Service menu right

Economische activiteiten en de inhoudelijke eisen Energie-audit (EED)

De criteria waaraan een EED energie-auditverslag moet voldoen staan in de Tijdelijke regeling implementatie, artikelen 8 en 14 Richtlijn energie-efficiëntie. In juni 2019 zijn deze criteria gewijzigd. EED staat voor Europese Energie-Efficiency Richtlijn.

 

Veelgestelde vragen

Eisen aan het verslag energie-audit

Het verslag van een energie-audit moet ten minste bevatten:

  1. een korte algemene beschrijving van de onderneming, de bedrijfsvoering en de uitgevoerde energie-audit
  2. een schematisch overzicht met een korte algemene beschrijving van alle binnen de onderneming bestaande processen, installaties, gebouwen en het vervoer
  3. een overzicht van het totaal gemeten energieverbruik van de onderneming over het meest recente boekjaar in gigajoule
  4. de totaalverbruiken aan elektriciteit, aardgas, warmte, autobrandstof en alle andere energiedragers, opgegeven in de gebruikelijke energie-eenheden
  5. het energieverbruiksprofiel in de vorm van een tabel of grafiek. Hierin staat de gekwantificeerde onderverdeling van de energieverbruiken van de processen, gebouwen, installaties en vervoer.
  6. een uitsplitsing, naar deelverbruik, van het energieverbruik voor de processen, gebouwen, installaties en vervoer van de onderneming. Dit geldt voor zover elk van die deelverbruiken individueel meer dan 5% van het energieverbruik van het afzonderlijke onderdeel uitmaakt.
  7. een belastingprofiel van het elektriciteitsverbruik waaruit blijkt hoe het elektriciteitsverbruik gedurende de dag en nacht verloopt tijdens zowel werkdagen als niet-werkdagen
  8. een opgave van het kosteneffectieve energiebesparingspotentieel (*)
  9. een overzicht van alle mogelijke kosteneffectieve besparingsmaatregelen, gecategoriseerd in procesmaatregelen, gebouwgebonden maatregelen, maatregelen voor installaties en maatregelen voor vervoer
  10. per besparingsmaatregel, bedoeld in onderdeel 8, een duidelijke omschrijving van de maatregel, het besparingspotentieel, de benodigde investering en de kosteneffectiviteit
(*) In de opgave onder punt 8 moet zijn opgenomen:
  • het totaal aan kosteneffectief energiebesparingspotentieel in gigajoule en als percentage van het totaalverbruik
  • het totaal van het kosteneffectief potentieel aan elektriciteitsbesparing in kWh en als percentage van het totaal verbruik
  • indien aardgasverbruik aanwezig: het totaal van het kosteneffectief potentieel aan aardgasbesparing in m3 en als percentage van het totaal verbruik
  • indien warmteverbruik aanwezig: het totaal van het kosteneffectief potentieel aan warmtebesparing in gigajoule en als percentage van het totaal verbruik
  • indien autobrandstof aanwezig: het totaal van het kosteneffectief potentieel aan autobrandstofbesparing in liter en als percentage van het totaal verbruik
De kosteneffectiviteit wordt zo veel mogelijk bepaald naar aanleiding van een analyse van de levenscycluskosten.

Vervoer in de energie-audit

De richtlijn geeft aan dat ook het energieverbruik voor vervoer moet worden opgenomen in het overzicht van het energieverbruik. Het gaat dan om vervoer dat onderdeel is van de bedrijfsmiddelen van de onderneming zelf of om vervoer dat moet worden gezien als onderdeel van de bedrijfsvoering. Het maakt niet uit wat de aard van de onderneming is, bijvoorbeeld een handelsbedrijf of een productiebedrijf.

Belangrijk is of het vervoer in eigen beheer uitgevoerd wordt. In dat geval heeft de onderneming namelijk invloed op het energiegebruik. Dit kan zij doen door het toepassen van bijvoorbeeld efficiëntere motoren, andere brandstoffen of een effectievere logistieke planning. Wordt het vervoer uitbesteed? Dan valt dat onder de eventuele auditplicht van de vervoersmaatschappij. Woon-werkverkeer van werknemers valt niet onder de auditplicht, maar mag wel worden meegenomen.

Kosteneffectieve energiebesparingsmaatregelen

Een van de eisen van een energie-audit is dat er een opgave wordt gedaan van het kosteneffectieve energiebesparingspotentieel. Met de opgave hiervan wordt bedoeld dat de onderneming inzichtelijk moet maken welke maatregelen kosteneffectief voor de onderneming zijn. De richtlijn heeft kosteneffectiviteit op dit punt niet nader ingevuld. Aannemelijk is dat die niet gelimiteerd is tot een terugverdientijd van 5 jaar. Dit omdat met maatregelen, met een lange terugverdientijd, wellicht een zeer grote reductie van het energieverbruik zou kunnen worden gerealiseerd.

Economische activiteiten - algemene toelichting

Overheden kunnen, naast de publiekrechtelijke taken die zij verrichten, ook economische activiteiten verrichten. In dat geval is de Wet Markt en Overheid van toepassing. Als op grond van deze wet sprake is van een economische activiteit door een gemeente, valt de overheidspartij onder de reikwijdte van de Tijdelijke Regeling EED. Voor 3 sectoren hebben wij onderstaand meer richting gegeven aan 'hoe om te gaan' met economische activiteiten in deze sectoren. Maar eerst lichten wij het kader voor economische activiteiten toe.

Toelichting economische activiteiten

Economische activiteiten zijn activiteiten die een partij uitvoert als zij producten of diensten aanbiedt op een bepaalde markt. De Wet Markt en Overheid is van toepassing op de economische activiteiten van overheden. Het is niet altijd eenvoudig vast te stellen of activiteiten economisch van aard zijn. Deze beoordeling is afhankelijk van specifieke omstandigheden.

Voorbeeld:
Het ophalen van huishoudelijk afval. Dat is een publiekrechtelijke taak van de gemeente, waarbij het niet uitmaakt of zij dit nu zelf doet of laat uitvoeren door een derde partij. Als de gemeente die taak zelf uitvoert is er geen sprake van een economische activiteit. Maar het ophalen van bedrijfsafval is geen wettelijke taak van de gemeente en is dus wel een economische activiteit. De gemeente haalt bedrijfsafval namelijk op in concurrentie met bedrijven. Op de inzameling van bedrijfsafval is in dat geval de Wet Markt en Overheid van toepassing.

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) publiceerde op 27 februari 2014 een lijst met voorbeelden economische activiteiten markt en overheid. Hierin staan economische activiteiten die overheden kunnen uitvoeren. De lijst is gebaseerd op praktijkvoorbeelden. Het is een hulpmiddel voor overheden bij het inventariseren van economische activiteiten door overheden. De beoordeling of een activiteit economisch is, kan per geval verschillen. Aan de lijst kunnen daarom geen rechten worden ontleend. ACM nam inmiddels ook meerdere besluiten waarin het juridisch kader wordt geschetst om te beoordelen of een taak een economische activiteit is. ACM heeft hierover op haar website gepubliceerd.

Economische activiteiten gemeenten

Gemeenten voeren ook activiteiten uit die als economische activiteiten beschouwd kunnen worden. Bijvoorbeeld het exploiteren van een zwembad, een sportveld, een vastgoedbedrijf of een grondbedrijf. Of een gemeente voldoet aan de definitie van een grote onderneming hangt af van: 

  • het aantal werknemers dat de economische activiteiten uitvoert;
  • de omzet die gegenereerd wordt met de economische activiteiten en
  • het bijbehorende balanstotaal.
Als deze cijfers boven de grenswaarden van een grote onderneming uitkomen, dan is de gemeente auditplichtig voor de inrichtingen waar economische activiteiten plaatsvinden. Voor een privaatrechtelijke onderneming geldt dat deze onderneming altijd een grote onderneming is als een gemeente daaraan deelneemt wat leidt tot 25% zeggenschap of meer.
 
Is het overheidsbelang meer dan 25% in het zeggenschap van het kapitaal of stemrechten van de onderneming? Dan wordt een onderneming niet langer als een kmo beschouwd. Dit is op Europees niveau bepaald. We komen dan niet meer toe aan een criteriatoetsing inzake de personeelsbezetting, jaaromzet en jaarbalans. Een onderneming met zo'n overheidsbelang kan tenslotte voordelen hebben ten opzichte van andere ondernemingen die met privékapitaal worden gefinancierd. Bovendien is het vaak onmogelijk om de relevante financiële en personeelsgegevens van overheidsinstanties te berekenen.
 
Het zeggenschap van een overheidsinstantie gaat over het kapitaal van een andere privaatrechtelijke onderneming, of daar de stemrechten van het kapitaal van heeft. Het gaat dus niet over economische activiteiten die de overheidsinstantie zelf uitvoert.

Economische activiteiten onderwijsinstellingen

Regulier onderwijs is geen economische activiteit. Doen scholen bijvoorbeeld aan nascholing, cursussen, trainingen of bedrijfsopleidingen? Dan concurreren scholen met andere aanbieders van commerciële opleidingen. In dat geval voert een onderwijsinstelling een economische activiteit uit.
Een onderwijsinstelling valt onder de EED-auditplicht als het totaal van de economische activiteiten boven de grenswaarden van een grote onderneming ligt.

Economische activiteiten woningcorporaties

Valt een woningcorporatie onder de definitie van een onderneming volgens de EED-richtlijn? Dan moet worden bekeken of de woningcorporatie auditplichtig is. De kerntaak van de woningcorporaties is in de Woningwet omschreven en betreft Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Het feit dat een woningcorporatie hoofdzakelijk DAEB levert, betekent niet dat deze geen economische activiteiten kunnen zijn. Omdat bij de beoordeling alleen de omvang van alle economische activiteiten van belang is, worden ook de DAEB-activiteiten betrokken bij het bepalen van de omvang van de onderneming. Zie Europa Decentraal voor meer achtergrondinformatie.

Een voorbeeld van een activiteit die niet onder de DAEB valt, is het ontwikkelen en exploiteren van huurwoningen in de vrije sector en van commercieel vastgoed. Het ontwikkelen en exploiteren van sociale huurwoningen is wel een DAEB-activiteit. Er zijn geen specifieke regels over de auditplicht bepaald voor afzonderlijke sectoren.

Bij woningcorporaties hangt het ervan af of het om besparingsmogelijkheden binnen de corporatie gaat en niet om besparingsmogelijkheden binnen de panden die de corporatie verhuurt. Voorbeeld: voor zover een ketelhuis een Wet milieubeheer-inrichting is (Wm-inrichting), valt het onder de energie-audit. Als het aantal werknemers of de omzet van de woningcorporatie boven de grenswaarden van een grote onderneming uitkomen, dan is de woningcorporatie auditplichtig.