Geluidsmeting windturbines | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

Geluidsmeting windturbines

28-04-2021

De fabrikant van de windturbine levert de brongegevens van het geluid aan. Als na de plaatsing van de turbine handhaving nodig is, kan een controlemeting worden uitgevoerd.

In bijlage 4 van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Rarim) staat het meetvoorschrift hiervoor (vanaf hoofdstuk 2).

Meetmethode

Voor het meten van de emissieterm LE hanteren we de geconcentreerde bronmethode. Hierbij meten we het geluid op een voldoende grote afstand, zodat de gehele turbine als een puntbron is te beschouwen. De meting vindt plaats direct op een reflecterende plaat die op de grond ligt. Door de microfoon op de plaat te leggen is verstoring door windgeluid beperkt maar verdubbelt de geluiddruk. De gemeten niveaus moeten daarom met 6 dB worden gecorrigeerd.

Het is nodig om naast een standaard halve windbol op de plaat een tweede windbol en/of windscherm toe te passen. Gelijktijdig met de geluidmeting stellen we de windsnelheid op ashoogte vast. Deze windsnelheid is te meten of af te leiden uit de meetapparatuur in de turbine. Het meten op ashoogte is onpraktisch. Daarom moeten we de windsnelheid (Vas) bij voorkeur afleiden uit het opgewekte elektrische vermogen.

Het turbinecertificaat geeft de relatie tussen windsnelheid en vermogen. Na afloop van de meting verwijderen we verstorende geluiden (bijvoorbeeld passerende vrachtwagens) handmatig uit de dataset. Daarnaast is een correctie van de metingen nodig voor stoorgeluid (achtergrondgeluid en windruis langs obstakels). Het is daarom nodig om bij stilstand van de turbine te meten en daarbij ook de windsnelheid te registreren.

Bij stilstand is de windsnelheidsmeter op de turbine niet te gebruiken. Daarom is een meetmast nodig. Hiervan is de hoogte meestal beperkt tot ongeveer 10 m. Om de relatie te bepalen tussen de windsnelheid op ashoogte en op deze lagere meethoogte moet deze windsnelheidsmeting ook tijdens bedrijf van de turbine worden uitgevoerd. Alternatief is om bij de meting van het stoorgeluid de windgegevens van een andere nabijgelegen turbine te gebruiken.

Meetlocatie

De meting moet bij meewind (wind in de richting van de meetopstelling) plaatsvinden en op een afstand gelijk aan de tiphoogte. Vanwege de aanwezigheid van bijvoorbeeld water, wegen of obstakels, is dit in de praktijk niet altijd mogelijk. Dan moet men kiezen voor de best mogelijke locatie ten opzichte van voorgeschreven meetpositie. Daarbij mag de afwijking ten opzichte van de windrichting niet meer dan 15 graden zijn.

Meetduur

Het voorgeschreven aantal metingen vereist meestal een lange meetduur. Hierbij spelen 2 zaken een rol:

  1. De informatievoorziening vanuit de turbine is een beperkende factor. Gewoonlijk levert het systeem van een turbine data over een periode van 10 minuten. Eventueel zijn via een softwarematige aanpassing 1 minuutdata te genereren. Voor het minimaal vereiste aantal metingen (30 van minimaal 1 minuut) moet daarom vaak enkele uren worden gemeten.
  2. Er moeten minimaal 3 metingen per windsnelheidsklasse plaatsvinden. Omdat de windsnelheid fluctueert, is een langere tijdsduur nodig, of zijn soms meerdere meetsessies nodig om 3 metingen per klasse te kunnen verrichten.

Voor handhaving kan ook een beperkte meting inzicht geven. Bijvoorbeeld als er slechts meetresultaten bekend zijn bij weinig windsnelheidsklassen. Dan kan vergelijking van de gemeten bronsterkte met de bronsterkte volgens de certificering bij die windsnelheden voldoende indicatie geven over de naleving.

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
Wij zoeken regelmatig respondenten voor gebruikersonderzoek op onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.