Service menu right

Soorten biomassa voor verbranding

Verbranding kan met verschillende soorten biomassa. Voor het gebruik van deze biomassa geldt wet- en regelgeving. Daarom gebruiken we als uitgangspunt in deze beschrijving de definities die in de wet- en regelgeving staan.

Definities

De definitie van biomassa staat in de Europese Richtlijn voor Hernieuwbare Energie:

"De biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en restanten van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw, de visserij- en aquacultuursector en aanverwante bedrijfstakken en ook de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval."

Bij verbranding van biomassa in stookinstallaties wordt een andere definitie gebruikt uit het Besluit omgevingsrecht, bijlage 1 (Activiteitenbesluit). Deze is vooral belangrijk voor het toepassen van het juiste uitstootregime. Als producten niet onder deze definitie vallen is er een vergunning nodig. De volledige definitie vindt u op de website van Infomil.

Producten die wel aan deze definitie voldoen, vallen onder het begrip biomassa. Ze kunnen daarnaast ook de afvalstatus hebben. Deze is belangrijk voor de beantwoording van de vraag of er toch sprake is van een vergunningplicht. Onder regelgeving vindt u meer informatie over vergunningen. De definitie van biomassa gaat uit van 'schoon' materiaal. Dat is materiaal dat niet verontreinigd of vermengd is met andere stromen.

Houtige biomassa

De meeste biomassa die verbrand word,t is vaste (houtige) biomassa. De definitie in het Activiteitenbesluit is:

  • Plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal. Vers hout is hout dat vrijkomt bij snoei-, kap- en rooiwerkzaamheden. Dat is bijvoorbeeld in bossen, in het landschap, in groenvoorzieningen en bij boomkwekers. Vers hout kan bestaan uit hele bomen, kapafval, tak- en tophout, stobben of rondhout. Ook hout dat vooral wordt geteeld voor biomassa- en andere toepassingen, valt onder deze categorie. Dat gebeurt bijvoorbeeld op een wilgenplantage.
  • De afvalstoffen uit land- en bosbouw, papierindustrie, kurk- en houtindustrie.

Welke (houtige) biomassa heeft de afvalstatus?

We maken onderscheid tussen rest- en afvalhout. Resthout is hout dat overblijft als reststroom bij zagerijen of in de houtverwerkende industrie. Dat is bijvoorbeeld zaagsel, schors, dat zijn snippers, of andere onbruikbare kleine houtdelen. In bepaalde gevallen kunnen het ook overtollige verpakkingen zijn van hout. Afvalhout of gebruikt hout is hout dat vrijkomt na gebruik van een product of materiaal. Dit kunnen meubels zijn, maar ook materiaal afkomstig van het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen. Afvalhout kan vrijkomen als monostroom na sorteren of als bewust afgescheiden stroom. Afvalhout of gebruikt hout kent 3 categorieën:

  • Onbehandeld hout (A-hout): gebruikt hout dat niet is geverfd, verlijmd, beplakt of geïmpregneerd.
  • Geverfd/verlijmd hout (B-hout): gebruikt hout waarbij een stof of middel (zoals verf, lak, beits, lijm of kunststof) op het oppervlak (van hout of houtvezel/snipper) is aangebracht. Ook MDF, hardboard, zachtboard en spaanplaat vallen hieronder. B-hout is normaal gesproken geen biomassa volgens de definitie van biomassa. Daarvoor is dus een vergunning nodig voor toepassing.
  • Geïmpregneerd of anderszins behandeld hout (C-hout): gebruikt hout dat met een verduurzamingsmiddel is geïmpregneerd. C-hout valt niet onder de definitie van biomassa en vereist dus een vergunning voor toepassing.

Vloeibare biomassa

Volgens de definitie van biomassa in het Activiteitenbesluit is alleen sprake van biomassa in de volgende gevallen:

  • Plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal.
  • Plantaardig afval van de levensmiddelenindustrie, als de opgewekte warmte wordt teruggewonnen.

Raapzaadolie, soja-olie, palmolie en jatropha-olie zijn oliën uit de landbouw en dus biomassa.

Afgewerkte frituurvetten en –oliën zijn dus ook biomassa als het als afval uit de levensmiddelenindustrie komt. De warmte moet dan ook worden gebruikt. Hierbij mag sprake zijn van geringe dierlijke sporen in het vet of olie. Maar ingezameld vet van huishoudens is dus geen biomassa volgens de definitie. Hierbij geldt een vergunningplicht.

Andere vormen van vloeibare biomassa zijn dus geen biomassa volgens de definitie van biomassa. Dit geldt voor:

  • Pyrolyse-olie: is ontstaan uit een chemisch proces en is daarom geen biomassa meer.
  • Dierlijke vetten zijn een dierlijk bijproduct en zijn dus geen biomassa volgens de definitie van biomassa.

Voor deze brandstoffen geldt dus een vergunningplicht.

Mengbrandstoffen

Mengbrandstoffen worden gemaakt uit gemengde afvalstoffen. Ze bestaan uit zowel biomassa als fossiele energiedragers. Een voorbeeld is huishoudelijk restafval dat wordt opgewerkt in een scheidingsinstallatie. Vaak wordt de lichte fractie (papier en plastic) er uitgehaald. Het wordt daarna verkocht als brandstof. Restafval of niet gescheiden ingezameld afval, is geen mengbrandstof. Mengbrandstoffen worden (mee)verbrand in elektriciteitscentrales. Restafval wordt verbrand in afvalverbrandingsinstallaties.

Er worden voor mengbrandstoffen verschillende termen gebruikt:

  • Bij standaardisering: Solid Recovered Fuels (SRF). De definitie van SRF is 'waste treated to be used as a fuel'. SRF bevat ook verontreinigd afvalhout. Meer informatie vindt u bij het CEN door te zoeken op TC 343 Solid Recovered Fuels.
  • Bij afvalcodering: Refuse derived fuel (RDF). Brandstof verkregen uit het mechanisch verwerken van afval. Deze term komt uit de Europese afvalstoffenlijst. U vindt deze lijst bij het Landelijk Meldpunt Afvalstoffen (LMA).
  • In de Regeling garanties van oorsprong: Niet naar haar aard zuivere biomassa. Voor stromen die 'niet naar hun aard zuiver' zijn, moet u het biomassagehalte aantonen. Dit valt onder de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit (GvO).

Biomassapotentieel voor verbranding

De Nederlandse bos- en houtsector ontwikkelde een plan om het biomassapotentieel in Nederland te vergroten. Daarmee wil de sector bijdragen aan de klimaatafspraken van Parijs. Op 26 oktober 2016 ondertekenden minister-president Rutte en staatssecretaris Dijksma op de Klimaattop het Actieplan Bos en Hout. Hierin bepleit de sector een toename van de Nederlandse houtproductie door het bosareaal uit te breiden en een productiever bosbeheer. Doel van het actieplan is om CO2 te verminderen met 4,5 MT.

Meer informatie over het biomassapotentieel in Nederland is te vinden in het rapport Biomassapotentieel NBLH-sector in 2020 en 2050 van Stichting Probos.

Overige publicaties

Hoe kom ik aan biomassa?

Verschillende organisaties bieden via hun website informatie over de beschikbaarheid van biomassa.
Verschillende provincies hebben kansenkaarten. Dit zijn kaarten waar biomassa is te verkrijgen of waar bio-energie wordt opgewekt: