Berekening fosfaatrechten

U krijgt in januari 2018 een beschikking. Daarin staat hoeveel fosfaatrechten uw bedrijf krijgt. In de bijlage van uw beschikking kunt u zien hoe deze berekend zijn.

Bij de berekening van uw fosfaatrechten gebruiken wij per bedrijf de volgende gegevens:
•    aantal stuks melkvee op 2 juli 2015
•    melkproductie in 2015
•    gemiddeld aantal stuks melkvee in 2015
•    fosfaatruimte


Fosfaatproductie

De toegestane productie van mest door melkvee wordt vastgesteld op basis van de forfaitaire normen (uit tabel 4 - Diergebonden normen 2015 (pdf) en tabel 6 - Stikstof- en fosfaatproductiegetallen per melkkoe 2015-2017 (pdf)). Bij de hoogte van de fosfaatruimte is rekening gehouden met de fosfaattoestand van de bodem (PAL- en Pw-waarde) zoals u die heeft opgegeven in de Gecombineerde opgave 2015.

Heeft u in 2015 deelgenomen aan de BEP-pilot? Dan geldt dat er gerekend wordt met de bedrijfsspecifieke excretienorm voor fosfaat, zoals deze is vastgelegd in de BEP-beschikking.

Fosfaatruimte

De fosfaatruimte = de bij ons geregistreerde oppervlakte landbouwgrond in 2015 x de fosfaatgebruiksnorm 2015 + de bij ons geregistreerde oppervlakte natuurterrein in 2015 x de hoeveelheid fosfaat die op natuurterrein mag worden gebruikt.
Voor natuurterrein geldt een norm van 70 kg voor grasland en 20 kg voor overig natuurterrein.
De geregistreerde oppervlakte grond is de oppervlakte die wij naar aanleiding van uw Gecombineerde opgave 2015 hebben geregistreerd. Hierbij hanteren wij de gewascodes voor grasland, bouwland en natuurterrein.

Grondgebondenheid

De grondgebondenheid berekent u op de volgende manier:
Het gemiddeld aantal stuks melkvee in 2015 x de forfaitaire norm - de fosfaatruimte in 2015. Is de uitkomst negatief of nul, dan is uw bedrijf grondgebonden.
 

Generieke korting

Om te zorgen dat de fosfaatproductie binnen het fosfaatplafond blijft, wordt per 1 januari 2018 een generieke korting  toegepast. Dit percentage is vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Volledig grondgebonden bedrijven krijgen geen generieke korting.

Bedrijven die een ‘relatief’ klein fosfaatoverschot hadden, krijgen een gedeeltelijke vrijstelling van de generieke korting. Deze bedrijven worden alleen gekort voor zover hun fosfaatrechten de fosfaatruimte te boven gaat. De korting die toegepast wordt, is maximaal 8,3%.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

SituatieKorting
Bedrijf is grondgebonden Geen korting
Bedrijf is niet grondgebonden +  verschil tussen fosfaatrechten en fosfaatruimte  kleiner dan de generieke korting Korting met verschil
Bedrjif is niet grondgebonden +  verschil tussen  fosfaatrechten en fosfaatruimte  groter dan de generieke korting Generieke korting van 8,3%

Voorbeeld

Een bedrijf met een ‘relatief’ klein fosfaatoverschot, heeft een fosfaatruimte van 4.800 kg. Op basis van zijn aantal gehouden stuks melkvee op 2 juli 2015 zou het 5.000 fosfaatrechten toegekend krijgen.
De generieke korting = 8,3% van 5.000 = 415
Het verschil tussen de fosfaatrechten en de fosfaatruimte is: 5.000-4.800= 200
Het bedrijf krijgt daarom een korting met het verschil: in dit geval 200 en ontvangt 4.800 rechten.

Als het het bedrijf in 2015 niet grondgebonden is geweest en een fosfaatruimte had van 4.500 kg, dan geldt de generieke korting van 415 fosfaatrechten.
Het bedrijf ontvangt dan 5.000-415= 4.585 rechten.

Service menu right