Kosten en baten

Meer artikelen
Windenergie op land

De kosten voor een windpark bestaan uit de kosten voor de bouw en exploitatiekosten zodra het windpark draait. De wind is gratis, een belangrijk verschil met energievoorzieningen waarbij brandstof gekocht moet worden. De opbrengst van een windpark komt van wat er aan elektriciteit wordt gewonnen en aanvullende stimuleringsregelingen.

Kosten en baten

De investeringskosten bestaan in ieder geval uit kosten voor:

  • Turbines en funderingen (ca. 70% van de totale kosten)
  • Elektrische infrastructuur en netaansluiting
  • Civiele werken (bouwvoorbereiding en ontsluiting)
  • Ontwikkelingskosten (onderzoeken en adviezen)
  • Leges en vergunningen
  • Daarnaast kunnen kosten gemaakt worden voor:
  • Eventuele voorkomende planschadeuitkering of compensatieuitkering
  • Investeren in landschapsontwikkeling
  • Opruimen bestaande turbines (saneren)
  • Stimuleren van participatie
De kosten verschillen per locatie. Bijvoorbeeld door de afstand tot de netaansluiting. Door de toegankelijkheid van het terrein. Door de complexiteit van de voorafgaande onderzoeken. En ook door de verschillen in kosten voor bouwleges, die per gemeente zijn vastgesteld.


De financiering van een windpark vindt meestal grotendeels plaats met geleend geld. In de meeste berekeningen wordt uitgegaan van 80% vreemd vermogen en 20% eigen vermogen. Ook dit eigen vermogen is niet altijd uit eigen middelen gefinancierd. Het wordt bijvoorbeeld mogelijk gemaakt door andere partijen te laten participeren. Dit kunnen burgers zijn.

Voor de financiering kan in bepaalde gevallen gebruik worden gemaakt van Energie Investering Aftrek (EIA) en groenfinanciering.

Exploitatiekosten

Zodra de turbine is gebouwd liggen alle belangrijke kosten vast. De exploitatiekosten zijn daarom goed te voorspellen. Deze kosten zijn onafhankelijk van de energieprijs. Na 15 jaar zijn de turbines afgeschreven en afbetaald. De kosten dalen dan significant.

De jaarlijkse exploitatiekosten van windturbines bestaan uit:

  • Financiering (aflossing en rente)
  • Een belangrijk deel van de vaste kosten bestaat uit rentelasten voor de financiering van het windpark. De manier waarop de turbine gefinancierd wordt, is dus van cruciaal belang voor de definitieve kostprijs van een kWh windelektriciteit. Windturbines worden economisch in 15 jaar afgeschreven, technisch kunnen ze zo'n 20 jaar meegaan.
Voor rente van financiering wordt rekening gehouden met 5% (inclusief rentekorting en groenfinanciering).

Onderhoud en verzekering

Turbines hebben gedurende de gehele levensduur onderhoud nodig. Jaarlijks onderhoud vindt met name plaats aan de bewegende delen.

Verzekeringen worden afgesloten voor herstelkosten, aansprakelijkheid en productieverlies bij schade. De kosten voor onderhoud en verzekeringen liggen rond de € 0,011 per kWh per jaar.

Netinpassing

De door de windturbine gegenereerde stroom wordt ingevoed op een stroomnet. De netwerkbeheerder moet hiervoor jaarlijks vastrechtkosten en metingkosten betalen. De kosten zijn gemiddeld € 11,- per kW per jaar.

Grondvergoeding

Wanneer de grond waarop de turbine staat niet in eigendom van de exploitant is, moet de exploitant een grondvergoeding (ook wel pacht of retributie) betalen aan de (particuliere) grondeigenaar. Staan de turbines op rijksgrond, dan betaalt de exploitant aan het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) van het ministerie van Financiën.

De vergoeding aan het Rijksvastgoed en –Ontwikkelings Bedrijf (RVOB) en aan particuliere eigenaren ontlopen elkaar in eerste instantie nauwelijks. De totale grondvergoedingskosten aan het RVOB zullen over de gehele looptijd van een windproject wel lager uitvallen dan die aan particuliere grondeigenaren. Dit wordt verklaard doordat bij vergoedingen aan particulieren indexatie wordt toegepast en bij het RVOB sinds enkele jaren niet meer. Er is een grote spreiding tussen de hoogte van grondvergoedingen van zowel grondvergoedingen aan het RVOB als aan particulieren. Dit wordt veroorzaakt door onder andere locatiefactoren, zoals de windsnelheid.

Belastingen

Een windturbine is een onroerende zaak en dus ontvangt de gemeente onroerende zaak belasting (OZB). De hoogte van de OZB wordt per gemeente bepaald. De gemiddelde OZB bedraagt 0,0936% van de waarde van het object.

Ook moet rekening worden gehouden met omzetbelasting en in bepaalde gevallen met vennootschapsbelasting, afhankelijk van de gekozen organisatievorm.

Overige kosten

  • sloopkosten: kosten voor het op termijn afbreken van de turbine;
  • monitoringskosten: bijvoorbeeld voor monitoren van vogel- en vleermuizenslachtoffers;(bijvoorbeeld 3 jaar à € 50.000,- per jaar);
  • gebiedsgebonden bijdrage: in sommige gebieden vraagt de overheid een bijdrage aan de gebiedsontwikkeling rondom het windpark. In Flevoland is dit bijvoorbeeld 10 tot 30% van de jaaropbrengst.

Opbrengsten

De locatie van een windpark is sterk bepalend voor de opbrengsten. De gemiddelde windsnelheid bepaalt immers de elektriciteitsproductie. Langs de kust is het aantal vollasturen en daarmee de energieopbrengst aanzienlijk groter dan verder in het binnenland. Ook is de opbrengst afhankelijk van de turbine eigenschappen (ashoogte en rotordiameter).

Uiteindelijk is de opbrengst is sterk afhankelijk van hoe de eigenaar van de turbine de geproduceerde stroom verkoopt, en hoe hij zijn financiering heeft geregeld.

De financiële opbrengsten voor een exploitant van een windpark of een windturbine bestaan uit de verkoop van elektriciteit en eventuele subsidies (SDE) of fiscale voordelen.

Verkoop van elektriciteit

De exploitant kan zijn stroom verkopen aan een elektriciteitshandelaar die de stroom vervolgens weer doorverkoopt aan de consument. Vaak is er sprake van een overeenkomst tegen een vaste stroomprijs.
Turbine-eigenaren kunnen zich ook verenigen (zoals bijvoorbeeld de Windunie) en zo de windstroom direct aan de consument verkopen. Hierdoor zijn hogere opbrengsten te behalen. Goede kennis van het handelssysteem is dan een vereiste.

SDE

Met de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) wordt de onrendabele top van duurzame energieopwekking gesubsidieerd. De hoogte van de SDE is afhankelijk van de stroomprijs. Als de elektriciteitsprijs stijgt, daalt de subsidie en andersom. Er is daarbij een ondergrens aan de elektriciteitsprijs gesteld.

Voor meer informatie over de SDE en kentallen: rvo.nl/sde

Maatschappelijke kosten en baten

In het verlengde van de direct kosten en baten effecten van een windpark, kan ook worden gekeken naar de maatschappelijke spin off van een windpark. Voor Windpark Wieringermeer is onderzocht (Rebel, 2014) wat de sociaaleconomische effecten van dit herstructureringsplan voor de regio zijn.

Service menu right