Duurzaamheid en beschikbaarheid vaste biomassa

Milieuorganisaties en energiebedrijven ontwikkelden Nederlandse duurzaamheidseise voor biomassa die kolencentrales gebruiken voor de bij- en meestook. Sinds 2015 gelden er duurzaamheidseisen voor vaste biomassa voor de SDE+ regeling.

Opwekken van energie uit biomassa is nog altijd duurder dan uit fossiele grondstoffen. Daarom stimuleert de overheid het opwekken van bio-energie met de subsidieregeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+).

De duurzaamheidseisen staan nu nog in de regeling SDE+ en gelden voor investeringen in:

  • bij- en meestook van biomassa in kolencentrales;
  • biomassa in grote industriële stoomketels (>5MW) en
  • de brander op houtpellets ≥ 5 MWth en ≤ 100 MWe.

In de loop van 2018 zullen de enigszins aangepaste eisen uit de Regeling conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassing gaan gelden.

Eisen aan grootschalige energieproductie

Voor de grootschalige energieproductie gelden nu dus wettelijk vastgelegde duurzaamheidseisen. In het bijzonder bij- en meestook van biomassa in kolencentrales, voor biomassa in grote industriële stoomketels ≥ 5 MWth en voor de brander op houtpellets ≥ 5 MWth en ≤ 100 MWe. Hiervoor gelden de Duurzaamheidseisen vaste biomassa SDE+.

Eisen aan kleinschalige vaste biomassa-installaties

De SDE duurzamheidseisen gelden niet voor de overige (kleinschaligere) bio-energie-installaties die subsidie via de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE+) ontvangen. Installaties die geen SDE ontvangen hoeven dus ook niet aan deze eisen te voldoen.

Een heel aantal bedrijven met dit type installaties rapporteert wel vrijwillig over de door hen ingezette biomassa. Het merendeel van deze biomassa komt uit Nederland. De helft bestaat uit afvalhout en voor een derde uit reststromen van natuur- en landschapsbeheer. De rapportages daarover staan op de website van het Platform Bio-energie.

Beschikbaarheid houtige biomassa

Ecofys heeft een analyse gemaakt van diverse toonaangevende onderzoeken naar de beschikbaarheid van houtige biomassa voor energiedoeleinden. Hieruit blijkt dat er voldoende hout is (benut en onbenut) in Europa om te voorzien in de verwachte toename van houtige biomassa voor energie tot 2030, mits dit inderdaad ook geoogst wordt. Dit komt volgens het rapport doordat er momenteel jaarlijks meer bos aangroeit dan er geoogst wordt en doordat de energiesector niet concurreert met sectoren als meubels en papier. Als het aanwezige surplus aan hout opraakt en de prijzen gaan stijgen dan kunnen beleidsmakers ingrijpen om verdringingseffecten door hout voor energie te voorkomen.

De daadwerkelijke herkomst van de ingezette biomassa wordt door de marktwerkinng bepaald. Dat is afhankelijk van marktprijzen en duurzaamheidseisen. De Stichting Probos publiceerde onlangs een infographic die inzicht geeft in de herkomst van de houtige biomassa in Nederlands energietoepassingen. Daaruit blijkt ook dat de CO2 besparing door inzet van houtige biomassa ten opzichte van fossiele brandstoffen vele malen groter is dan de CO2 uitstoot. Dat is zelfs zo als de pellets uit het buitenland komen.

Wet- en regelgeving

Een toelichting over hoe de minister wil omgaan met het aantonen van duurzaamheid via certificaten en verificatie vindt u in de kamerbrief Implementatie duurzaamheidscriteria vaste biomassa voor energietoepassingen. In deze brief licht de minister toe dat hij de duurzaamheidscriteria opneemt in de milieuwetgeving aan de hand van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Dit Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen en de bijbehorende regeling zijn inmiddels gepubliceerd.

Meer weten?

Service menu right