Wabo - Omgevingsvergunning

Meer artikelen
Windenergie op land

Voor het bouwen van een windturbine is een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk nodig (de voormalige bouwvergunning).

In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) staat dat het verboden is om te bouwen zonder omgevingsvergunning (Wabo: artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder a). De gemeente verleent in de meeste gevallen de omgevingsvergunning. Voor windparken van 5 tot 100 MW kan de provincie bevoegd zijn om de vergunning te verlenen. In de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt uitsluitend getoetst of aan de geldende voorwaarden is voldaan. Deze zijn vastgelegd in de bouwverordening, het Bouwbesluit en het bestemmingsplan.

Omgevingsvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting

Als ook een omgevingsvergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting (de voormalige milieuvergunning) nodig is wordt die in dezelfde omgevingsvergunning opgenomen. Alleen windenergieprojecten op zee en windparken (vanaf 3 windturbines) op land waarvoor een MER is opgesteld, vallen nog onder deze categorie.

Omgevingsvergunning beperkte milieutoets

Op grond van artikel 2.1, eerste lid aanhef en onder i van de Wabo zijn in het Besluit omgevingsrecht categorieën opgenomen waarvoor deze vergunningplicht geldt. Alle windparken op land (vanaf 3windturbines) vallen hieronder, tenzij een MER is of moet worden opgesteld.

Voor deze omgevingsvergunning geldt de reguliere (korte) procedure en er worden geen voorschriften aan verbonden omdat het Activiteitenbesluit van toepassing is. Aangezien er ook altijd een omgevingsvergunning voor het bouwen van de windturbines vereist zal zijn, kan de omgevingsvergunning voor deze categorie eenvoudig gelijktijdig worden aangevraagd en verleend.

Het bevoegd gezag mag deze omgevingsvergunning alleen weigeren indien een MER moet worden opgesteld (na een m.e.r.-beoordeling of de vergewisplicht). Aan deze omgevingsvergunning kunnen geen voorschriften worden verbonden: het Activiteitenbesluit geldt voor zover dat relevant is voor het windpark.

Overige vergunningen en ontheffingen

Als andere vergunningen op grond van het bestemmingsplan (de voormalige aanlegvergunning of sloopvergunning) of een provinciale of gemeentelijke verordening (bv. inrit- of kapvergunning) nodig zijn dan worden die meteen in de omgevingsvergunning meegenomen. Alleen als de activiteiten fysiek van elkaar te splitsen zijn, kunnen de overige vergunningen en toestemmingen ook in aparte deel-omgevingsvergunningen worden verleend. Als een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet of een Natuurbeschermingswetvergunning nodig zijn voor de realisatie van de windturbines kunnen deze toestemmingen voorafgaand aan de aanvraag om omgevingsvergunning worden ingediend bij het Ministerie van EZK respectievelijk Gedeputeerde Staten. Deze toestemmingen kunnen ook in de omgevingsvergunning worden meegenomen. Dat is zelfs verplicht als ze nog niet zijn aangevraagd op het moment dat de aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend. Dan zal in de procedure aan het bevoegd gezag voor de toestemmingen een verklaring van geen bedenkingen worden gevraagd. De ontheffing Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswetvergunning haken dan aan bij de omgevingsvergunning en worden daarin opgenomen.

Strijdigheid met het bestemmingsplan

Past de aanvraag voor de omgevingsvergunning niet in het bestemmingsplan, dan moet een procedure voor een bestemmingsplanwijziging of het afwijken van een bestemmingsplan worden opgestart. Binnen de omgevingsvergunning kan de strijdigheid met het bestemmingsplan worden opgeheven door een toestemming voor het afwijken van het bestemmingsplan. Er is een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig voordat het college van burgemeester en wethouders de omgevingsvergunning kan verlenen.

Termijnen

De voorwaarden waaraan een aanvraag om omgevingsvergunning moet voldoen, zijn geregeld in het Besluit omgevingsrecht en de Ministeriële regeling omgevingsrecht. De termijn voor de beslissing tot het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is acht weken. Deze termijn kan eenmaal worden verlengd met 6 weken. Blijft een beslissing uit, dan komt er een fictieve vergunning.? Dat geldt niet als het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan. In dat geval moet de uitgebreide procedure worden doorlopen en ontstaat er geen fictieve vergunning. De gemeente is niet verplicht om dit aan u te melden. Informeer daarom altijd bij de gemeente naar de status van de bouwvergunning voordat u met bouwen start.

De reguliere procedure met de termijn van 8 weken en eventuele 6 weken verlenging geldt ook voor de omgevingsvergunning beperkte milieutoets. Als de beslissing uitblijft ontstaat er echter in dat geval geen vergunning van rechtswege, het bevoegd gezag zal alsnog een expliciete beslissing moeten nemen.

De uitgebreide procedure duurt 26 weken en is ook nodig als er een omgevingsvergunning voor het oprichten van een inrichting (de voormalige milieuvergunning) nodig is, een Natuurbeschermingswetvergunning of ontheffing Flora- en faunawet in de omgevingsvergunning worden meegenomen.

Service menu right