Milieueffectrapportage

Windenergie op land

Voor activiteiten die belangrijke milieugevolgen kunnen hebben, is het verplicht een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren en een MilieuEfffect Rapport (MER) te maken. Wanneer dit moet gebeuren staat in het Besluit Milieueffectrapportage.

Bij grootschalige activiteiten is een m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER verplicht. Voorbeelden hiervan zijn olieraffinaderijen, kerncentrales, chemische installaties en de aanleg van auto(snel)wegen of spoorwegen. Voor windenergie op land is nooit een m.e.r.-procedure en het opstellen van een MER bij voorbaat verplicht.

M.e.r.-beoordelingsplichtig

Een aantal activiteiten op kleinere schaal zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig indien een drempelwaarde wordt overschreden. Dit wil zeggen dat na de verplichte aanmelding van de activiteit door de initiatiefnemer onder vermelding van de te verwachten nadelige gevolgen voor het milieu, het bevoegd gezag conform de voorgeschreven procedure beoordeelt of een MER gemaakt moet worden. Voor windenergieprojecten is categorie 22.2 van bijlage D uit het Besluit Milieueffectrapportage relevant. Windparken (gedefinieerd als ten minste 3 windturbines) met een vermogen vanaf 15 megawatt of van 10 of meer turbines zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig.

Vergewisplicht

Daarnaast bestaat er sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. op 1 april 2011 voor de activiteiten waarbij de drempelwaarde voor de m.e.r.-beoordelingsplicht niet wordt gehaald, een zogenaamde vergewisplicht. Het is de plicht van het bevoegd gezag om te beoordelen of de activiteit zodanige gevolgen heeft dat er op grond van de Europese richtlijnen toch een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Voor windparken (gedefinieerd als ten minste 3 windturbines) tot een vermogen van 15 megawatt en minder dan 10 turbines geldt deze vergewisplicht. De vergewisplicht kan vormvrij plaatsvinden maar is in de wetgeving (Wabo - Besluit omgevingsrecht) voor onder meer windparken gekoppeld aan een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (zie verder bij Wabo-omgevingsvergunning).

In alle gevallen kan de initiatiefnemer op eigen initiatief een MER opstellen. In het MER worden de voor- en nadelen van verschillende locaties en opstellingsvormen van een windpark afgewogen tegen mogelijke alternatieven.

Plan-m.e.r. en besluit-m.e.r.

Er zijn twee soorten milieueffectrapportages: Plan-m.e.r. en Besluit-m.e.r. (of Project-m.e.r.).

  • Plan-m.e.r.
    Het doel van een plan-m.e.r. is om al in de planfase het milieubelang en landschappelijke belangen volwaardig af te wegen ten behoeve van de ruimtelijke besluitvorming. Dit gebeurt bij strategische keuzen over bijvoorbeeld locaties voor woningbouw, locaties voor bedrijventerreinen en in te zetten technieken. Er moet een plan-m.e.r. worden opgesteld als in een ruimtelijk ordeningsplan, bijvoorbeeld een structuurvisie of bestemmingsplan, de mogelijkheid voor het realiseren van windenergie waarvoor een m.e.r.-beoordeling geldt wordt opgenomen. Ook de plannen waarbij de activiteiten niet de drempelwaarde van 15 MW of 10 windturbines bereiken zijn plan-m.e.r.-plichtig indien het bevoegd gezag bij de uitvoering van de vergewisplicht beoordeelt dat er wel een m.e.r.-beoordeling of een MER nodig is.
  • Besluit-m.e.r.(Project-m.e.r.)
    Bij een windenergieproject vanaf 15 MW moet het bevoegd gezag beoordelen of een besluit-m.e.r. noodzakelijk is. Als zij oordeelt dat een besluit-m.e.r. moet worden uitgevoerd, kan de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting (voorheen milieuvergunning) niet worden behandeld als deze MER niet is ingediend. Een initiatiefnemer kan ook vrijwillig een besluit-m.e.r. laten uitvoeren. Deze besluit-mer is ook verplicht als uit de vergewisplicht in de omgevingsvergunning beperkte milieutoets volgt dat een MER noodzakelijk is. De omgevingsvergunning beperkte milieutoets wordt dan geweigerd en er dient dan eerst een besluit-m.e.r. te worden doorlopen alvorens de aanvraag om omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting kan worden ingediend.
  • Combinatie besluit- en plan-m.e.r.
    Conform artikel 14.4 b Wet milieubeheer wordt ingeval, terzake van een activiteit tegelijkertijd een besluit en een plan worden voorbereid en dat plan uitsluitend wordt voorbereid met het oog op de inpassing van die activiteit in dat plan, ter voorbereiding van dat besluit en dat plan één milieueffectrapport gemaakt. Bij windenergieprojecten wordt dan ook vaak een dergelijk combinatie-MER opgesteld van een vrijwillig besluit(project)-MER samen met een plan-MER.

Wet modernisering m.e.r.

Op 1 juli 2010 is het nieuwe wettelijke stelsel voor milieueffectrapportage in werking getreden (Wet modernisering m.e.r.). Doel is het vereenvoudigen van regelgeving en aanbrengen van meer samenhang in het systeem van MER voor plannen en MER voor besluiten. De m.e.r.-wetgeving spreekt sinds 1 juli 2010 van een zogenaamde 'beperkte' en 'uitgebreide' procedure.

  • Beperkte procedure: voor projecten die een omgevingsvergunning nodig hebben en waarvoor géén passende beoordeling (op grond van de Natuurbeschermingswet 1998) hoeft te worden gemaakt geldt de eenvoudige procedure.
  • Uitgebreide procedure: voor alle andere projecten geldt de uitgebreide procedure. Ook voor plannen geldt de uitgebreide procedure.

Het verschil tussen de procedures voor een plan-m.e.r. en een besluit-m.e.r. is minimaal. De handleiding m.e.r. beschrijft de twee nieuwe procedures stap voor stap. De handleiding m.e.r. maakt onderdeel uit van de handreiking m.e.r. van Infomil. Het geeft aan wat er verandert ten opzichte van de huidige plan- en project-m.e.r en welke procedure gevolgd moet worden voor een specifiek project of plan. Enkele belangrijke wijzigingen in de nieuwe procedures ten opzichte van de oude procedures zijn:

Plan-m.e.r:
  • Verplichting zienswijzen in te laten dienen bij voornemen plan;
  • Commissie m.e.r. moet altijd advies geven over het plan-MER.

Besluit-m.e.r. (uitgebreide procedure):

  • Melding aan bevoegd gezag (in plaats van startnotitie);
  • Na kennisgeving voornemen project: mogelijkheid tot indienen zienswijzen;
  • Bevoegd gezag raadpleegt adviseurs en betrokken overheidsinstanties;
  • Advies door bevoegd gezag over reikwijdte en detailniveau (in plaats van richtlijnen).

Service menu right