1. Home
  2. Beleid duurzame energie
  3. Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie

Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie

De inhoud van deze pagina is gecontroleerd op 10 augustus 2026

Het protocol Monitoring Hernieuwbare Energie is de basis voor het meten van hernieuwbare energie in Nederland. Het protocol laat zien welke methoden wij gebruiken. Zo berekenen wij hoeveel hernieuwbare energie Nederland heeft. Dit document maken wij samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Waarom een protocol?

Met het Protocol Monitoring Hernieuwbare Energie meten we hoeveel hernieuwbare energie Nederland produceert en gebruikt. Hernieuwbare energie komt bijvoorbeeld uit wind, zon en biomassa. Het protocol legt uit hoe we de productie en het gebruik van hernieuwbare energie berekenen. Ook leest u welke keuzes we maken als we de Europese regels voor het berekenen van hernieuwbare energie invoeren. Hierbij volgen we de Europese richtlijn voor hernieuwbare energie (Renewable Energy Directive, afgekort als RED) en de Europese verordening voor energiestatistieken.

Wij passen het protocol met enige regelmaat aan. Dit doen we bijvoorbeeld door veranderingen in de Europese richtlijn, de ontwikkelingen van technieken en ontwikkelingen in de markt. Verschillende stakeholders adviseren ons over de uitwerking van het protocol. We verwerken hun adviezen zo goed mogelijk.

Het protocol is een belangrijke basis voor het rapporteren over hernieuwbare energie aan de Europese Unie. 

Het protocol

De versie van 2015 was gebaseerd op de RED I uit 2009. De herziene versie van 2022 volgde de RED II uit 2018. Deze versie stelde nieuwe eisen aan het rapporteren over hernieuwbare brandstoffen voor transport, het gebruik van Garanties van Oorsprong en de inzet van biomassa voor warmte en elektriciteit.

De meest recente versie (2026) is gebaseerd op de RED III. In deze versie van de RED zijn er nieuwe doelen bijgekomen. Ook is de rekenwijze voor een aantal bestaande doelen aangepast.

  • RED III bevat ambitieuze doelstellingen voor hernieuwbare waterstof. In de RED wordt de term waterstof weinig gebruikt, maar in plaats daarvan RFNBO’s (Renewable Fuels of Non-Biological Origin). Er zijn doelen voor het gebruik van RFNBO’s in de industrie en het vervoer.
  • Ook bevat RED III nieuwe doelen voor hernieuwbare warmte en koude. Daarnaast geven nadere richtlijnen duidelijker aan wat er wel en niet meetelt als hernieuwbare warmte en koude.
  • Verder verandert RED III de manier waarop we het aandeel hernieuwbare energie berekenen. Zo veranderen de regels voor het berekenen van de noemer en de teller. Voor Nederland is de grootste verandering dat we de bunkers van de duurzame biotransportbrandstoffen voortaan meenemen in zowel de noemer als de teller.

Meer weten?

Lees meer over de monitoring van hernieuwbare energie op de website van het CBS bij ‘Industrie en energie’. Hier vindt u publicaties en actuele cijfers over hernieuwbare energie via 'Statline'.

Vragen over duurzame energie?

Neem contact met ons op

In opdracht van:
  • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat