Vrijgestelde mestsoorten

Meer artikelen
Mestopslag bij een boerderij - Dierlijke mest vervoeren en bemonsteren

Ook voor bepaalde soorten mest geldt een vrijstelling van wegen, bemonsteren en analyseren. Voert u bijvoorbeeld paardenmest of ponymest, substraat (voor de teelt van champignons) of champost af? Dan hoeft u niet te wegen, bemonsteren en analyseren in de volgende situaties:

  • Afvoer van paardenmest of ponymest naar bedrijven die substraat produceren voor de teelt van champignons.
  • Afvoer van paardenmest of ponymest naar een onderneming die deze meststoffen gebruikt om een grondstof voor de productie van substraat te maken.
  • Afvoer van dit substraat naar champignonbedrijven.
  • Afvoer van gebruikt substraat (champost) van een landbouwbedrijf naar een ander landbouwbedrijf.

Vul op het Vervoersbewijs dierlijke meststoffen (VDM) opmerkingscode 37 in. Dit geldt ook als u de paardenmest of ponymest tijdelijk opslaat (tussenopslag) bij een intermediair. En als het daarna wordt vervoerd naar een onderneming waar deze meststoffen worden gebruikt voor de productie van substraat voor de teelt van champignons of voor een grondstof voor de productie van dat substraat. Deze mest mag dan maximaal 48 uur worden opgeslagen.

Mestkorrels

Voor mestkorrels met een drogestofgehalte van 90% of meer geldt dat vervoer door een geregistreerde vervoerder vervoerd niet verplicht is. Ook AGR/GPS is niet vereist. Het is ook niet nodig de mestkorrels te bemonsteren en analyseren. Een Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) is wel nodig. Vul hierop mestcode 116 ('overige mestsoorten') en opmerkingscode 94 ('vervoer van mestkorrels') in. Vul bij vraag 3 C de analysegegevens in. Deze vindt u op het etiket of het begeleidende document. Een VDM is niet nodig als de mestkorrels zijn verpakt in eenheden van maximaal 25 kilogram en vervoerd naar een afnemer die geen landbouwbedrijf of intermediaire onderneming is. Bij alle overige binnenlandse transporten naar een landbouwbedrijf is een VDM altijd verplicht.

Mengsels vaste meststoffen

Voert u een mengsel van vaste meststoffen met maximaal 10% vaste dierlijke mest of 10% champost af naar een landbouwbedrijf of een intermediaire onderneming? Dan hoeft u dit niet te wegen, bemonsteren en analyseren. Wel moet u een Vervoersbewijs dierlijke meststoffen (VDM) opmaken. De hoeveelheid stikstof en fosfaat bepaalt u op twee manieren:

  • U gaat uit van de gehalten van de afzonderlijke grondstoffen waaruit het mengsel bestaat en het aandeel daarvan in het eindproduct.
  • U gaat uit van de stikstof- en fosfaatgehalten van de partij vaste meststoffen waaruit de afgevoerde hoeveelheid afkomstig is. Voorwaarde is wel dat deze partij niet groter is dan 5000 m3 en bemonstering van deze partij ten minste één keer per 2 maanden gebeurt.

U hoeft geen vervoersbewijs op te maken als u een mengsel van vaste meststoffen met maximaal 10% vaste dierlijke mest of 10% champost afvoert naar een particulier.

Konijnengier

Konijnengier hoeft u niet te wegen, bemonsteren en analyseren bij een drogestofgehalte van minder dan 2,5%. Bepaal de hoeveelheid stikstof en fosfaat met de forfaits uit tabel 5. Deze vindt u op de pagina Mest tabellen en normen. Vul op het Vervoersbewijs dierlijke meststoffen (VDM) opmerkingscode 36 in.

Service menu right