Schone en zuinige agrosectoren | RVO.nl | Rijksdienst

Service menu right

Schone en zuinige agrosectoren

17-02-2021

In 2008 hebben de overheid en de agrosectoren afspraken gemaakt over energie en klimaat. Het doel van dit convenant was om deze sectoren verder te verduurzamen. De agrosectoren hebben innovatieve technieken gebruikt en stootten zo minder broeikasgassen uit.

Achtergrond

De belangrijkste onderwerpen van het convenant waren broeikasgasreductie, duurzame energie en energiebesparing.

  • De agrosectoren wilden in 2020 jaarlijks minimaal 3,5 Mton minder CO2-uitstoot van broeikasgassen ten opzichte van 1990 bereiken (ambitie was zelfs 4,5 Mton). Het doel was in 2020 een reductie van de overige 4 tot 6 Mton CO2-equivalenten ten opzichte van 1990.
  • De doelstelling was om in 2020 200 PJ duurzame energie te produceren uit biomassa. De voedingsmiddelen- en genotsmiddelenindustrie (VGI) wilde een belangrijke rol spelen als leverancier van biomassa voor energie en paste het cascaderingsprincipe toe. Ook de veehouderijsectoren wilden een belangrijke bijdrage leveren met 48 PJ duurzame energie uit mest.
  • Nederland spant zich in om energie te besparen. De agrarische sector in ons land bestaat uit circa 70.000 bedrijven met een totaal energieverbruik van circa 140 PJ. Het energieverbruik ligt het hoogst in de Glastuinbouw (circa 100 PJ). Voor de Glastuinbouw, de Bloembollensector en de Paddenstoelensector is een specifieke aanpak ontwikkeld voor energiebesparing.

CO2-equivalenten

Naast koolstofdioxide (CO2) hebben we het op deze pagina over de broeikasgassen lachgas (N2O) en methaan (CH4). We rekenen de uitstootcijfers van deze gassen om naar de uitstoot van CO2. Dit noemen we het CO2-equivalent. Één kilogram CO2-equivalent is gelijk aan de broeikasverwerking van één kilogram CO2. Zo kunnen we de invloed van de verschillende broeikasgassen bij elkaar optellen. De CO2-equivalenten van de uitstoot van lachgas en methaan zijn:

  • één kilogram lachgas: 298 kilogram CO2-equivalent
  • één kilogram methaan: 25 CO2-equivalent

De broeikasgasuitstoot drukken we uit in megaton CO2-equivalent.

Resultaten 2020

Na 12 jaar stopt het convenant Schone en zuinige agrosectoren. We hebben de meeste doelen bereikt. De agrosectoren gebruikten innovatieve technieken en stootten zo minder broeikasgassen uit. In de eindrapportage leest u alle resultaten van de verschillende agrosectoren. In de infographic hieronder ziet u een kort overzicht.

Convenant Schone en zuinige agrosectoren 2008 – 2020

Ongeveer 14% van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen komt uit de land- en tuinbouw.

Dit is de verdeling van de gassen in CO2-equivalenten in 2018:

  • lachgas (N2O), bijna helemaal van landbouwbodems: 6,1 megaton
  • methaan (CH4), vooral uit veehouderij: 13 megaton
  • kooldioxide (CO2), vooral uit glastuinbouw: 7,4 megaton

De belangrijkste ontwikkelingen in de uitstoot

Veehouderijen stootten ongeveer 18% minder broeikasgassen uit in 2018 dan in 1990. Dit komt door minder koeien en minder mest.

Bedrijven in de gewasteelt stootten ongeveer 43% minder broeikasgassen uit in 2018 dan in 1990. Dit komt door minder kunstmestgebruik en minder stikstof in de dierlijke mest.

Bedrijven in de glastuinbouw stootten ongeveer 5% meer broeikasgassen uit in 2018 dan in 1990. Energiemaatregelen zorgden voor een daling van CO2-uitstoot. Maar warmtekrachtkoppelingen zorgden weer voor een hogere methaanuitstoot. Hierdoor was de uitstoot in 2018 5% hoger dan in 1990.

Verdeling broeikasgas in de Nederlandse landbouw

Veehouderijen stootten in 1990 ongeveer 15 megaton CO2-equivalenten uit. In 2018 was dit ongeveer 13 megaton. Bedrijven in de gewasteelt stootten in 1990 bijna 10 megaton CO2-equivalenten uit. In 2018 was dit iets meer dan 5 megaton. Bedrijven in de glastuinbouw stootten in 1990 ongeveer 7 megaton CO2-equivalenten uit. In 2018 was dit iets meer.

Samenhang van de processen en uitstoot

Dieren produceren mest, wat wordt gebruikt om het land te bemesten. De mest zorgt voor betere groei van gewassen, die de dieren weer opeten. Een perfect gesloten kringloop is het ideaal plaatje. Maar in ieder onderdeel van de keten is er nog uitstoot van gassen. Bijvoorbeeld ammoniak en methaan uit mest. Of lachgas uit de bodem en kooldioxide bij aardgasgebruik.

Quotes uit de praktijkfilmpjes

"Als elke boer een aantal bomen plant, kan dat een behoorlijke bijdrage betekenen." (Martijn Boosten (Probos), bij melkveehouder Henk Hoefnagel)

"Het inzetten van lokale reststromen voor het voeren van varkens, voorkomt een hoop gesleep met grondstoffen." (Karel van der Velden (Nijsen/Granico), bij varkenshouder Ruud van Dijk)

Finaal energiegebruik en de opwekking van hernieuwbare energie in de landbouw (zonder de glastuinbouw): 100% hernieuwbare energie in 2018

In 2000 gebruikte de landbouw 0,71 petajoule windenergie en 0,1 petajoule vaste biomassa.

In 2003 gebruikte de landbouw 0,9 petajoule biogas, 4,05 petajoule windenergie en 0,1 petajoule vaste biomassa.

In 2006 gebruikte de landbouw 0,6 petajoule biogas, 7,07 petajoule windenergie en 0,5 petajoule vaste biomassa.

In 2009 gebruikte de landbouw 5,3 petajoule biogas, 10 petajoule windenergie en 0,9 petajoule vaste biomassa.

In 2012 gebruikte de landbouw 5,6 petajoule biogas, 11,07 petajoule windenergie en 1 petajoule vaste biomassa.

In 2015 gebruikte de landbouw 0,51 petajoule zonne-energie, 5,4 petajoule biogas, 15,71 petajoule windenergie en 1,9 petajoule vaste biomassa.

In 2018 gebruikte de landbouw 1,7 petajoule zonne-energie, 4,7 petajoule biogas, 17,52 petajoule windenergie en 3,8 petajoule vaste biomassa.

De uitstoot van broeikasgassen, energiegebruik en opwekking van vernieuwbare energie van de verschillende sectoren

Deze landbouwsectoren stootten in 2018 samen 26,5 megaton broeikasgassen uit:

  • melkvee: 49,2%
  • glastuinbouw: 26,1%
  • varkens: 10,2%
  • open teelten: 5,4%
  • kalveren: 5,3%
  • pluimvee: 1,3%
  • bloembollen: 1,4%
  • paddenstoelen: 1,1%

Deze sectoren produceerden in 2018 samen 32,8 petajoule hernieuwbare energie:

  • melkvee: 19,6%
  • glastuinbouw: 15,5%
  • varkens: 6,2%
  • open teelten: 33,2%
  • kalveren: 5,6%
  • pluimvee: 15,4%
  • bloembollen: 4,1%
  • paddenstoelen: 0,4%

Deze sectoren gebruikten in 2018 in totaal 120 petajoule aan energie:

  • melkvee: 8,9%
  • glastuinbouw: 75,8%
  • varkens: 3,4%
  • open teelten: 7,1%
  • kalveren: 0,8%
  • pluimvee: 1,6%
  • bloembollen: 1,4%
  • paddenstoelen: 1,0%

Resultaten 2018

Bent u benieuwd wat voor ontwikkelingen er in 2018 waren binnen de agrosectoren? In het voortgangsverslag leest u over ontwikkelingen op het gebied van:

  • broeikasemissies
  • energiegebruik
  • energiebesparing
  • ontwikkelingen in hernieuwbare energie
  • agrarische ondernemers, en
  • instrumenten

Voortgangsrapportage agrosectoren 2018

Bent u tevreden over deze pagina?

Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *
Mogen wij u benaderen voor een gebruikersonderzoek?
De komende tijd zoeken wij testers voor het nieuwe ontwerp van onze website. Wij zijn benieuwd naar uw mening en gaan graag met u in gesprek. Een online interview duurt maximaal 45 minuten.