Service menu right

Veevoermaatregel voor melkvee

Van september tot en met december 2020 is er een tijdelijke veevoermaatregel voor de melkveehouderij. De hoeveelheid ruw eiwit in gekocht diervoer mag niet hoger zijn dan de bovengrens. Deze bovengrens berekent u zelf voor uw bedrijf. Voor sommige soorten diervoer is er geen bovengrens.

Maatregel ligt bij Tweede Kamer

De veevoermaatregel voor melkvee ligt nog bij de Tweede Kamer en de Europese Commissie. Wij verwachten dat er eind augustus duidelijkheid komt. Als er meer bekend is, leest u dat hier. Wij raden u aan alvast rekening te houden met deze nieuwe maatregel.

Over de veevoermaatregel

U mag alleen diervoer voor uw melkvee kopen als er niet te veel ruw eiwit in zit. U mag ook geen voer in voorraad hebben en aan uw melkvee voeren als er te veel ruw eiwit in zit. U berekent zelf de bovengrens voor uw bedrijf. De hoeveelheid ruw eiwit in het voer mag niet hoger zijn dan deze grens.

Hoe bovengrens berekenen?

De bovengrens hangt af van de grondsoort en de melkproductie van uw bedrijf. Voor elke grondsoort en hoeveelheid melkproductie is er een categorie met een bovengrens voor de hoeveelheid ruw eiwit. Deze is uitgedrukt in aantal gram per kilogram diervoer. In de tabel hieronder ziet u de verschillende categorieën met de bovengrens die daarbij hoort.

Tabel 1 Bovengrens hoeveelheid ruw eiwit per categorie (in gram per kilogram)
 Melkproductie <14.000 kg/haMelkproductie 14.000-20.000 kg/haMelkproductie >20.000 kg/ha
Zand- of lössgrond191192193
Kleigrond171172173
Veengrond164164165


Twijfelt u in welke categorie u valt? U gaat uit van de gegevens in de Gecombineerde opgave van 2020. U kijkt dan naar welke grondsoort u heeft in 2020 en naar uw melkproductie van 2019.

Bedrijf op meerdere grondsoorten

Het kan zijn dat uw bedrijf op meerdere grondsoorten staat. Bestaat in elk geval 50% van uw landbouwgrond uit één bepaalde grondsoort? Dan houdt u zich aan de bovengrens uit de tabel die hoort bij die grondsoort. U doet een berekening als de totale oppervlakte van uw landbouwgrond voor minder dan 50% uit één grondsoort bestaat. U berekent de bovengrens voor de hoeveelheid ruw eiwit in verhouding tot de oppervlakte van de verschillende grondsoorten.

Uw bedrijf ligt bijvoorbeeld voor 40% op zand, 30% op klei en 30% op veen. U neemt de bovengrenzen uit de tabel die horen bij deze grondsoorten en bij uw melkproductie. Vervolgens berekent u:

Bovengrens hoeveelheid ruw eiwit = 0,4 x bovengrens zand + 0,3 x bovengrens klei + 0,3 x bovengrens veen.

Wanneer geen bovengrens?

Er is geen bovengrens voor diervoer dat u zelf teelt. Bij gekocht diervoer en voer dat u in voorraad heeft, is geen bovengrens voor:

  • tarwegistconcentraat
  • bierborstel
  • bietenloof
  • stro
  • gras, kruiden en peulvruchten (groenvoer)
  • luzerne (ook zongedroogd en kunstmatig gedroogd)
  • snijmais
  • veldbonen
  • voerbieten
  • kunstmelkpoeder voor de kalveropfok

Aangepaste bovengrens voor uitzondering

Teelt u ruwvoer met weinig eiwit? Of zit er altijd al weinig eiwit in het totaalrantsoen van uw melkvee? Dan valt u misschien onder de uitzondering en kunt u een aangepaste bovengrens gebruiken. U berekent met de rekentool hieronder of u hier ook recht op heeft.

In de rekentool vult u gegevens in. Bijvoorbeeld de voergegevens uit 2018 en 2019 en de bovengrens bij uw categorie uit tabel 1 hierboven. Is de uitkomst van uw berekening lager dan 155 gram ruw eiwit per kilogram droge stof? Dan komt u in aanmerking voor de aangepaste bovengrens. Deze zorgt ervoor dat u de 155 gram wel haalt. Het gaat dan om het ruw eiwit in het totaalrantsoen dat u gebruikt op het hele bedrijf. We gaan uit van 155 gram, omdat gezondheidsproblemen bij uw melkvee kunnen ontstaan als deze hoeveelheid lager is.

Als u in aanmerking komt voor de aangepaste bovengrens, berekent de rekentool ook wat deze is voor uw bedrijf.

Uitzondering bij ons melden

Valt u onder de uitzondering en maakt u gebruik van de aangepaste bovengrens? U heeft één week om dat bij ons te melden. De maatregel gaat waarschijnlijk in op 1 september 2020. Dat betekent dat u uiterlijk 7 september 2020 aan ons doorgeeft dat u de aangepaste bovengrens gebruikt. U stuurt daarbij ook bewijsstukken naar ons op. Lees meer op Uitzondering veevoermaatregel voor melkvee.

Als u te laat bent met melden, mag u geen aangepaste bovengrens gebruiken. U gebruikt dan de bovengrens van ruw eiwit bij uw categorie uit tabel 1 hierboven.

Controle en handhaving

Als de NVWA bij controle vaststelt dat u zich niet aan de maatregel houdt, bent u in overtreding. Handhaven kan op 2 manieren:

  • door de minister (bestuursrecht)
  • door het openbaar ministerie (strafrecht) 

De minister heeft voor overtreding een boete van € 2.500 bepaald.

Gegevens bewaren

Als u als melkveehouder uw diervoer laat leveren, krijgt u van de leverancier een document waarin staat:

  • hoeveel gram ruw eiwit er per kilogram in het diervoer zit;
  • voor welke diercategorie het diervoer bedoeld is.

Deze papieren moet u in elk geval 6 maanden bewaren.

Meer weten?

Het kabinet heeft deze maatregel aangekondigd in de Kamerbrief van 13 november 2019. Het doel is om de uitstoot van ammoniak in korte tijd te verminderen.

Deze veevoermaatregel voor melkvee is tijdelijk en geldt alleen van september tot en met december 2020. Voor de jaren na 2020 is het de bedoeling om via afspraken met de sector de hoeveelheid ruw eiwit in het totaalrantsoen laag te houden. Lees meer over deze maatregel op www.aanpakstikstof.nl.

Heeft u vragen over de KringloopWijzer? Neem dan contact op met ZuivelNL.

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *