Verschil Energie-Index en Energielabel

Twee verschillende methoden: hoe zit het precies? De energiezuinigheid van bestaande woningen is te bepalen via twee verschillende methoden: het energielabel en de Energie-Index. Wat zijn de belangrijkste verschillen?

De rekenmethode die achter het energielabel schuilgaat is gebaseerd op dezelfde rekenmethode als de Energie-Index. Alleen is deze voor het energielabel vereenvoudigd. De twee rekenmethodes moeten niet met elkaar verward worden.

Verschillende doelgroep

Het energielabel en de Energie-Index zijn ontwikkeld voor verschillende doelgroepen.

  • Het energielabel is een bewustwordingsinstrument voor eigenaren van woningen. Het geeft hen snel inzicht in de energetische kwaliteit van de woning en de mogelijkheden om de energieprestatie te verbeteren.
  • De Energie-Index (EI) is vooral bedoeld voor verhuurders van woningen onder de liberalisatiegrens. De Energie-Index bepaalt mede het aantal huurpunten van de woning.

Energielabel en Energie-Index: 10 versus 150 kenmerken

De Energie-Index is gebaseerd op ongeveer 150 kenmerken van de woning. Met de Energie-Index is de energieprestatie van een woning exacter te berekenen dan via het energielabel. Het energielabel is gebaseerd op de 10 belangrijkste kenmerken van de woning.

Een energielabel kan op twee manieren aangevraagd worden:

  • Rechtstreeks: Op de website www.energielabelvoorwoningen.nl kunnen woningeigenaren zelf het energielabel aanvragen door de 10 kenmerken van de woning op te geven.
  • Via de EI-route: vanuit de Energie-Index berekening worden de 10 kenmerken voor het energielabel automatisch afgeleid. Deze route is met name bedoeld voor verhuurders van woningen onder de liberalisatiegrens.
Het energielabel en de Energie-Index zijn dus niet aan elkaar gelijk. Toch worden de uitkomsten van deze twee methoden vaak met elkaar vergeleken. In onderstaande FAQ geven we een antwoord op de meest gestelde vragen.
 

Vertaling van de Energie-index naar een energielabel

Omdat bij de Energie-Index altijd een (gratis) energielabel wordt verstrekt, is een vertaalslag nodig. Door de EI-software wordt de invoer van een EI-berekening automatisch omgezet naar de invoer voor een energielabel. Dit vindt plaats door de complete invoer van de EI-berekening door vertaaltabellen, de zogeheten ‘trechter’, te halen. In deze trechter wordt de uitgebreide invoer van de EI-berekening geanalyseerd en omgezet naar de 10 parameters die voor het energielabel van toepassing zijn.

‘Op basis van de EI-berekening verwacht ik dat de woning in een bepaalde energielabelklasse valt. Nu ik de woning heb afgemeld, blijkt het toch in een andere klasse te vallen. Hoe kan dat?’

Sinds 1 januari 2015 zijn de EI en het energielabel niet meer rechtstreeks aan elkaar gekoppeld. Het zijn twee verschillende methoden die wel op elkaar lijken, maar niet identiek zijn. Binnen het energielabel is minder nuance mogelijk dan in een EI-berekening: er zijn binnen het label immers maar 10 invoerparameters. Terwijl binnen de EI-berekening wel meer dan 150 parameters ingevuld kunnen worden.

Afwijking EI en energielabel

In het merendeel van de gevallen zullen de EI (WWS-klasse) en het energielabel redelijk dicht bij elkaar in de buurt liggen. Er zijn echter een aantal parameters die soms gebruikt worden in een EI-berekening die er voor kunnen zorgen dat de WWS-klasse en het energielabel wat verder uit elkaar liggen. De afwijkingen tussen EI en het label treden zowel naar boven als naar beneden op.

Service menu right