvallend toegevoegd, afgenomen of veranderd worden. 

Vaste mest bemonsteren

U stelt een representatief monster samen. Een monster van vaste mest bestaat uit verschillende delen en weegt in totaal tussen de 500 en 800 gram. Deze voorwaarden zijn er:

  • Blijft de vracht in Nederland? U neemt de deelmonsters tijdens het laden of het lossen. Dit doet u handmatig, goed verspreid en steeds op dezelfde afstand.
  • Importeert u de mest? Neem het monster tijdens het lossen. Bij export tijdens het laden. 
  • Bij vaste mest neemt u het monster. Bij dikke fractie na mestscheiding doet een monsternemende organisatie dit. Lees meer op Uw lab of monsternemende organisatie.
  • Een monsterverpakking heeft een inhoud van in elk geval 750 milliliter en er staat een unieke barcode op, die zich hooguit één keer in de 3 jaar herhaalt. De verpakking is zo afgesloten dat deze niet zonder herkenbare beschadiging kan worden geopend. Zo kan er niets onopvallend toegevoegd, afgenomen of veranderd worden. 

Dikke fractie met mestcode 13 en 43 bemonsteren

Monsters van dikke fractie mogen alleen genomen worden door monsternemers van een geaccrediteerde en erkende organisatie. Niet door vervoerders. Dikke fractie is vaste mest die bestaat uit koek na mestscheiding met mestcode 13 en 43 of een mengsel waarin mestcode 13 en/of 43 zit. Lees meer op Dikke fractie bemonsteren.

Periodiek laten bemonsteren 

Levert de leverancier een constante stroom dierlijke mest met mestcode 13, 43 of een mengsel daarvan? En is de kwaliteit van deze mest altijd hetzelfde? Dan mag u de bemonstering hiervan misschien periodiek laten doen, in plaats van per vracht. Lees meer op Dikke fractie periodiek bemonsteren.

Meerdere ritten bemonsteren

Er zijn speciale regels om te bemonsteren als u in 2 delen vervoert, of als u meerdere vrachten vervoert naar dezelfde afnemer.

Gesplitst vervoer 

Soms kan vaste mest niet in één keer van leverancier naar de eindbestemming worden vervoerd. De container met mest blijft dan een tijdje staan. Het vervoer gaat dan in 2 delen. U hoeft maar één keer te bemonsteren als u hieraan voldoet:

  • Het zijn 2 afzonderlijke ritten. De tweede rit is binnen een week na de eerste.
  • U voert tijdens de eerste rit alvast het monsternummer (pot en deksel) van de tweede rit in en doet de bemonstering alleen tijdens de tweede rit. 
  • Voor elke rit is er een VDM. Op het eerste VDM is de vervoerder ook afnemer van de mest, op het tweede is de vervoerder ook leverancier van de mest.
  • Gebruik op het VDM opmerkingscode 46.

Mengmonster

Vervoert u binnen 7 dagen meerdere vrachten van één leverancier naar één afnemer? Dan zijn er van die vrachten meerdere monsters. U mag hiervan een mengmonster samen laten stellen. Het laboratorium stelt dit mengmonster samen. Hiermee bepaalt u de hoeveelheid stikstof en fosfaat van al deze vrachten. U mag een mengmonster gebruiken als u hieraan voldoet:

  • Het mengmonster bestaat uit niet meer dan 12 monsters.
  • De monsters zijn van dezelfde vervoerder.
  • Bij drijfmest: de kleinste vracht is niet meer dan 10% kleiner dan de grootste.
  • Bij vaste mest: de kleinste vracht is niet meer dan 20% kleiner dan de grootste.

Voorbeeld: stel dat de grootste vracht 1.000 kilogram weegt en de kleinste 800 kilogram. Dan is het verschil 200 kilogram. Die 200 kilogram is 20% van het gewicht van de grootste vracht. Bij drijfmest mag u dan geen mengmonster gebruiken, bij vaste mest wel.

Hoe laten analyseren

U laat uw monsters analyseren door een erkend en geaccrediteerd laboratorium. Dit geeft inzicht in de samenstelling van de mest. Het laat onder andere zien hoeveel stikstof en fosfaat er in zit.

Analyse laten doen

Stuur de monsters binnen 10 werkdagen naar het laboratorium. Dit laboratorium doet de analyse binnen 5 werkdagen. U, de afnemer of de leverancier ontvangt de uitslagen dan uiterlijk 5 werkdagen nadat de analyse gedaan is. Lees meer op Mest analyseren in laboratorium.

Heranalyse laten doen

Denkt u dat de analyseresultaten misschien niet kloppen? U kunt één keer een heranalyse aanvragen. Dit doet u bij hetzelfde laboratorium dat ook de eerste analyse heeft gedaan. Verstuur de vraag om de heranalyse binnen 10 werkdagen nadat het laboratorium u de analyseresultaten heeft gestuurd.

Resultaat heranalyse wijkt af

Zijn de resultaten van de heranalyse anders dan de resultaten van de eerste analyse? De leverancier, de vervoerder en de afnemer van de mestvracht ontvangen dan een aangepast analyserapport. Hierop staat dat het om een heranalyse gaat. Het (eerste) analyseresultaat vervalt daarmee. De vervoerder vult op het VDM de aangepaste analyseresultaten en opmerkingscode 53 (heranalyse) in.

Resultaat heranalyse hetzelfde

Als de resultaten van de heranalyse gelijk zijn aan de eerste analyseresultaten stuurt het laboratorium geen nieuw analyserapport. De aanvrager krijgt van het laboratorium een bericht waarin staat dat het eerste rapport blijft gelden. De leverancier, de vervoerder en de afnemer moeten dan uitgaan van de hoeveelheden die in het eerste rapport staan.

Analyse laten doen van dikke fractie met mestcode 13 en 43

De monsternemende organisatie stuurt het monster, onder vermelding van de betrokken leverancier en het VDM-nummer, binnen 7 dagen na bemonstering naar het laboratorium. Dit laboratorium doet de analyse binnen 5 werkdagen en stuurt het analyserapport naar de leverancier. Dit rapport stuurt de leverancier binnen 5 dagen door naar de vervoerder. Lees meer op Dikke fractie bemonsteren.

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
U kunt via dit formulier geen vragen aan ons stellen. Heeft u een vraag? Ga dan naar www.rvo.nl/contact en neem contact met ons op via telefoon, e-mail of social media.
Als wij vragen hebben over uw toelichting, mogen wij dan contact met u opnemen?
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
De komende tijd zoeken wij testers voor het nieuwe ontwerp van onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.