Service menu right

Energiemaatregelen op gebiedsniveau (EMG)

Sinds 1 juli 2012 is het mogelijk collectieve energieoplossingen te waarderen via een aanvullende norm: de NVN 7125 – Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau (EMG). Hiermee kunt u de bijdrage van collectieve maatregelen buiten een gebouw bepalen en meenemen in de energieprestatie.

Voorbeelden van gebiedsmaatregelen zijn onder andere stadsverwarming (externe warmtelevering), grootschalige zonne-energie en windmolens. In de norm is ook opgenomen hoe andere maatregelen op gebiedsniveau in de EPC gewaardeerd kunnen worden. Wanneer gebruik gemaakt wordt van de NVN 7125 stelt het Bouwbesluit een getrapte EPC-eis. Het blijft mogelijk om gebruik te maken van de forfaitaire waarden. Dan geldt er geen getrapte EPC-eis.

Actueel

In juni 2017 is NEN 7125 gepubliceerd. Deze is echter nog niet aangewezen in het Bouwbesluit en mag daarom nog niet gebruikt worden voor de EPC-berekening.

Wanneer NVN 7125 toepassen

Via norm NVN 7125 is het mogelijk om de volgende waarden te bepalen voor de EPC-berekening:

  • equivalent opwekkingsrendement warmtenet (externe warmtelevering)
  • equivalent opwekkingsrendement circulatiesysteem warm tapwater (externe warmtelevering)
  • equivalent opwekkingsrendement collectief koudenet (externe koudelevering)
  • elektriciteitsopwekking op gebiedsniveau (bijvoorbeeld windenergie, zonne-energie).

Equivalent opwekkingsrendement

Het equivalent opwekkingsrendement is het rendement op primaire energie van de warmte- of koudelevering tot aan de perceelgrens, in de praktijk tot aan de meters voor warmte- en koudelevering. Het equivalent opwekkingsrendement wordt bepaald door alle bijdragen aan energiegebruik en -verlies van het warmte-of koudenet: nuttige warmtelevering (bijvoorbeeld afvalwarmte of collectieve zonneboilers), distributieverliezen in het leidingnet en rendementen van de opwekking.

De conform de NVN 7125 (EMG) bepaalde equivalente opwekkingsrendementen mogen gebruikt worden in plaats van de forfaitaire rendementen uit de NEN 7120.

Getrapte EPC-eis

Wanneer de NVN 7125 gebruikt wordt voor het voldoen aan de EPC-eisen, stelt het Bouwbesluit een aanvullende eis aan de EPC van de woning of het gebouw zelf, zonder het effect van maatregelen op gebiedsniveau. Zonder het gebruik van de NVN 7125 dus. Deze zogenaamde getrapte EPC-eis is opgenomen om te waarborgen dat woningen en gebouwen in basis voldoende energiezuinig zijn. Zonder de getrapte eis zouden bewoners in gebieden met stadsverwarming wellicht geconfronteerd kunnen worden met hoge energierekeningen.

Definitie getrapte eis

De getrapte eis luidt als volgt: de EPC zonder gebruik van de gebiedsmaatregelen conform de NVN 7125, mag maximaal 33% hoger liggen dan de EPC-eis. Voor woningen bijvoorbeeld geldt inclusief gebiedsmaatregelen een EPC van 0,4 en moet dus zonder gebiedsmaatregelen een EPC van 1,33 x 0,4 = 0,532 aangetoond worden. Voor de berekening zonder gebiedsmaatregelen dienen de forfaitaire opwekkingsrendementen gebruikt te worden in plaats van de equivalente rendementen die via de NVN 7125 bepaald zijn. En elektriciteitsopwekking op gebiedsniveau moet in de berekening zonder gebiedsmaatregelen buiten beschouwing gelaten worden.

Gebiedsmaatregelen in de EPC

Traditionele gebiedsmaatregelen zijn warmtenetten die gevoed worden met aftapwarmte of restwarmte van elektriciteitsproductie- of afvalverbrandingsinstallaties. De afgelopen jaren zijn verschillende nieuwe systemen ontwikkeld, zoals kleine warmtenetten die verwarmd worden met warmtepompen, grote warmtenetten die verwarmd worden met geothermie en koudenetten. Deze systemen bieden een goede basis om aan de EPC-eisen te voldoen.

De NEN 7120 beperkt zich tot het perceel of gebouw, waardoor gebiedsmaatregelen buiten de reikwijdte van de norm vallen. In de NEN 7120 geldt daarom een forfaitair opwekkingsrendement van 1,0 voor externe warmtelevering. Voor maatregelen buiten het eigen perceel is de NVN 7125 ontwikkeld.

Gebiedsgrenzen

In de NVN 7125 zijn criteria gegeven voor de grens van een gebied. Er moet sprake zijn van gelijktijdige en samenhangende ontwikkeling van een gebied, zoals bijvoorbeeld blijkt uit contractuele afspraken.

Voor warmte en koude wordt de gebiedsgrens in de praktijk bepaald door de reikwijdte van het desbetreffende net. Als een net te groot is opgezet en daardoor onvoldoende rendement heeft, blijkt dat vanzelf uit de berekeningen. Als één gebouw op verschillende systemen is aangesloten (bijvoorbeeld een warmtenet en koudenet) dan kan per systeem de gebiedsgrens verschillend zijn.

Collectieve elektriciteit

Voor collectieve elektriciteitsproductie geldt als aanvullend criterium dat de maximale afstand tussen de collectieve elektriciteitsopwekking en ieder aangesloten gebouw maximaal 10 km mag bedragen.

Grote warmtenetten zijn meestal gesplitst in een primair net en een groot aantal daarop aangesloten secundaire netten. Individuele woningen zijn meestal aangesloten op een secundair net. Grotere gebouwen kunnen direct worden aangesloten op het primair net. Het primair net heeft een hoger equivalent opwekkingsrendement omdat het secundaire net extra distributieverliezen heeft.

Systemen en installatiefuncties

In de EMG worden 4 systemen onderscheiden. Hiervan maken 3 systemen gebruik van water om warmte of koude te transporteren:

Installatiefuncties

Met warmtenetten kunnen de volgende installatiefuncties worden verzorgd:

  • Verwarming
  • Warmtapwater: via een warmtewisselaar (afleverset) wordt drinkwater opgewarmd tot warm tapwater
  • Bevochtiging: in moderne installaties wordt voornamelijk adiabatische bevochtiging toegepast, maar met een hoge-temperatuur-net (stoom) kan ook bevochtiging worden gerealiseerd
  • Koeling en ontvochtiging: met hoge temperatuur warmte kan een sorptiekoelmachine worden aangedreven. Voor warmtenetten is dit een mogelijkheid om ook in de zomer warmte nuttig in te zetten.

Circulatiesysteem warmtapwater

In plaats van warmtapwaterbereiding met een afleverset kan naast het warmtenet voor verwarming een apart circulatiesysteem voor warm tapwater worden toegepast. In dat geval kan het warmtenet voor verwarming ’s zomers worden uitgeschakeld.

Collectief koudenet

Naast een warmtenet kan een koudenet worden toegepast, zoals bijvoorbeeld rond de Zuid-as in Amsterdam. Hiermee kunnen twee installatiefuncties worden verzorgd:

  • Koeling
  • Ontvochtiging (afhankelijk van de temperatuur van het koudenet)

Collectieve elektriciteitsopwekking

Voorbeelden hiervan zijn een windmolen in een wijk en een eiland met zonnepanelen in een wijk. Voor collectieve elektriciteitsopwekking zijn o.a. de volgende technieken mogelijk:

  • Zon-PV
  • Wind (hiervoor is nog geen normatieve methode beschikbaar. Windenergie kan op basis van gelijkwaardigheid meegenomen worden).
  • Warmtekrachtkoppeling (WKK)

Bijdrage collectieve elektriciteitsopwekking

De opbrengst van de collectieve elektriciteitsopwekking wordt over de woningen en gebouwen in het gehele gebied verdeeld op basis van de vierkante meters gebruiksoppervlakte van alle gebouwen (in MJe/m2). Vervolgens wordt per gebouw de opbrengst bepaald door dit getal te vermenigvuldigen met de gebruiksoppervlakte. Dit levert een aftrekpost in het karakteristiek energiegebruik per woning op, en daarmee een lagere EPC.

Stappenplan EMG

Stap 1 – Zoek de kwaliteitsverklaring

Zoek in de database van het Bureau Controle en Registratie Gelijkwaardigheidsverklaringen de kwaliteitsverklaring van het equivalent opwekkingsrendement van het betreffende warmtenet op. Afhankelijk van de aansluiting van het gebouw is het rendement van het primaire of het secundaire net benodigd. Het primaire net heeft een hoger equivalent opwekkingsrendement omdat het secundaire net extra distributieverliezen heeft.

Stap 2 – Vraag kwaliteitsverklaring op

Indien nog niet opgenomen in de database: vraag bij de beheerder van het warmtenet de kwaliteitsverklaring van het equivalent opwekkingsrendement op.

Stap 3 – Bereken totale elektriciteitsproductie

Bereken de totale elektriciteitsproductie in het gebied in MJe per m2 gebruiksoppervlakte van alle gebouwen. Bereken vervolgens de bijdrage voor het gebouw waarvoor de EPC-berekening gemaakt wordt door dit aantal MJe/m2 te vermenigvuldigen met de gebruiksoppervlakte van het betreffende gebouw. De elektriciteitsproductie van collectieve PV-panelen kan berekend worden conform de rekenregels uit de NEN 7120.

Stap 4 – Bepaal de EPC

Bepaal vervolgens de EPC inclusief gebiedsmaatregelen (voldoen aan de EPC-eis) en exclusief gebiedsmaatregelen (maximaal 1,33 maal de EPC-eis).