Provinciale coördinatieregeling

Windenergie op land

Windenergieprojecten van 5 tot 100 MW

Provinciale staten zijn bevoegd om voor de aanleg of uitbreiding van een windpark met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW een inpassingsplan vast te stellen (Art. 9e, lid 1 van de Elektriciteitswet). Ook de bevoegdheid voor de benodigde omgevingsvergunning voor windparken van deze omvang ligt dan bij de provincie (Art. 9e lid 4).

Deze windparken zijn belangrijk om windenergie mogelijk te maken. De provinciale coördinatieregeling (Wro, paragraaf 3.6.2) biedt de mogelijkheid de procedures te verkorten en te stroomlijnen. Daardoor kunnen projecten sneller worden gerealiseerd. Gedeputeerde Staten kunnen op grond van de Elektriciteitswet (art. 9f, lid 6) ook bepalen om de coördinatieregeling niet toe te passen als:

  • de provincie al genoeg windparken binnen haar provinciegrenzen heeft mogelijk gemaakt of
  • de coördinatieregeling naar verwachting niet leidt tot een versnelling van de procedures om het windpark te realiseren.

Ook kan de provincie de bevoegdheid voor de wijziging van het bestemmingsplan en het afgeven van een omgevingsvergunning terugleggen bij de gemeente als deze hieraan haar medewerking verleend. 

Vergunningen

De coördinatieregeling wordt verplicht toegepast op de uitvoeringsbesluiten zoals de omgevingsvergunning, ontheffing Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswetvergunning en Watervergunning. Andere vergunningen en ontheffingen kunnen eventueel ook mee worden gecoördineerd. Het is niet verplicht om het bestemmingsplan of inpassingsplan voor het windpark mee te coördineren.

Geen bezwaarprocedure bij bevoegd gezag

In de provinciale coördinatieregeling worden verschillende besluiten tegelijkertijd en in onderling overleg genomen. Het gaat om alle vergunningen en ontheffingen voor de uitvoering van het windpark. Er is een inspraakronde, waarin mensen op alle ontwerpbesluiten tegelijk kunnen reageren, door het indienen van een 'zienswijze'. Voor de beroepsprocedure op de definitieve besluiten is slechts één instantie aan zet: de Raad van State. Er is dus geen bezwaarprocedure bij het bevoegd gezag en beroepsprocedure bij de rechtbank.

Verantwoordelijkheden

De verantwoordelijkheden verschuiven bij deze specifieke coördinatie voor windparken. Gedeputeerde Staten worden bevoegd voor de uitvoeringsbesluiten (vergunningen en ontheffingen) tenzij de rijksoverheid het bevoegd gezag was. De gemeente mag dus niet meer de omgevingsvergunning verlenen en het waterschap niet meer de watervergunning (tenzij ontheffing is verleend).

Gedeputeerde Staten bepalen zelf wanneer alle ontwerpbesluiten en definitieve besluiten worden genomen en regelen ook de terinzagelegging.

Service menu right