Hogere stikstofgebruiksnormen voor grond met hogere opbrengsten

Meer artikelen
Boer in veld met aardappels

Een van de equivalente maatregelen is hogere stikstofgebruiksnormen voor grond met hogere opbrengsten. Als u hiervan gebruikmaakt en u voldoet aan de voorwaarden, dan mag u een extra stikstofnorm hanteren.

De extra stikstofnorm geldt voor 17 gewassen en is van toepassing op alle grondsoorten. Wel is er een maximum aan het jaarlijkse gebruik op een bedrijf van de hoeveelheid drijfmest per hectare per jaar op een bedrijf per grondsoort. Daarbij zijn de verschillende zandgrondgebieden onderverdeeld per provincie:

  • Centrale zandgronden zijn zandgronden in Overijssel, Gelderland of Utrecht.
  • Noordelijke zandgronden zijn zandgronden in Friesland, Groningen of Drenthe.
  • Westelijke zandgronden zijn zandgronden in Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland of Zeeland.
  • Zuidelijke zandgronden zijn zandgronden in Limburg of Noord-Brabant.

U vindt de hoogte van de extra stikstofnorm in Tabel 13 (pdf).

Aanmelden

U kunt zich van 1 februari tot en met 1 juni aanmelden voor deze en andere equivalente maatregelen.

Wilt u maatregelen combineren? Lees welke combinaties niet mogelijk zijn op de pagina Equivalente maatregelen.

Voorwaarden

Voor de hogere stikstofgebruiksnormen voor grond met hogere opbrengsten voldoet u aan de volgende voorwaarden:

  • U teelt suikerbieten, bepaalde consumptieaardappelrassen uit Tabel 1a (pdf), wintertarwe , zomertarwe , wintergerst, zomergerst, bepaalde pootaardappelrassen uit Tabel 1b (pdf), zetmeelaardappelen, bloemkool, broccoli, slasoorten (eerste teelt), prei, andijvie (eerste teelt), spinazie (eerste teelt), winterpeen/waspeen, zaai-ui of mais.
  • De gewasopbrengst van het totale areaal van een van de hierboven genoemde gewassen was de afgelopen twee jaar (2016 en 2017) bovengemiddeld. In Tabel 13 (pdf) vindt u de toegestane verhoging per gewas. Deze is afhankelijk van de gemiddelde opbrengst van het totale areaal.
  • Voor de stikstofgebruiksnorm is een maximum vastgesteld voor het gebruik van de hoeveelheid drijfmest voor de percelen waarvoor u gebruik maakt van deze maatregel. De stikstofgebruiksnorm mag u als volgt gebruiken:
    • Zuidelijke zandgronden en lössgronden: maximaal 75 kilogram stikstof per hectare per jaar in de vorm van drijfmest, na berekening van de werkingscoëfficiënt. Hierbij mag u voor de overige bemesting met stikstof uitsluitend gebruikmaken van stikstofkunstmest.
    • Kleigrond, noordelijke, westelijk en centrale zandgronden of veengrond: maximaal 100 kilogram stikstof per hectare per jaar in de vorm van drijfmest, na berekening van de werkingscoëfficiënt. Hierbij mag u voor de overige bemesting met stikstof gebruikmaken van stikstofkunstmest.
  • Na 1 juli mag u de gewassen op alle grondsoorten uit Tabel 13 (pdf), waarvoor u deze maatregel wilt gebruiken, niet meer bemesten met drijfmest.
  • Voor de gewassen suikerbieten, consumptieaardappelen, wintertarwe, zomertarwe, wintergerst en zomergerst machtigt u de afnemer(s) om gegevens te verstrekken over de afgenomen hoeveelheid als daarom wordt gevraagd.
  • Voor de gewassen pootaardappelen, zetmeelaardappelen, bloemkool, broccoli, sla soorten (eerste teelt), prei, spinazie (eerste teelt), andijvie (eerste teelt), winterpeen/waspeen, zaai-ui en mais heeft u een schriftelijk bewijs van de afnemer en een samenstellingsverklaring van de accountant nodig. De bewijsstukken zijn op uw bedrijf aanwezig. Lees meer hierover in de volgende paragrafen, bij Schriftelijk bewijs en Samenstellingsverklaring.
  • U levert rechtstreeks aan afnemers. Gewasopbrengsten die u op het eigen bedrijf gebruikt of niet rechtstreeks aan afnemers levert, tellen niet mee.
  • U meldt zich tijdig aan, uiterlijk op 1 juni 2018.
  • U bewaart de gegevens. Welke gegevens u bewaart, leest u onderaan deze pagina, bij Gegevens bewaren.
  • U neemt deel aan monitoring van de milieu-effecten.

Gewasopbrengst

Om de gewasopbrengst te bepalen heeft u de hoeveelheid geoogst gewas in het betreffende jaar nodig en het tarragewicht, in tonnen per hectare per jaar, dat is vastgesteld door de afnemer. U trekt het tarragewicht af van de hoeveelheid geoogst gewas. De uitkomst is uw gewasopbrengst.

Schriftelijk bewijs

Als schriftelijk bewijs van de afnemer kunt u denken aan facturen, afleverbewijzen en historische financiële informatie. Daaruit blijkt dat het gewas aan een afnemer is geleverd en wat de gewasopbrengst is die aan deze afnemer is geleverd. De afnemer heeft deze bewijsstukken geaccordeerd.

Samenstellingsverklaring

Uit de samenstellingsverklaring van de accountant (versie 4410, van 1 januari 2016) blijkt dat de gewasopbrengst die aan een afnemer zou zijn geleverd in overeenstemming is met het schriftelijke bewijs van de landbouwer. Wat staat er in de samenstellingsverklaring?

  • de totale gewasopbrengst in 2016 en 2017. U doet dit aan de hand van facturen, afleverbewijzen of andere bewijsstukken van de afnemer.
  • de prijs per gewichtseenheid van het gewas. De prijs komt overeen met de reguliere marktprijzen.
  • de betaling van het geleverde gewas aan een afnemer. U toont dit aan met facturen, bankafschriften of andere bewijsstukken. Het gewas moet geproduceerd zijn in 2016 en 2017. De financiële gegevens komen overeen met de gegevens van de financiële jaarverslaggeving van het bedrijf van de landbouwer.

Is er in de administratie bewijs te vinden van levering van het gewas in 2016 en/of 2017 aan een andere landbouwer? Neem dit dan ook op in de samenstellingsverklaring.

Gegevens bewaren

Een van de voorwaarden is dat u de administratie en de bijbehorende bewijsstukken 5 jaar op uw bedrijf bewaart.

U bewaart over het jaar 2016 en 2017 de volgende gegevens:

  • welke gewassen en rassen u op uw bedrijf heeft geteeld;
  • het aantal hectaren grond dat met de gewassen en rassen was beteeld;
  • de hoogte van de gewasopbrengst;
  • de afnemers van de gewassen.
Over 2018 bewaart u in uw administratie welke mestsoorten u heeft gebruikt op uw bedrijf.

Service menu right