Rijenbemesting in mais

Meer artikelen
Rijenbemesting in mais - header

Een van de equivalente maatregelen is rijenbemesting in mais. Als u hiervan gebruikmaakt en u voldoet aan de voorwaarden, dan mag u een extra stikstofnorm hanteren.

Het gewas neemt meststoffen beter op wanneer ze worden toegediend dichtbij de plantenrij. Dit noemen we rijenbemesting. Hierdoor is de opbrengst van het gewas hoger en is er ook minder verlies van nutriënten in het milieu.

De extra stikstofnorm geldt alleen voor mais op zand- en lössgronden. De verschillende zandgrondgebieden zijn onderverdeeld per provincie:

  • Centrale zandgronden zijn zandgronden in Overijssel, Gelderland of Utrecht
  • Noordelijke zandgronden zijn zandgronden in Friesland, Groningen of Drenthe.
  • Westelijke zandgronden zijn zandgronden in Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland of Zeeland.
  • Zuidelijke zandgronden zijn zandgronden in Limburg of Noord-Brabant.

Aanmelden

U kunt zich voor deze en andere equivalente maatregelen aanmelden van 1 februari tot en met 1 juni aanmelden.

Wilt u maatregelen combineren? Lees welke combinaties niet mogelijk zijn op de pagina Equivalente maatregelen.

Voorwaarden

Voor een extra mestnorm bij rijenbemesting in mais voldoet u aan de volgende voorwaarden:

  • U heeft op zand- of lössgrond mais gezaaid of gaat dit doen op een afstand van maximaal 12 centimeter van de plekken waar met behulp van apparatuur meststoffen zijn gebruikt.
  • De stikstofgebruiksnorm mag verhoogd worden met maximaal:
    • 10 kilogram stikstof per hectare per jaar van de landbouwgrond op noordelijke, westelijke en centrale zandgronden;
    • 25 kilogram stikstof per hectare per jaar van de landbouwgrond op zuidelijke zandgronden of lössgrond.
  • U meldt zich tijdig aan, uiterlijk op 1 juni 2018.
  • U bewaart de gegevens. Welke gegevens u bewaart, leest u bij Gegevens bewaren.
  • U neemt deel aan monitoring van de milieu-effecten.

Gegevens bewaren

Een van de voorwaarden is dat u de administratie en de bijbehorende bewijsstukken 5 jaar op uw bedrijf bewaart.
 
U toont het feitelijke gebruik aan van de apparatuur waarmee de meststoffen zijn gebruikt in 2018. Dit doet u aan de hand van de factuur. Die bevat in ieder geval de volgende gegevens:

  • het gebruikte type apparatuur
  • het kenmerk van de specifieke apparatuur
  • de datum en het tijdstip van het gebruik van de apparatuur
  • het perceel waarop u de apparatuur gebruikt heeft
  • het gebruikte type meststof en de hoeveelheid gebruikte mest

Bent u eigenaar van de apparatuur? Dan bewaart u ook een bewijs van eigendom.

Service menu right