Veelgestelde vragen Handel en vervoer van overige meststoffen

Meer artikelen

Veelgestelde vragen

Mag ik overige meststoffen mengen met andere (mest)stoffen?

Sommige meststoffen mag u mengen met andere (mest)stoffen en sommige meststoffen juist niet. Meer hierover leest u op de pagina Meststoffen mengen.

Ik wil mest laten analyseren. Aan welke eisen moet het laboratorium voldoen?

Een laboratorium moet geaccrediteerd zijn en werken volgens vastgestelde protocollen. Lees meer hierover op de pagina Mestanalyse en laboratoria.

Wat zijn de regels voor mest van hobby- en educatiedieren?

Hobby– en educatiedieren zijn dieren die niet worden gehouden voor agrarische gebruiks- of winstdoeleinden. Denk aan honden of katten van fokkerijen of olifanten en andere dieren in dierentuinen. In dat geval gelden de volgende regels voor mest:

  • De mest telt niet mee voor de gebruiksnorm van dierlijke mest. Bij gebruik als meststof op landbouwgrond, wordt de mest wel meegerekend voor de stikstofgebruiksnorm en fosfaatgebruiksnorm voor meststoffen.
  • De werkingscoëfficiënt voor stikstof in de mest van hobbydieren geldt de norm voor vaste mest en drijfmest van overige diersoorten zoals deze is opgenomen in Tabel 3 Werkingscoëfficiënt.
  • Om de hoeveelheid stikstof en fosfaat te bepalen moet er bemonsterd en geanalyseerd worden. Hiervoor gelden niet dezelfde strikte regels als voor dierlijke mest. De bemonstering en analyse moeten wel representatief zijn. U houdt zich daarbij aan de regels voor overige organische meststoffen. Deze dieren staan niet in Tabel 5 Forfaitaire stikstof- en fosfaatgehalte in dierlijke mest (pdf).
  • De mest wordt als overige organische meststof gezien. U houdt zich aan de verhandelingsregels voor deze meststof.
  • Bij afvoer naar een bedrijf hoeft u de mest niet te bemonsteren en te wegen. Ook hoeft u geen Vervoersbewijs dierlijke meststoffen (VDM) op te maken. Wel houdt u de gegevens in uw eigen administratie bij.
  • Als u hobbymest mengt met dierlijke mest, dan wordt het product na vermenging als dierlijke mest gezien. Dan gelden alle regels voor vervoer van dierlijke mest.

Wat zijn de regels voor mest van zoogdieren/ vogels/ vissen/ kreeften?

Alle mest van de volgende dieren valt onder dierlijke mest als ze in bijlage II van het besluit houders van dieren staan én bedrijfsmatig worden gehouden:
  • zoogdieren (zoals konijn en rat)
  • vogels (zoals struisvogel en kalkoen)
  • vissen (zoals spiering en steur)
  • kreeften (zoals garnaal en zeepok)

Voor mest van deze dieren gelden de gebruiksnormen, de gebruiksregels en de vervoersregels van dierlijke mest. Er zijn geen mestcodes voor deze diersoorten aanwezig. Daarom mag u mestcode 116 gebruiken.

Houdt u deze dieren niet bedrijfsmatig of staan ze niet in bijlage II van het besluit houders van dieren? Dan wordt de mest gezien als overige organische meststof. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor hobby- en educatiedieren.

Wat zijn de regels voor mest van tweekleppigen/ slakken/ insecten en lagere diersoorten?

Alle mest van de volgende dieren valt onder dierlijke mest als ze in bijlage II van het besluit houders van dieren staan én bedrijfsmatig worden gehouden:

  • tweekleppigen (zoals mossel en kokkel)
  • slakken (zoals wijngaardslak)
  • insecten (zoals doodskopkakkerlak en huiskrekel)
  • lagere diersoorten (zoals rode worm en zeepier)

Voor mest van deze dieren gelden de gebruiksnormen, de gebruiksregels en de vervoersregels van dierlijke mest. Er zijn geen mestcodes voor deze diersoorten aanwezig. Daarom mag u mestcode 116 gebruiken.

Houdt u deze dieren niet bedrijfsmatig of staan ze niet in bijlage II van het besluit houders van dieren? Dan wordt de mest gezien als overige organische meststof. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor hobby- en educatiedieren.

Service menu right