Referentiewoningen EPC

RVO.nl stelde referenties voor nieuwe woningen samen die voldoen aan de geldende EPC-eisen. Deze referentiewoningen kunt u gebruiken om de haalbaarheid en consequenties van ontwerpbeslissingen inzichtelijk te maken. De RVO-referentiewoningen nieuwbouw zijn al jaren een bekend ijkpunt op weg naar steeds energiezuiniger bouwen.

Bij de ontwikkeling van de referentiewoningen is gezocht naar een goede afspiegeling van de huidige bouwpraktijk. Als de uitgangspunten wijzigen, mag u bij deze woningen niet meer refereren naar de RVO-referentiewoning.

Update van aangescherpte EPC-eis 2015

De aanpassing aan de aangescherpte EPC-eis ≤ 0,4 is doorgevoerd in de referentiewoningen. Hierbij is uitgegaan van de voorschriften en waarden die sinds 1 januari 2015 gelden. Ook de andere energiezuinigheidseisen die sinds 1 januari 2015 in het Bouwbesluit van kracht zijn, zoals de eisen aan de gedifferentieerde isolatiewaarden van vloer, gevel en dak, zijn in de update verwerkt.

Doel en gebruik referentiewoningen

De referentiewoningen nieuwbouw dienen als hulpmiddel. Aan het begin van het planproces, als nog weinig bekend is over het ontwerp, kunt u met de referentiewoningen de consequenties van kwaliteitsbeslissingen doorrekenen. Zo voorkomt u dat u tijdens de planontwikkeling kwaliteit moet inleveren om binnen het budget te blijven. Ook kunt u de referentiewoningen gebruiken om het effect van maatregelen en wijzigingen in de normen of bouwregelgeving inzichtelijk te maken.

Invoergegevens per referentiewoning

Basisvarianten

Voor alle referentiewoningen is een EPC berekend volgens twee basisvarianten in het ventilatiesysteem:

  • variant A: natuurlijk toevoer / mechanische afvoer (met winddruk-gestuurde roosters en CO2-sturing in de woonkamer en open keuken)
  • variant B: gebalanceerde ventilatie met WTW (mechanische toevoer /afvoer met CO2-sturing op de afvoer)

EMG-varianten

Sinds 1 juli 2012 is het mogelijk collectieve oplossingen te waarderen via een aanvullende norm: NVN 7125 – Energieprestatienorm voor maatregelen op gebiedsniveau (EMG). Hiermee kunt u de bijdrage van collectieve maatregelen buiten een gebouw bepalen en meenemen in de energieprestatie. Denk aan collectieve voorzieningen zoals stadsverwarming of collectieve zonnepanelen.

Voor alle referentiewoningen zijn ook enkele varianten berekend met energiemaatregelen op gebiedsniveau (EMG):

  • Variant A: met ventilatie door mechanische afzuiging en natuurlijke toevoer, met PV (A1) en zonder PV (A2).
  • Variant 2 met gebalanceerde ventilatie, ook met PV (B1) en zonder PV (B2).

De EMG-variant is doorgerekend met het rendement van een gangbaar type duurzame warmtelevering door een afvalverbrandingsinstallatie, opwekkingsrendement voor verwarming en warm tapwater: 2,430. De bouwkundige uitgangspunten van de EMG-varianten zijn identiek aan de uitgangspunten voor de basisvarianten met eigen verwarmingstoestel.

Verantwoording referentiewoningen (EPC)

De 6 uitgewerkte referentiewoningen vormen een betrouwbare afspiegeling van de gemiddelde woning voor het betreffende woningtype. Een panel van deskundigen wees de meest gangbare maatregelen aan om tot een EPC van ≤ 0,4 te komen. De referentiewoningen genieten grote bekendheid. Daarom is besloten de geometrie van de referentiewoningen hetzelfde te houden en bouwkundige en installatietechnische maatregelen zo veel mogelijk gelijk te houden aan de vorige versie om de EPC van 0,4 te benaderen.

Criteria

Bij het opstellen van de referentiewoningen is een aantal criteria gehanteerd. De belangrijkste zijn:

  • De ontwerpen zijn niet in strijd met de minimaal gangbare bouwvoorschriften per 1 januari 2015.
  • De indeling en vormgeving van de woningen zijn sober en doelmatig.
  • De ontwerpprincipes (details) zijn zo veel mogelijk gelijk gehouden (op basis van SBR-details).
  • Er is uitgegaan van gangbare uitvoeringstechnieken.
  • De woningontwerpen zijn geschikt voor seriematige productie.

Spelregels

Bij het opstellen van de maatregelpakketten per referentiewoning is een aantal spelregels gehanteerd:

  • De methodiek van Trias Energetica moet zijn gevolgd.
  • De maatregelpakketten sluiten aan op de huidige praktijk en zijn betaalbaar en overal toepasbaar.
  • Het is niet toegestaan om gelijkwaardigheidsverklaringen te gebruiken die niet zijn goedgekeurd door de Commissie Gelijkwaardigheid. Het gebruik van kwaliteitsverklaringen is wel toegestaan.
  • In de woningen moet een aangenaam binnenklimaat worden gerealiseerd.
  • De EPC van de woningen is kleiner dan of gelijk aan 0,4 (en moet de 0,4 zo veel mogelijk benaderen).

Referentiegebouwen BENG

Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat aanvragen van de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG). BENG-eisen zullen de EPC-eisen vervangen. Voor wie zich wil oriënteren op de komende regelgeving heeft RVO.nl een set BENG-referentiegebouwen laten doorrekenen; deze vindt u op Referentiegebouwen BENG. De nieuwe set BENG-referentiegebouwen moet u dus niet verwarren met de RVO-referentiewoningen (EPC).

Service menu right