Service menu right

Wegwijs in het mestbeleid

Gewassen hebben mest nodig om te groeien. Maar te veel mest op de bodem is niet goed voor het oppervlaktewater en grondwater. Dat komt vooral door de stoffen stikstof en fosfaat. Wilt u dierlijke mest of een andere meststof gebruiken? Dan heeft u te maken met regels.

Waarom regels over mest

Schoon water is belangrijk voor onze gezondheid. En ook voor de gezondheid van dieren en planten. Rivieren en kanalen stromen door verschillende landen. Om de waterkwaliteit te beschermen zijn daarom Europese afspraken nodig. Deze afspraken staan in de Europese nitraatrichtlijn en in de kaderrichtlijn water. Deze Europese nitraatrichtlijn is in 1991 opgezet. Het is daarmee één van de eerste Europese regelgevingen.

Nederlandse invulling van Europese richtlijn

In de nitraatrichtlijn en in de kaderrichtlijn water staat wat EU-landen moeten doen om hun doelen te halen. Deze doelen moeten voorkomen dat stoffen uit mest het grond- en oppervlaktewater vervuilen. Het gaat dan om de stoffen stikstof en fosfaat. Landen mogen voor een deel zelf bepalen hoe ze de doelen van de richtlijnen willen halen.

De maatregelen die Nederland heeft genomen staan in de Meststoffenwet (MSW). Hieronder vallen de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (URM) en het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (UBM), het Besluit Gebruik Meststoffen (BGM) en de Uitvoeringsregeling Gebruik Meststoffen (UGM).

Elke 4 jaar leggen we aan de Europese Commissie uit hoe we invulling geven aan ons mestbeleid en hoe we doelstellingen denken te bereiken. Onze plannen zetten we in Actieprogramma’s. Hierin staan de veranderingen die nodig zijn. Op 1 januari 2018 is het 6e actieprogramma ingegaan, voor de periode 2018 tot en met 2021.

 Riverenlandschap milieu.png

Rivierenlandschap in Nederland. Schoon water is belangrijk voor onze gezondheid. En ook voor de gezondheid van dieren en planten.

Regels voor bewust bodemgebruik

De regels die zijn gemaakt over mest gebruiken en uitrijden zijn de kern van het mestbeleid. Deze voorschriften zorgen ervoor dat er zo min mogelijk uitspoeling van mest is. 

Hoeveel gebruiken en uitrijden

In 2006 zijn de maximale hoeveelheden vastgesteld voor het gebruik van dierlijke mest, stikstof en fosfaat op landbouwgrond. Deze maximale hoeveelheden noemen we de gebruiksnormen. Ze zorgen er voor dat elk gewas de beste hoeveelheid mest krijgt. Er zijn er 3:

  • Gebruiksnorm voor stikstof uit dierlijke mest.
  • Gebruiksnorm voor stikstof uit alle mestsoorten.
  • Gebruiksnorm voor fosfaat uit alle mestsoorten.

Voor natuurgrond, primaire waterkering en overige grond zijn andere maximale hoeveelheden.

Naast de normen zijn er ook regels over wanneer er mag worden uitgereden op verschillende grondsoorten. En hoe dat moet.

Derogatie

Boeren in Nederland mogen onder voorwaarden van Europa meer dierlijke mest gebruiken dan in de Nitraatrichtlijn staat. Dit heeft te maken met het relatief grote verlies van stikstof naar de lucht en de hogere opbrengst van het grasland. Vanwege ons klimaat met veel regen en een natte bodem hebben we gemiddeld hogere opbrengsten met grasland en meer verlies van stikstof naar de lucht.

Vanggewas na maïs

De maïsteelt op zand- en lössgrond heeft een groot risico voor uitspoeling, vooral voor stikstof. Er blijft veel stikstof in de bodem achter, wat nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Om stikstofuitspoeling te voorkomen moet daarom direct na de oogst van maïs op zand- en lössgrond een vanggewas geteeld worden.

Grasland scheuren

Er komt veel organische stikstof vrij bij het scheuren van grasland. Deze stikstof neemt het nieuw ingezaaide gewas weer op. Wanneer u te laat inzaait na het vernietigen, spoelt veel van de stikstof uit.

 Boer Melkveehouder met koeien in de wei uitgelicht.png

Melkveehouder met koeien in de wei.

Regels voor mestproductie

Nederland mag niet meer mest produceren dan een bepaald maximum. Hiervoor zijn een fosfaat- en stikstofplafond. Om er voor te zorgen dat we in Nederland niet meer produceren dan de plafonds, zijn er een aantal regelingen die grenzen stellen aan het aantal dieren dat landbouwers voor productie mogen houden.

Productierechten

Sinds 1998 hebben boeren productierechten nodig om varkens of pluimvee te houden. Vanaf 2006 vallen alleen kippen en kalkoenen nog onder pluimvee. Voor andere pluimveesoorten heeft een boer geen productierechten nodig.

Verantwoorde groei melkveehouderij

Vanaf 2015 bestaat de regeling Verantwoorde groei melkveehouderij. Dit is een regeling voor melkveehouders die na 2013 meer koeien houden op hetzelfde aantal hectare grond, of melkveehouders die hetzelfde aantal koeien op minder grond houden. De Wet grondgebondenheid is een aanscherping van de verantwoorde groei. Deze wet is in 2015 ingesteld om te voorkomen dat de melkveehouderij zonder grond kan groeien. Kortom, verantwoorde groei van melkveebedrijven wordt mogelijk gemaakt.

Fosfaatreductieplan en fosfaatrechten

De Nederlandse veehouderij heeft na het melkquotum meer fosfaat geproduceerd dan mag op basis van Europese afspraken. In 2017 was er daarom het fosfaatreductieplan, zodat de productie weer onder het fosfaatplafond kwam. Hiermee moesten we op 2 manieren de fosfaatproductie verlagen. Veehouderijen moesten minder vrouwelijke runderen houden. En mengvoerbedrijven moesten hun fosfor in mengvoer verlagen. Om ervoor te zorgen dat de productie structureel onder dit plafond blijft, is op 1 januari 2018 het fosfaatrechtenstelsel van kracht. Een melkveehouder mag niet meer fosfaat met melkvee produceren dan het aantal fosfaatrechten dat hij heeft.

 Varkenssnuit met oormerk Duitsland Afbeelding via Pixabay uitgelicht.png

Varkenssnuit met oormerk.

Regels voor mestverwerkingsplicht

Door de 3 gebruiksnormen kunnen boeren soms niet alle mest die hun dieren produceren op hun eigen grond kwijt. In het Mestverwerkingsstelsel van 2014 staat dat landbouwers een bepaald percentage van dit overschot moeten laten verwerken. Bijvoorbeeld door mestkorrels te laten maken van het overschot, of door de mest te verbranden of te exporteren. Dit zorgt voor een verantwoorde afzet. De overheid wil er zo voor zorgen dat de druk op de gebruiksnormen afneemt, omdat het voor evenwicht op de mestmarkt zorgt.

 Koeien stal met opstrooi op bodem via Pixabay uitgelicht.png

Koeien in stal met opstrooi.

Regels voor mest vervoeren, bewerken en onderzoeken

Voor het vervoer, de opslag, het mengen en verhandelen van (dierlijke) mest zijn verschillende regels. Deze zijn ondersteunend aan de bescherming van bodem, grond- en oppervlaktewater tegen de schadelijke gevolgen van overbemesting. Ook is er zo registratie en controle van alle mest die in omloop is.

Voor mestvervoer is bijvoorbeeld een meldplicht, ook als er wordt geïmporteerd of geëxporteerd. Zo is altijd bekend waar de mest vandaan komt en naartoe gaat. De vervoerde mest moet daarnaast gewogen, bemonsterd en geanalyseerd worden, bijvoorbeeld om de verspreiding van besmettelijke dierziekten tegen te gaan. Als laatst zijn er nog regels om mest te mengen, zodat er geen afvalstof in de grond komt. Gemengde mestsoorten moeten samen een meststof blijven.

Intermediar grote tank op de weg NationaleBeeldbank uitgelicht.png

Mest vervoeren in een grote tank.

Meer weten?

In de brochure Mest - een waardevolle grondstof van Wageningen Livestock Research staat een overzicht van het Nederlandse mestbeleid. Naast feiten en cijfers leest u ook over managementoplossingen en de plek van dierlijke mest in de kringlooplandbouw.

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *