Wegwijs in het mestbeleid: hoe hangen alle regelingen met elkaar samen?

Meer artikelen

Mestverwerkingsplicht, Verantwoorde groei melkveehouderij, Fosfaatrechten, om een paar stelsels te noemen. De laatste jaren zijn er regels in het mestbeleid bijgekomen. Niet iedereen kan hier eenvoudig zijn weg in vinden. Ellen Spandaw, medewerker bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) en inhoudelijk deskundige mest, legt uit hoe het mestbeleid in elkaar zit.

Te veel mest in het water of op het land is schadelijk voor het milieu en de biodiversiteit. Daarom zijn er regels opgesteld voor het gebruik van mest. Het doel is het grond- en oppervlaktewater in Nederland gezond te houden, onder meer om er drinkwater van te maken.

Nitraatrichtlijn

"In de Nitraatrichtlijn zijn afspraken gemaakt over de hoeveelheid nitraat die is toegestaan in het grondwater", vertelt Spandaw. "Zo mag in het grondwater maximaal 50 mg nitraat terechtkomen. Elk van de Europese lidstaten moet zich aan de Nitraatrichtlijn houden. Hierbij is het grotendeels aan elke lidstaat hoe ze dit bereiken."

De Nederlandse invulling van de Nitraatrichtlijn is met name vastgelegd in de Meststoffenwet (MSW). Hieronder horen het Uitvoeringsbesluit meststoffenwet (UBM) en de Uitvoeringsregeling meststoffenwet (URM). Tot slot is er het Besluit Gebruik Meststoffen (BGM) en de daarbij behorende Uitvoeringsregeling Gebruik Meststoffen.

Zesde Actieprogramma

"Elke 4 jaar leggen we aan de Europese Commissie voor hoe we invulling geven aan ons mestbeleid en hoe we de doelstellingen willen halen", stelt Spandaw. "Onze plannen voor 4 jaar staan beschreven in een Actieprogramma. Op 1 januari 2018 gaat het zesde Actieprogramma in. Zodra hier meer over duidelijk is, vermelden wij dit op onze website en maken wij dit bekend in een nieuwsbrief. In de praktijk geven we via verschillende stelsels uitvoering aan het mestbeleid."

De infographic Nitraatrichtlijn (jpg) maakt duidelijk hoe de verschillende regelingen van dit mestbeleid met elkaar samenhangen. U vindt de infographic onderaan deze pagina.

Gebruiksnormen en gebruiksvoorschriften

Gericht op fosfaat en stikstof

De gebruiksnormen en gebruiksvoorschriften vormen de kern van het mestbeleid. De gebruiksnormen gelden voor de hoeveelheden mest die een agrariër mag uitrijden op zijn landbouwgrond. Het Nederlandse mestbeleid kent 3 verschillende soorten gebruiksnormen:

  • een gebruiksnorm voor dierlijke mest (uitgedrukt in stikstof);
  • gebruiksnormen voor de totale hoeveelheid stikstof (voor alle meststoffen);
  • gebruiksnormen voor de totale hoeveelheid fosfaat (voor alle meststoffen).

"Een agrariër moet aan alle 3 de normen voldoen", aldus Spandaw.

Derogatie

Gras heeft in Nederland een lange groeiperiode en een relatief hoge stikstofopname. In die stikstofbehoefte wordt, zonder milieurisico, voorzien door extra bemesting met dierlijke mest. Nederlandse boeren mogen onder bepaalde voorwaarden, zoals het hebben van minimaal 80% grasland, van Europa meer dierlijke mest gebruiken dan de in de Nitraatrichtlijn genoemde norm. Dit noemen wij derogatie.

Gebruiksvoorschriften

De gebruiksvoorschriften bestaan uit regels voor het uitrijden en het gebruik van meststoffen. Deze regels geven aan hoe en wanneer agrariërs de meststoffen mogen uitrijden. Ook is aangegeven hoeveel zij mogen uitrijden op overige grond en natuurterrein. Deze voorschriften zorgen ervoor dat de mest efficiënt en op het juiste moment bij gewassen terechtkomt.

Fosfaatreductieplan

Gericht op fosfaat

Nederland mag niet meer mest produceren dan een bepaald maximum. Hiervoor is een fosfaatplafond ingesteld. Dit plafond is in Nederland overschreden. Om de derogatie in 2017 te behouden, is het de bedoeling dat de melkveestapel inkrimpt door middel van het Fosfaatreductieplan in 2017.

Dierproductierechten

Gericht op fosfaat

Dit stelsel stelt grenzen aan het aantal dieren dat agrariërs voor productie mogen houden.

Spandaw: "Sinds 1 januari 2006 bestaan de dierproductierechten alleen nog voor varkens, kippen en kalkoenen. Om deze diersoorten te houden, moet een agrariër dus beschikken over dierproductierechten."

Mestverwerkingsplicht

Gericht op fosfaat

Dit stelsel bepaalt dat een agrariër met een mestoverschot een bepaald percentage daarvan verplicht afzet buiten de Nederlandse landbouw. Hierdoor ontstaat evenwicht op de mestmarkt.

"Dat geldt voor het overschot per bedrijf", licht Spandaw toe. "Ofwel de mest die de agrariër niet meer op eigen grond kwijt kan op basis van de gebruiksnormen. We onderscheiden de gebieden zuid, oost en overig. Per gebied geldt een ander verwerkingspercentage, waarvoor een agrariër moet zorgen voor een verantwoorde afzet. Dit betekent dat de mest buiten de Nederlandse landbouw terechtkomt. Dat kan door er bijvoorbeeld mestkorrels van te maken, te verbranden of te exporteren."

Verantwoorde groei en grondgebondenheid melkveehouderij

Gericht op fosfaat

Het stelsel van de verantwoorde groei melkveehouderij geldt voor melkveehouders die ten opzichte van 2013 zijn gegroeid (door uitbreiding of door hetzelfde aantal koeien op minder grond). De Wet grondgebondenheid is een aanscherping van de verantwoorde groei. Het doel van deze wet is te voorkomen dat de melkveehouderij zonder grond kan groeien.

Fosfaatrechten

Gericht op fosfaat
Naar verwachting met ingang van 1 januari 2018 van kracht

Momenteel vinden voorbereidingen plaats voor invoering van fosfaatrechten voor melkvee. Het stelsel van fosfaatrechten regelt dat de in Nederland geproduceerde hoeveelheid fosfaat – als bestanddeel van mest – weer onder het afgesproken plafond komt, en blijft.

"De sector heeft maatregelen ingevoerd via het fosfaatreductieplan zodat de productie in 2017 weer onder dit plafond komt", zegt Spandaw. "Om ervoor te zorgen dat de productie vervolgens ook structureel onder dit plafond blijft, wordt naar verwachting per 1 januari 2018 het stelsel van fosfaatrechten van kracht. Een melkveehouder mag dan niet meer fosfaat met melkvee produceren dan het aantal fosfaatrechten dat hij heeft."

Vervoer, opslag, mengen en verhandelen van mest

Gericht op fosfaat en stikstof

Voor het vervoer, de opslag, het mengen en verhandelen van (dierlijke) meststoffen gelden verschillende regels. Deze regels zijn ondersteunend aan de bescherming van bodem, grond- en oppervlaktewater tegen de schadelijke gevolgen van overbemesting. Ook vindt zo registratie en controle plaats van waar de mest vandaan komt en naartoe gaat. Op die manier wordt onder andere verspreiding van besmettelijke dierziekten tegengegaan.

"Er zijn bijvoorbeeld regels voor het vervoeren, zoals het verplicht wegen, bemonsteren en analyseren van een mesttransport", aldus Spandaw. "Verder zijn er regels voor het mengen van mest, zodat het geen afvalstof wordt maar een meststof blijft. Ook aan import en export van mest zijn regels gebonden."

Meer weten?

Lees de informatiepagina Mest voor meer achtergrondinformatie per stelsel, de toelichting op berekeningen en rekenhulptools en de uitzonderingen.

Download:

Service menu right