Melkveefosfaatoverschot

Meer artikelen
Koeien in een stal - verantwoorde groei melkveehouderij

Wilt u uitbreiden ten opzichte van uw melkveefosfaatreferentie 2013? Dan heeft u bij een melkveefosfaatoverschot (MFO) meer plaatsingsruimte nodig of u moet het fosfaat verwerken.

Er is een grens aan de omvang van het MFO dat u maximaal mag verwerken. U maakt aan het begin van een kalenderjaar een berekening van de verwachte fosfaatproductie van uw melkvee, de fosfaatruimte op uw bedrijf, het verwachte MFO en de maximale omvang die het MFO mag aannemen. Als u meer melkvee wil gaan houden dan de berekende maximale omvang van het MFO, dan zult u in dat kalenderjaar meer grond in gebruik moeten nemen. Of u moet minder melkvee gaan aanhouden.

Berekening melkveefosfaatoverschot

U berekent het melkveefosfaatoverschot is als volgt:
Melkveefosfaatoverschot = Fosfaatproductie melkvee – Fosfaatruimte – Melkveefosfaatreferentie 2013.

  • Is er in een kalenderjaar geen melkveefosfaatoverschot volgens deze rekensom? Dan is er in dat kalenderjaar geen mestverwerking of extra plaatsingsruimte nodig.
  • Is er wel een melkveefosfaatoverschot aanwezig? Bereken dan hoeveel mest u maximaal mag verwerken en hoeveel grond extra aangehouden moet worden. U berekent het maximale melkveefosfaatoverschot voor verwerking als volgt:
    Maximale melkveefosfaatoverschot voor verwerking = Melkveefosfaatoverschot 2014 + het deel van de groei van de melkveefosfaatproductie sinds 2014, dat maximaal in aanmerking komt om te laten verwerken (het maximaal te verwerken percentage x de groei van de fosfaatproductie sinds 2014).
  • Is uw melkveefosfaatoverschot groter dan de maximaal toegestane omvang? Zorg dan voor extra fosfaatruimte. Of beperk de fosfaatproductie in dat kalenderjaar.

Vrijstelling AMvB grondgebondenheid

Er is 1 vrijstelling waarbij u het hele melkveefosfaatoverschot mag verwerken. Als u voldoet aan de voorwaarden van deze vrijstelling, dan hoeft u geen berekening uit te voeren. U hoeft dan ook geen extra grond te verwerven of de fosfaatproductie van uw melkvee te beperken.

Deze uitzondering geldt als u voor 1 februari 2016 heeft aangetoond dat u vóór 30 maart 2015 financiële verplichtingen bent aangegaan om het hele melkveefosfaatoverschot te laten verwerken. Wel moet u binnen 3 maanden na afloop van elk kalenderjaar aantonen dat dit overschot is verwerkt door degene met wie u deze financiële verplichtingen bent aangegaan.

Rekenen met bedrijfsspecifieke excretie (BEX) of forfaitair?

In het controlejaar maakt u voor alle stelsels binnen de meststoffenwet gebruik van dezelfde gegevens.* Kiest u bij de verantwoording van het controlejaar 2016 om te werken met de forfaitaire normen? Dan rekent u in 2016 voor alle stelsels van de meststoffenwet met de forfaitaire normen.

Voor de berekening van de Wet grondgebonden groei melkveehouderij, heeft u ook gegevens uit 2014 en voorgaande jaar t-1 nodig. Voor deze jaren mag u zelf kiezen of u rekent met forfaitaire of met BEX. U mag per jaar een keus maken. Kiest u voor 2014 bijvoorbeeld voor forfaitair, dan mag u voor jaar t-1 voor BEX kiezen. Voor elk volgend controlejaar mag u opnieuw een keus maken voor de jaren 2014 en jaar t-1.

* behalve voor dierproductierechten (varkensrechten, pluimveerechten en fosfaatrechten). Hiervoor is het niet toegestaan om de BEX te gebruiken.

 

Service menu right