Melkproducerend bedrijf

Meer artikelen
Koeien in de wei

De melkveestapel van rundveehouderijbedrijven die melk produceren voor consumptie of verwerking, wordt stapsgewijs verkleind. Dit betekent dat u het aantal vrouwelijke runderen moet terugbrengen naar het aantal geregistreerde runderen op 2 juli 2015, minus 4%. Grondgebonden bedrijven zijn uitgezonderd van deze korting van 4%.

De Regeling fosfaatreductieplan is per 1 maart 2017 ingegaan en bestaat uit 5 perioden van elk 2 maanden.

  • Periode 1: 1 maart tot en met 30 april 2017
  • Periode 2: 1 mei tot en met 30 juni 2017
  • Periode 3: 1 juli tot en met 31 augustus 2017
  • Periode 4: 1 september tot en met 31 oktober 2017
  • Periode 5: 1 november tot en met 31 december 2017

Aantal GVE’s

De bedrijven die onder de regeling vallen, krijgen een referentieaantal gebaseerd op een aantal grootvee-eenheden (GVE’s). Dit aantal is geregistreerd in het I&R-systeem. Voor niet-grondgebonden bedrijven is de referentie gelijk aan het aantal GVE’s dat op 2 juli 2015 geregistreerd stond, minus 4%. Grondgebonden bedrijven hebben niet te maken met de korting van 4%.

Referentie

Voor de referentie op 2 juli 2015 gaan we uit van het aantal:

  • vrouwelijke runderen die op 2 juli 2015 minimaal eenmaal gekalfd hebben (inclusief doodgeboren kalveren)
  • vrouwelijke runderen die op 2 juli 2015 jonger dan een jaar zijn (kalf)
  • vrouwelijke runderen die op 2 juli 2015 1 jaar en ouder zijn en niet gekalfd hebben (pink)

We stellen de referentieaantallen vast op basis van de volgende omrekeningsfactoren:

  • Een rund van 0 tot 1 jaar is 0,23 GVE.
  • Een rund van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd is 0,53 GVE.
  • Een rund dat ten minste eenmaal heeft gekalfd is 1,0 GVE.

Grondgebondenheid

We vergelijken de fosfaatproductie in 2015 van het aantal vrouwelijke runderen in het I&R-systeem met de fosfaatruimte in 2015 om te bepalen of uw bedrijf grondgebonden is.

We berekenen de fosfaatproductie in 2015 als volgt:

  • gemiddeld aantal in 2015 gehouden runderen die minimaal één keer gekalfd hebben x 41,3 kg fosfaat
  • gemiddeld aantal in 2015 gehouden vrouwelijke runderen die jonger dan een jaar zijn (kalf) x 9,6 kg fosfaat
  • gemiddeld aantal in 2015 gehouden vrouwelijk runderen die 1 jaar en ouder zijn en niet gekalfd hebben (pink) x 21,9 kg fosfaat

Of op de volgende manier:

  • gemiddeld aantal in 2015 gehouden runderen die minimaal één keer gekalfd hebben, vermenigvuldigd met de excretieforfaits (voor diercategorie 100) in Tabel 6: Stikstof- en fosfaatgetallen mest per melkkoe 2015-2017. U vindt deze tabel op de pagina Tabellen en normen.
  • gemiddeld aantal in 2015 gehouden vrouwelijke runderen die jonger dan een jaar zijn (kalf) x 9,6 kg fosfaat
  • gemiddeld aantal in 2015 gehouden vrouwelijke runderen die 1 jaar en ouder zijn en niet gekalfd hebben (pink) x 21,9 kg fosfaat

Bent u op basis van één van bovenstaande berekeningen grondgebonden? Dan merken wij uw bedrijf aan als grondgebonden. Met onze rekentool kunt u snel en gemakkelijk uitrekenen of uw bedrijf grondgebonden is. Na het invullen van de gegevens ziet u dit meteen. U vindt de rekentool op mijn.rvo.nl.

Meer informatie

Service menu right