Waterwet

Windenergie op land

Eind 2009 is de Waterwet (Wtw) in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.

De Waterwet verving de volgende acht wetten voor het waterbeheer in Nederland:

  • Wet op de waterhuishouding
  • Wet op de waterkering
  • Grondwaterwet
  • Wet verontreiniging oppervlaktewateren
  • Wet verontreiniging zeewater
  • Wet droogmakerijen en indijkingen (Wet van 14 juli 1904)
  • Wet beheer rijkswaterstaatswerken (het zogenaamde 'natte gedeelte' waterlichaam, inclusief oever en dijk)
  • Waterstaatswet 1900
  • Waterbodemparagraaf uit de Wet bodembescherming
  • Daarnaast is vanuit de Wet bodembescherming de regeling voor waterbodems ondergebracht bij de Waterwet. En is de keur, door vervanging van de Waterstaatswet, in z'n geheel onder de Waterwet gekomen.

Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd.

Bevoegd gezag

De Waterwet kent formeel slechts twee waterbeheerders: het rijk, als de beheerder van de rijkswateren, en de waterschappen, als de beheerders van de overige wateren. Deze laatsten zijn daarnaastook verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer. Provincies en gemeenten zijn formeel geen waterbeheerder, maar hebben wel waterstaatkundige taken. Zo blijft de provincie voorlopig bevoegd gezag voor drie categorieën grondwateronttrekkingen en infiltraties. Op gemeenten rust een hemel- en grondwaterzorgplicht, zoals deze in januari 2008 via de Wet gemeentelijke watertaken is vastgelegd in de Wetop de waterhuishouding. De Waterwet regelt daarnaast ook de onderlinge toezichtverhoudingen van de verschillende betrokken overheden.

Vergunningplicht

De volgende handelingen zijn (in bepaalde gevallen) vergunningplichtig:

Handeling: Lozen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam
Bevoegd gezag: Minister van IenW of Bestuur waterschap
Artikel: 6.2 lid 1 Wtw; 6.5 lid a Wtw

Handeling: Lozen van stoffen of water op een zuiveringstechnisch werk
Bevoegd gezag: Beheerder van het zuiveringtechnisch werk
Artikel: 6.2 lid 2 Wtw

Voor genoemde handelingen kunnen deels vergunningvervangende algemene regels zijn vastgesteld. In die gevallen is een vergunning niet nodig. De algemene regels zijn opgenomen in het Waterbesluit, de Waterregeling of andere (deels) op de Waterwet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur (AMvB's).

Service menu right