Agrosectoren - landbouwbodems

De klimaateffecten van landbouwbodems zijn voor alle productketens van belang, inclusief de bos en houtsector. De uitdaging voor de landbouwbodems is het organisch stofgehalte minimaal gelijk te houden, en waar mogelijk blijvend naar een hoger niveau te brengen.

In de toplaag van de bodem ligt 2x zoveel koolstof vastgelegd als aanwezig in de atmosfeer. Als de hoeveelheid organische koolstof in de bodem afneemt, neemt de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer toe. De koolstofbalans van de bodem is daardoor ook van belang voor de opwarming van de aarde.
 
Het organisch koolstofgehalte van de bodem is van nature vooral afhankelijk van de bodemsoort. Het organische stofgehalte kan veranderen door het beheer van de bodem. Voor de boer is het organische stof van de bodem vooral van belang omdat ook de bodemvruchtbaarheid en het watervasthoudend vermogen hiermee samenhangen.

Klimaatoverleg Landbouwbodems

Vanaf de zomer 2017 is het klimaatoverleg Landbouwbodems gestart. De volgende partijen nemen hieraan deel:
  • De land- en tuinbouw organisatie (LTO en ZLTO)
  • Branche Vereniging Organische Reststoffen (BVOR)
  • Natuur en Milieu
  • BioNext
  • Cumela
  • Suikerunie
  • Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
  • Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO, secretaris: Ida Smit)

Kansen voor de sector

Met het verhogen van het organische stofgehalte van de bodem kan ook de bodemvruchtbaarheid, en de bodemstructuur worden verbeterd. De boer kan verschillende maatregelen nemen die de afbraak van organische stof in de bodem tegengaan, zoals het minder scheuren van grasland of verminderen van kerende grondbewerking.
 
In het klimaatoverleg Landbouwbodems wordt ingegaan op welke manier grondeigenaren het koolstofgehalte in de bodem duurzaam kunnen laten toenemen en hoe ze gestimuleerd kunnen worden de bodem duurzaam te beheren.

Service menu right