Service menu right

Wanneer mest uitrijden

Mest kunt u in verschillende perioden uitrijden. Wanneer hangt af van de soort mest. Voor dierlijke mest en zuiveringsslib maak het ook uit op welk grondtype u de mest uitrijdt.

Dierlijke mest

Grasland 2019DrijfmestVaste mest
Zand- en lössgrond16 februari t/m 31 augustus1 februari t/m 31 augustus
Klei- en veengrond16 februari t/m 31 augustus1 februari t/m 15 september*

 

* Rijdt u vaste strorijke mest uit op klei- en veengrond op grasland? Dan rijdt u uit tussen 1 januari en 15 september. De volgende uitrijperiode is van 1 december 2019 tot en met 15 september 2020.

Bouwland 2019DrijfmestVaste mest
Zand- en lössgrond**16 februari t/m 15 september**1 februari t/m 31 augustus**
Klei- en veengrond16 februari t/m 15 september**Hele jaar

 

** Extra voorwaarden:

  1. Teelt u mais op zand- of lössgrond? Dan mag u na de oogst van mais niet meer bemesten.
  2. Vanaf 1 augustus tot en met 15 september mag u alleen uitrijden als u uiterlijk 15 september op uw grond:
  • een groenbemesterinzaait die in elk geval 8 weken blijft staan voordat u deze vernietigt;
  • winterkoolzaad zaait voor zaadwinning in het volgende jaar;
  • bloembollen plant.

3. U mag het hele jaar door vaste mest gebruiken direct voor de aanplant van fruit- en plantsoenbomen op zand- en lössgrond.

Situaties waarin u niet mag uitrijden

Dierlijke mest mag u niet uitrijden op:

  • een bodem die helemaal of voor een deel bevroren is, of waarop (voor een deel) sneeuw ligt;
    • Dit geldt niet voor vaste dierlijke mest op grasland, waar het gebruik onderdeel is van een beheersregime.
  • een bodem waarvan de bovenste laag verzadigd is met water;
  • een bodem die in de periode van 1 september tot en met 31 januari tegelijk met tijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd;
  • niet-beteelde grond met een hellingpercentage van 7% of meer.
    • U mag wel dierlijke mest gebruiken als u binnen 8 dagen na gebruik een gewas inzaait. Voor maïs, aardappelen en bieten zijn extra voorwaarden.
  • beteelde of niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7% of meer en aangetast door geulenerosie;
  • bouwland met een hellingspercentage van 18% of meer.

Zuiveringsslib

Voor zuiveringsslib gelden dezelfde regels als voor dierlijke mest. Maar voor zuiveringsslib zijn nog extra situaties waarin u niet uit mag rijden.

Situaties waarin u niet mag uitrijden

Zuiveringsslib mag u ook niet uitrijden op:

  • weilanden tijdens de beweidingsperiode;
  • grond voor de teelt van voedergewassen: minder dan 3 weken voor de oogst;
  • grond voor groente- of fruitaanplant, tijdens de groeiperiode van de groente of het fruit. Dit geldt niet voor fruitbomen;
  • grond voor de teelt van groenten of vruchten die direct in contact staan met de bodem en rauw worden geconsumeerd: minder dan 10 maanden voor de oogst en ook niet tijdens de oogst.

Compost

Compost mag u bijna altijd gebruiken. U verdeelt het gelijkmatig over het perceel. Dat hoeft niet emissiearm.

Situaties waarin u niet mag uitrijden

Compost mag u niet uitrijden op:

  • een bodem waarvan de bovenste laag verzadigd is met water;
  • een bodem die in de periode van 1 tot en met 31 januari tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd;
  • niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7% of meer;
  • beteelde of niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7% of meer en aangetast door geulenerosie;
  • bouwland met een hellingspercentage van 18% of meer.

Overige organische mest

U mag het hele jaar overige organische mest uitrijden op landbouwgrond. U verdeelt de mest gelijkmatig over het perceel. Dat hoeft niet emissiearm.

Situaties waarin u niet mag uitrijden

Overige organische mest mag u niet uitrijden op:

  • een bodem waarvan de bovenste laag verzadigd is met water;
  • een bodem die in de periode van 1 tot en met 31 januari tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd;
  • niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7% of meer;
  • beteelde of niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7% of meer en aangetast door geulenerosie;
  • bouwland met een hellingspercentage van 18% of meer.

Kalkmest

Voor kalkmest zijn geen uitrijregels. U mag kalkmest het hele jaar uitrijden. U verdeelt het gelijkmatig over het perceel. Dat hoeft niet emissiearm.

Stikstofkunstmest

U mag stikstofkunstmest van 1 februari tot en met 15 september gebruiken op gras- en bouwland. U verdeelt het gelijkmatig over het perceel. Dat hoeft niet emissiearm.

Langere uitrijperioden

  • Voor de teelt van vollegrondsgroente mag u het hele jaar stikstofkunstmest gebruiken. Het bouwland moet u gelijkmatig betelen.
  • Voor de teelt van hyacinten of tulpen mag u vanaf 16 januari stikstofkunstmest gebruiken. Het bouwland moet u gelijkmatig betelen.
  • Voor fruitteelt op bouwland mag u het hele jaar ureum gebruiken.
  • Voor fruitteelt op bouwland mag u van 16 september tot en met 15 oktober stikstofkunstmest gebruiken.
  • Voor de teelt van winterkoolzaad mag u tot en met 15 oktober stikstofkunstmest gebruiken. Het bouwland moet u gelijkmatig betelen.
  • Voor de teelt van rietzwenkgras, roodzwenkgras of veldbeemdgras mag u tot en met 15 oktober stikstofkunstmest gebruiken. Het bouwland moet u gelijkmatig betelen en de teelt is voor een tweede of latere oogst in het jaar daarna.

Bevroren kleigrond met graan

Teelt u graan op kleigrond? Dan mag u in de uitrijperiode stikstofkunstmest op bevroren grond gebruiken. Er zijn wel extra voorwaarden. Zo mag de grond maar licht bevroren zijn. In de loop van de dag moet de temperatuur tenminste 5 graden zijn zodat de kunstmest kan oplossen. Na het uitrijden van de kunstmest mag de grond niet 24 uur achter elkaar bevroren blijven.

Situaties waarin u niet mag uitrijden

Stikstofkunstmest mag u niet uitrijden op:

  • een bodem die helemaal of voor een deel bevroren is, of waarop (voor een deel) sneeuw ligt;
  • een bodem waarvan de bovenste laag verzadigd is met water;
  • een bodem die in de periode van 1 september tot en met 31 januari tegelijkertijd wordt bevloeid, beregend of geïnfiltreerd;
  • niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7% of meer;
  • beteelde of niet-beteelde grond met een hellingspercentage van 7% of meer en aangetast door geulenerosie;
  • bouwland met een hellingspercentage van 18% of meer.