Aardgasvrij

De overgang naar aardgasvrij is ingrijpend. Woningen, scholen en bedrijven worden anders voorzien van ruimteverwarming en warmtetapwater. Een groot deel van de Nederlandse huishoudens gaat zonder aardgas koken. Daar is kennis voor nodig met aandacht voor vragen van alle betrokken partijen.

Gemeenten en lokale bestuurders, energiebedrijven en netbeheerders, eigenaar-bewoners en corporaties, projectontwikkelaars en installatiesector kunnen samen aan de slag om Nederland aardgasvrij te maken.

Waarom aardgasvrij?

Het energieverbruik van de gebouwde omgeving is ruim 30% van het totale energieverbruik in Nederland. De CO2-uitstoot van woningen, gebouwen en tuinbouwkassen moet zo veel mogelijk worden beperkt. Het Kabinet schetst de route naar een CO2-arm Nederland in 2050 in de Energieagenda. Hierin heeft de overheid aangegeven dat de gemeente de regierol krijgt in de transitie van de warmtevoorziening. Op lokaal niveau kan het beste worden bepaald welke besparingsmogelijkheden en duurzame alternatieven het meest geschikt zijn om in de warmtevraag te voorzien. Belangrijke stakeholders naast de gemeente zijn de netbeheerder, de woningcorporatie, de installateur/aannemer, en de ondernemers en bewoners zelf.

Elke gemeente maakt uiterlijk in 2021 een plan voor de verwarming van de gebouwde omgeving en laat dit vaststellen in de gemeenteraad. Het plan gaat over de transitie van de gebouwde omgeving naar aardgasvrij. Voor de wijken die in 2030 al van het aardgas afgaan is in 2021 ook bekend welke alternatieve warmtevoorziening er komt

De gevolgen van aardgasvrij

De regie voor de overgang naar aardgasvrij ligt vooral bij gemeenten. Zij moeten rekening houden met veel belangen. Alle betrokken partijen krijgen te maken met grote veranderingen.

  • Eigenaar-bewoners en corporaties moeten maatregelen nemen om hun energievoorziening anders in te richten.
  • Projectontwikkelaars moeten hun aanbod aanpassen.
  • Energiebedrijven en netbeheerders gaan woningen/gebouwen op andere manieren van energie voorzien.
  • De installatiesector krijgt te maken met andere technologie en moet zich daarin bekwamen. 
  • Lokale bestuurders moeten processen anders gaan aanpakken.

Wijziging gasaansluitplicht

Per 1 juli 2018 is de Gaswet veranderd. Hierdoor krijgen nieuwe gebouwen geen gasaansluiting meer. Dit komt door een verandering van de gasaansluitplicht. De wetswijziging heeft invloed op nieuwe gebouwen waarvan de bouwvergunning is aangevraagd na 30 juni 2018. Deze verandering geldt voor alle kleinverbruikers (max 40 m3 gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen.

Bij zwaarwegende redenen van algemeen belang is een uitzondering mogelijk. Een college van burgemeester en wethouders kan een gebied aanwijzen waar de gasaansluitplicht wel geldt. Er is een ministeriële regeling opgesteld om duidelijk te maken wanneer er sprake kan zijn van een zwaarwegende reden van algemeen belang. Gemeenten hebben nu ook de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar helemaal geen nieuwe gasaansluitingen meer mogen komen.

Voorbeelden uitzonderingssituaties

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat formuleerden een aantal voorbeeldsituaties waarbij gemeenten mogen afwijken van de veranderde Gaswet. Het gaat om voorbeelden op korte termijn en van langdurige aard.

Wilt u meer weten over de veranderde Gaswet en de voorbeelden? Lees hier meer over in het document Gasaansluitplicht per 1 juli 2018 (pdf)

Subsidie voor Aardgasvrij

Er zijn subsidieregelingen voor duurzame warmtetechnieken, zoals:

Sinds 3 april 2018 staat ook de subsidieregeling Aardgasvrije wijken, woningen en gebouwen open. De regeling ondersteunt projecten waarin consortia binnen een jaar prototypes van enkele of meer innovatieve producten ontwikkelen om gebouwen en wijken aardgasvrij te maken.

Op 11 september is de tender gesloten. Op dit moment is RVO bezig met de laatste fase van de beoordeling, medio december 2018 worden de winnende projecten bekend gemaakt.

Op 4 juli 2018 is het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties gestart met het innovatieprogramma Aardgasvrije en frisse Scholen in het primair onderwijs. Het ministerie stelt een budget van 5 miljoen ter beschikking voor gemeenten die in 2018 willen starten.

Daarnaast hebben alle gemeenten een brief ontvangen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en het ministerie van Economische Zaken. Hierin nodigden zij gemeenten uit om voor 1 juli 2018 plannen in te dienen voor het programma Aardgasvrije Wijken. In 2018 is € 90 miljoen beschikbaar voor 'proeftuinen', projecten die dit jaar al kunnen starten.

Kijk ook naar mogelijkheden op de subsidiewijzer van RVO.nl.

Ondersteuning bij Aardgasvrije Nieuwbouw

Gaat u nieuwbouw realiseren en gaat de bouwvergunning uit van een gasaansluiting? En staat u ervoor open om uw project aardgasvrij op te leveren als dit realistisch en uitvoerbaar is? Dan kunt u gebruikmaken van het Switchteam Aardgasvrije nieuwbouw. Een Switchteam geeft u inzicht in de mogelijke alternatieven voor aardgas en de financiële gevolgen en helpt u op weg bij het eventueel aanpassen van uw project.

Lees meer over Switchteam Aardgasvrije Nieuwbouw

Expertisekaart aardgasvrije wijken

Gemeenten gaan aan de slag met het aardgasvrij maken van wijken. Dat kan alleen als de inwoners willen deelnemen aan deze projecten. Verschillende non-profitorganisaties hebben de handen ineen geslagen om voor gemeenten te verduidelijken hoe ze dit kunnen doen. Onderstaande organisaties helpen om kennis over aardgasvrije wijken voor gemeenten inzichtelijk te maken.

Wilt u weten hoe ze dat doen? Bekijk de afbeelding voor een overzicht van de organisaties en de ondersteuning die ze bieden.

Alternatieven

Welke alternatieven voor aardgas geschikt zijn als warmtebron voor verwarming en warm water wordt bepaald door meerdere factoren. Grofweg zijn de volgende hoofdrichtingen te onderscheiden:

  • Warmtenetten, een collectief systeem gevoed door duurzame warmte (biobrandstoffen of warmte uit de ondergrond) of restwarmte.
  • All electric, zowel individueel als collectief, met gebruik van warmtepomp(en). De warmtepomp kan aardwarmte onttrekken aan lucht, bodem of water nabij de woningen.
  • Andere gassoorten, waarbij primair aan biogas gedacht moet worden.

Binnen deze hoofdrichtingen zijn meerdere varianten toepasbaar. Voor meer informatie over de diverse technieken verwijzen we u graag naar:

Bij het bepalen van alternatieven is het belangrijk om de uitgangssituatie goed in beeld te krijgen. Veel informatie is voor iedereen toegankelijk, zoals de Nationale Energieatlas, die als doel heeft om iedereen optimaal voorbereid de energietransitie in te laten gaan.

Om de effecten van alternatieven te kunnen bepalen, wordt gebruikgemaakt van rekenmodellen. De toolkit Energietransitierekenmodellen van Netbeheer Nederland helpt gemeenten, woningcorporaties, energiecoöperaties en huishoudens hun energievraagstuk snel en effectief op te lossen door gebruik te maken van bewezen modellen. Per model is een korte toelichting beschikbaar. Met de online keuzetool kunt u eenvoudig bepalen welk rekenmodel bruikbaar is voor uw vraagstuk.

Service menu right